U bent hier: Home / Studeren / Permanente Vorming / UDL / Jan TYTGAT

Jan TYTGAT

Curriculum vitae /Inhoud voordacht

Jan TYTGAT

6 January 1963) is Full Professor in Toxicology and Head of the Laboratory of Toxicology and Food Chemistry at the Catholic University of Leuven (K.U.Leuven), Belgium. He holds a Bachelors and Masters degree in Pharmaceutical Sciences and continued his career by obtaining a PhD in Physiology at the Medical School of the K.U.Leuven. From 1990-92 he has stayed at the Harvard Medical School (Boston, USA) for a post-doctoral training.

 

He holds the chair of toxicology with tuition and research in different areas of toxicology in the faculties of medicine, pharmaceutical and bio-agricultural sciences. He is also Director of the division ‘Biopharmaceutical Sciences’ of Leuven Research & Development (LRD), a bio-incubator for his research in drug discovery.

Jan Tytgat has published more than 150 peer-reviewed articles and reviews in international scientific journals and has received several prices, among which the price of the Research Council (K.U.Leuven, the most prestigious price for young scientists at the K.U.Leuven) and the international price Dr. E. Delcroix (of the Flemish Marine Institute, for his research in the area of Cnidaria intoxications and drug discovery starting from marine systems and organisms).

He gives frequent national and international lectures, is member of diverse scientific societies and editorial boards and is consultant for pharmaceutical and biotech companies.

Jan Tytgat is also leading a forensic toxicology laboratory in Belgium at the request of the Ministry of Justice.

He has been elected President of the European Section of the International Society on Toxinology (IST) (2004-2011).

 

Selected publications:

Tytgat, J. & Hess, P. (1992) Evidence for cooperative interactions I potassium channel gating. Nature 359:4203.

Liman, E.R., Tytgat, J. & Hess, P. (1992) Subunit stoichiometry of a mammalian K+ channel determined by construction of multimeric cDNAs. Neuron 9:861-71.

Tytgat, J., Chandy, K.G., Garcia, M.L., Gutman, G.A., Martin-Eauclaire, M.-F., van der Walt, J.J. & Possani, L.D. (1999) A unified nomenclature for short-chain peptides isolated from scorpion venoms: alpha-KTx molecular subfamilies. Trends in Pharmacological Sciences 20:444-7.

Kopljar, I., Labro, A.J., Cuypers, E., Johnson, R.W., Rainier, J.D., Tytgat, J. & Snyders, D.J. (2009) A polyether biotoxin binding site on the lipid-exposed face of the pore domain of Kv channels revealed by the marine toxin gambierol. Proceedings of the National Academy of Sciences USA 106:9896-901.


Inhoud van de voordracht

 

DRUGS: VRIEND OF VIJAND?

Jan TYTGAT, Laboratorium Toxicologie, K.U.Leuven

 

Drugs en psychotrope substanties in het algemeen zijn stoffen die inwerken op de hersenstructuren en hiermee op de geest of ‘psyche’. Gesteld kan worden dat de mensheid reeds van in het prille begin het bestaan en de uitwerking van een aantal natuurlijk voorkomende psychotrope stoffen kende. In de twintigste eeuw heeft er zich echter een explosieve ontwikkeling en beschikbaarheid plaatsgevonden van (semi-) synthetische stoffen, die een verrassende uitwerking hadden op de hersenen. Sommige van deze stoffen, zoals neuroleptica, anxiolytica, hypnotica en antidepressiva, zijn dankzij hun therapeutische kwaliteiten belangrijk gebleken in de geneeskunde. Daartegenover zijn er echter ook andere door de mens gemaakte stoffen met psychotrope werking ten tonele verschenen, die gewoonlijk meer voor het genot dan voor therapeutische doeleinden worden gebruikt. Zulke stoffen catalogeert men doorgaans als drugs. Het is dus duidelijk dat onze maatschappij naar drugs en psychotrope stoffen kan kijken als ‘vriend of vijand’. Deze lezing wil hier graag dieper op ingaan.

 

Sinds het einde van de jaren ‘60 is er in Europa en de Verenigde Staten van Amerika een opmerkelijke verhoging vastgesteld van de handel en het gebruik van drugs. Ook België bleef niet gespaard. Nationale politiestatistieken tonen aan dat zowel het aantal drugszaken als het aantal personen dat daarbij betrokken is, toeneemt. Sinds 1980 kunnen we van een vertienvoudiging spreken. Om meer te weten te komen over het druggebruik bij jongeren en scholieren, werden herhaaldelijk enquêtes uitgevoerd naar het gebruik van alcohol, tabak, medicatie en illegale drugs. Uit deze studies bleek vooral dat drugs in de eerste plaats worden gebruikt op fuiven en op café. Druggebruik en verslaving zijn echter een fenomeen dat zich in alle lagen van de bevolking manifesteert en bijgevolg een maatschappelijk probleem is. Omwille van enerzijds de nieuwsgierigheid naar alles wat onbekend en verboden is, en anderzijds de invloed van de groepsdruk, zijn het vooral opgroeiende jongeren die niet altijd in staat zijn om zich voldoende te weren tegen het experimenteren met ‘verleidelijke’ producten. Een gevolg hiervan is dat steeds meer scholen te maken krijgen met druggebruik en de navenante problemen. Daarnaast manifesteert het probleem zich ook in bedrijven, hetgeen aanleiding geeft tot mindere prestaties plus een hoger absenteïsme, en in de medische wereld, waar verdovende middelen worden gestolen of artsenvoorschriften worden vervalst om de producten op de zwarte markt te kunnen verkopen.

 

In de wereld van de drugs, worden we de laatste jaren geconfronteerd met een aantal nieuwe fenomenen. Zo is er het fenomeen van de megadancings en het toenemend gebruik van ‘XTC’; het experimenteren met allerhande stoffen zoals solventen, ‘smart drugs’ en ‘designer drugs’; het onrustbarend groot aantal weekendongevallen waarbij jongeren betrokken zijn en waarbij alcohol- en druggebruik een determinerende factor zijn; het liberaliseren van cannabisgebruik en het fenomeen van drugtoerisme en bevoorrading over de landsgrenzen heen. Gans in het bijzonder merken we ook het verschijnen op de markt van nieuwe, illegaal gesynthetiseerde, psychotrope stoffen, doch vertrekkende van perfect legale grondstoffen of precursoren. Op dit vlak gaapt dan ook nog een grote leegte tussen hetgeen de wetgever aan banden legt en hetgeen zich afspeelt in de praktijk.

 

Gebaseerd op bovenstaande, staat het buiten kijf dat het toenemend drugprobleem gepast onderzoek en antwoorden vergt. Daarbij is het belangrijk dat zowel de vraag naar, als het aanbod van drugs, tegelijkertijd wordt aangepakt. Praktisch gesproken betekent dit dat de politiek, het parket procureur des Konings en de politie adequaat moeten optreden, wetten voorzien, speciale acties op het getouw zetten en preventiecampagnes ondersteunen. Het kennen en herkennen van de verschillende soorten drugs is hierbij belangrijk om gepast te kunnen reageren.

 

In deze context dient men zich af te vragen of moderne drugs al dan niet te beschouwen zijn als ‘oude wijn in nieuwe zakken’, of daarentegen als daadwerkelijk nieuwe moleculen met specifieke karakteristieken en gevaren waar we ons tot op heden nog niet van bewust zijn? Om hierop een gefundeerd antwoord te kunnen geven, moeten we de stoffen met een psychotrope uitwerking indelen in drie, soms vier hoofdgroepen:

  1. de bewustzijnsonderdrukkende middelen of psycholeptica (‘psyche’ = geest ; ‘lepsis’ = aanval): deze stoffen doen ‘een aanval’ op de geestelijke activiteit en gaan die namelijk onderdrukken. Het zijn de ‘inhiberende’ stoffen.
  2. de bewustzijnsstimulerende middelen of psycho-analeptica: deze stoffen hebben het tegenovergestelde effect van de vorige groep en gaan bijgevolg de mentale activiteit stimuleren. Het zijn de ‘exciterende’ stoffen.
  3. de bewustzijnsverstorende middelen of psychodysleptica: deze stoffen ‘verstoren’ de geestelijke activiteit. De hallucinogenica behoren o.a. tot deze groep.
  4. de dronkenschap veroorzakende middelen of inebriantia: vanzelfsprekend behoort ethylalcohol (meestal kortweg afgekort als alcohol) hiertoe, maar ook substanties zoals ether, benzeen, trichloorethyleen en vele andere vluchtige verbindingen die door snuiven een dronkenschap kunnen veroorzaken.

     

            Overzicht van de klassen van psychotrope stoffen

Bovengeïllustreerde indeling kan samen met een grondige kennis van de psychotrope werking van deze stoffen, hun structuur, de nefaste maar ook gunstige symptomen die ze bij de mens kunnen veroorzaken, als ideale leiddraad gebruikt worden om na te gaan in welke mate we drugs en psychotrope stoffen kunnen beschouwen als ‘vriend of vijand’?

 

Terug menu