p 412

COUTUMES DE LA VILLE DE LIERRE.

TEXTE[1].

COSTUMEN VAN DER STADT VAN LIERE ENDE HEUREN BIJVANGE.

Gecolligeert vuijt dordonnantie ons genadigen heeren des conincxs, naevolghende Sijns Majesteijts placcaet-brieven van date xiijen meert XVC LXIX, naer stijl van Brabant [1570 n. s.], ende inder voirschreven stadt gepubliceert opten xxiijsten der selver maent.

TITEL I.

ENDE EERST VAN OFFICIEN, JURISDICTIE ENDE ADMINISTRATIE VAN JUSTITIE BINNEN DE  VOORSCHREVEN STADT ENDE HEUREN BIJVANGE.

1. Inden eersten wordt die schouteth vander stadt van Antwerpen ende marckgrave s'lants van Rijen gehouden voor die overste officier ons genadighste heeren, in criminele saken den lijve oft leth aengaende, binnen der voorscreven stadt ende heuren bijvanghe; in sulcker voeghen dat die scouteth van Liere in oude tijden heeft altijt de gevangenen in criminele saken beticht, ter presentien des voorschreven scouthet van Antwerpen, ende is alsnu gewoonelijck die voorschreve scouthet van Antwerpen ende marckgrave s'lants van Rijen te constitueren den scouthet van Liere ende sijnen stadthouder om respective van sijnen t'wegen t'zijnen laste[2] te bedienen totter executien vanden vonnissen toe exclusive; ende de voorschreve misdadighe ghecondemneert zijnde, stelt de voorschreve scouthet van Antwerpen de selve vonnissen ter executien.

2. Item, wordt binnen der voorschreve stadt van Liere ende heuren bijvange van onsen ghenadigen heere ghestelt die voorschreve scouthet, die gewoonlijck is schiltboortigh te sijne.

3. Item, de voorschreve scouthet van Liere is overste officier onsgenadighste heeren, behalven inde voorschreve criminele saken den lijve oftleth aengaende, binnen der selver stadt van Liere ende heuren bijvanghe.

p 414

4. Ende ijemant binnen der voorschreven stadt van Liere oft heurenbijvanghe ijet ghedelinqueert hebbende tegens de justitie, uijtgenomen insaken boven geruert, is de voorschreven scouthet, van sijnder officie wegen,gheauthoriseert die te accuseren ende te betichten, ende de vonnissen daer-af ghewesen te executeren; ten ware sulcke delinquant waere specialijckgheprivilegieert, ende sijnder privilegie wilde voor litiscontestatie ghenieten.

5. Ghelijck oock delinquanten in criminele saken den lijve ende lethaengaende , hebbende privilegium fori , sijn gewoonlijck daer[3] teghenieten voor litiscontestatie.

6. Item, de poorters vande steden van Loven, Brussel ende Antwerpen,ende mede de Peeterslieden van Loven, soo wel buijten de selve steden alsdaerin woonende, sijn ghewoonlijck dat sij, in rechte betrocken wesendevoor die voorschreve wethouderen vander stadt ende vanden bijvange vanLiere, het sij in criminele oft civile saken, moghen voor litiscontestatieexcipieren vanden gerechte, ende versoecken de sake, als die niet en isreële, gherenvoyeert te worden voor henlieden gherechte, tot welcken finesij ghewoonlijck zijn te impetreren de besloten brieven van heuren gherechteaen die scouthet ende schepenen der voorschreve stadt van Liere oft heurenbijvanghe.

7. Behoudelijck dat de buijten-poorters ende buijten-Peeters-lieden staenten ghebuerlijcken rechte, daer sij geseten oft henlieden goeden gelegensijn, te weten van straten te maken, van waterloopen te ruijmen, dergoeder lieden schade, die heure beesten souden mogen doen in de vruchten,te vergildene, den schutter oft preter sijn schot te betalen, die goeden tebehoeden, die beesten te herderen, ordinantien van ambachten ende anderediergelijcke t'onderhouden.

8. Ende dat oock niemandt hem en behoort te bevrijen van hanteringhevan montcosten, van pijne ende arbeijt, van handtwercken, van loon vanboden, van knaepen ende maerten, maer daeraf rechts pleghen ter plaetsendaer die ghevrijde woonachtigh zijn.

9. Item, de voorschreve scouthet vander stadt ende vanden bijvange vanLiere is gewoonlijck te hebben eenen stadthouder, die hij bij advise vandeschepenen vander stadt van Liere oft den meestendeel van hen ghewoonlijck

p 416

is te deputeren ende te stellen, die in absentie oft sieckte vanden scouthetal doen magh dat der officien vanden scouthets ampte aengaet oft compe-teert; maer in presentie vanden scouthet en placht die stadthouder gheenmacht te hebben.

10. Item, is de voorschreven scouthet ghewoonlijck te hebben tot sijnendienst twee meijers, eenen vorster ende eenen sweerdt-drager ende ishem nu cortelincx noch eenen dienaer toe gevoeght; ende heeft de vorstervoorschreven den last om de gevangenen te bewaren; welcke voorschrevensergeanten worden geconstitueert, te weten: de voorschreve sweertdraghervan ons genadighste heeren weghen, ende die andere bij de schepenenvander stadt van Liere, die oock ghewoon sijn alle andere officien inde selvestadt vallende (uijtghenomen den scouthet ampt) te confereren dien hengoet dunckt.

11. Item, inder voorschreven stadt van Liere sijn seven schepenen, dewelcke jaerlijcx op Sinte Jans-Baptist dagh in midsomer oft daer ontrentworden gheordonneert uijt de inghesetenen vande selve stadt, bij tweecommissarissen ons ghenadighste heeren uijt Sijnder Majesteit rade vanBrabant, ter presentien vanden scouthet, twee rentmeesters ende de tweesecretarissen vander voorschreven stadt, ende wordt bij de voorschrevenheeren commissarissen een vande voorschreven seven schepenen, dien henbelieft, gheordonneert om 't selve jaer te presideren.

12. Item, zijn binnen der selver stadt noch twee dekens, seven ouder-mans, ende twee knapen vande laken-gulde, die bij de voorschreven com-missarissen, ten tijde ende ter presentie als voren, jaerlijcks worden ghesteltende genomen uijt de ingesetenen der voorschreven stadt.

13. Item, sijn oock seven schepenen vanden bijvange van Liere, die oockbij de voorschreven commissarissen jaerlijcx, ten tijde ende ter presentienals voorschreven staet, gestelt worden, te weten de drij daeraf uijt de colle-gien vande schepenen vander stadt, ende de vier andere uijt de inghesetenenvanden bijvange, te weten eenen uijt den dorpe van Nijlen, item, eenen uijtden dorpe van Kessel oft Bevel, den derden uijt der prochien van Emblem,oft uijter tenten van 't Haghenbroeck, ende den vierden uijt de tentenvander Mijlen oft Lechenen.

14. Item, den vader ende sijn kindt, noch twee gebroeders te samen, enmogen in schependom niet ghestelt worden.

p 418

15. Item, de voorschreve schepenen vander stadt van Liere hebben d'au-thoriteijt om jaerlijcx twee oft meer rentmeesters vander selver stadt teconstitueren.

16. Item, die selve seven schepenen vander stadt van Liere sijn ordinarisrechteren, judicature, kennisse ende berecht hebbende, ter manissen vandenvoorschreven scouthet, over alle poorteren ende inwoonderen der voor-schreve stadt ende heure vrijheijt, in alle saken reële personele ende mixte,civile ende criminele, ter kennisse vanden ordinaris rechter behoorende,uijtghenomen saken concernerende de wullen laken ende wullen wercke,ende der comenschap van zijden, saeijen ende lijnen wercke, de welckebehooren ter kennisse ende judicature van die voorschreve dekens endeoudermans vander lakengulde.

17. Hebben oock die schepenen vander stadt van Liere judicature incriminele en mixte saken, als van keuren ende breucken over de inghesetenvanden voorschreven bijvange van Liere.

18. Item, hebben oock noch kennisse ende judicature van alle questien,differentien ende processen rijsende oft opstaende van alle gronden vanerven, geen leen-goeden sijnde, binnen der stadt ende vrijheijt van Liergeleghen, met oock van alle arrestementen binnen der selver stadt endeheure vrijheijdt ghebeurende, met des daeraen cleeft; behalven dat eenigelaeth-bancken aldaer sijn de welcke judicature hebben over de goedenwaerafmen gront-chijs der selver bancken ghevende is.

19. Item, de schepenen van Liere moghen stellen ende ordineren allestatuten, gemeijnlijck ceuren geheeten, inder stadt ende inden bijvanghevoorschreven nae dat sij willen oft hen oorbaerlijck dunckt, ende, om diestatuten te houden, setten een oft twee goede mannen die daertoe nut sijn,welcke mannen oft meesters vande statuten, amovibel sijn[4] ter discretienvander weth, macht hebben de breucken ende rechten te nemen van allenden ghenen die de voorschreven statuten oft eenighe van die niet en houden.

20. Achtervolgende welcken sekere ordonnantien opde procedure vanderjustitien is anno XVC Iiiij ghemaeckt ende vernieuwt, waeraf eenighe arti-culen hierna onder diversche titulen sijn gheschreven, [ende eenighe sijn ineen ander cohier hierbij ghevoeght][5].

p 420

21. Item, de voorschreve schepenen vanden bijvanghe hebben kennisseende judicature over alle de inghesetenen vanden bijvanghe, uijtghenomenin criminele saken, ende oock van keuren ende breucken, ende hebben oockjudicature van alle questien ende processen rijsende van alle gronden vanerven, geen leenen zijnde, binnen den bijvange gelegen, met oock van allearrestementen binnen den selven bijvange gebeurende, met des daeraencleeft; behoudelijck dat sekere laeth-bancken inden voorschreven bijvanghezijn die ter eerster instantien judicature hebben over de goeden waeraf mengront-chijs der selver bancken ghevende is.

22. Item, de voorschreve schepenen vanden bijvanghe sijn insgelijcxrechteren van alle appellatien ende hooft-vonnissen aldaer ten resortekomende, te weten :Die scouthet ende schepenen vander vooghdije van Molle.Die drossaert ende schepenen van Westerloo.Die meijer ende schepenen van Tongerlo.Die meijer ende schepenen van Norderwijck, ende die meijer ende latheninden hove van Broeckhove ende oock ten Straten-eijnde aldaer.Die meijer ende schepenen van Hersselt.Die meijer ende schepenen van Westmeerbeke.Die meijer ende schepenen van Houtvenne.Die meijer ende schepenen van Casterle.Die meijer ende schepenen van Wustwesele.Die schepenen van Esschen ende Callempthout.Die drossaert ende schepenen van Vorsselaer.Die scouthet, meijer ende schepenen van Herenthout ende die lathen aldaer.Die meijer ende ghesworen lathen van Morchoven.Die meijer ende gesworen lathen van Wickevorst.Die meijer ende gesworen lathen van Bouwele, nu scouthet ende schepe-nen van Bouwele [achtervolgende d'octroij ge-impetreert bij den marckgravevan Antwerpen vanden date des thiensten octobris anno 1611, onderteeckentvanden Wouwere, onder den selven marckgrave heer Henrick van Varick,ridder, als heere van Bouwel berustende, den schepenen alhier verthoont.I. van Postel][6].

p 422

Die scouthet van Herentals ende die lathen ons ghenadighe heeren totLichtert.Die meijer ende lathen vander capitlen van Liere onder Nijlen.Die meijer ende lathen vander selver capitlen onder Liere.Die meijer ende lathen vander selver capitlen onder Boechout.Die meter ende schepenen vander gelver capitlen tot Meerhout.Die meijer ende lathen vander selver capitlen tot Lichtert.Die meijer ende lathen der abdissen van Nazareth.Die meijer ende lathen van Lechenen.Die meijer ende lathen van wijlen Gabriel Triapeijn[7] tot Wechelaersande.Die meijer ende lathen Jans van Vriessele wijlen tot Ghierle.Die meijer ende lathen van Soerle.Die meijer ende lathen Jans van Wesenbeke wijlen tot Pulle.Die meijer ende lathen shofs van Vriessele onder Liere.Die meijer ende lathen shofs van Arckele.

23. Welcke voorschreve bancken onder den bijvanck resorterende endehunne leeringhen daer halende, sijn ghebruijckende ende hebbende, oftimmers behooren te gebruijcken, de selve rechten die men inden bijvanckuseert.

24. Item, soo wie hem bevint gegraveert bij eenige vonnissen bij devoorschreven schepenen vander stadt ende vanden bijvange van Liere gege-ven, is ghewoonlijck te appelleren, te weten : vande vonnissen bij die vandestadt ghegeven, aen de borgermeesteren, schepenen ende raet der stadt vanAntwerpen.Ende vande vonnissen bij die vanden bijvange ghegheven, aen mijneheeren den cancelier ende andere vanden rade van Brabant.

25. Item, den scouteth vande stadt en vanden bijvange van Liere heeftd'authoriteijt, om de schepenen vande selve stadt ende van heuren bijvangete doen vergaderen, en t'zijnder manissen sijn sij gehouden hem ende oockpartijen des behoevende heure vonnissen uijt te reijcken.

26. Die voorschreve scouthet ende die schepenen vande stadt van Lieresijn ghewoonlijck alle weken eens rechtdagh te houden, om partijen justitie,te administreren.

p 424

27. Ende alle veerthien daghen zijn de scouthet ende schepenen voorschreven, ende oock de voorschreven schepenen vanden bijvange gewoon-lijck vierschaer ende genechtdagh te houden, ten eijnde als voore, in welckevierschare de schepenen vande stadt ende bijvanghe voorschreven t'samenende gelijckelijck sitten ende administreren justitie, elck vande saeckenhen toebehoorende, soo die bij ordre voorts-gheroepen worden uijt eenderrolle, alwaer die alle in geschreven worden soo die bij de procureurs sijnghepresenteert.

28. Item, alle saecken spruijtende oft toekomende van kost ende dranck,van pijne ende arbeijt, van huijshueringhe, van lanthueringhe binnen decuijpen vander stadt gelegen, van coopmanschappen gedaen met gereedengelde ende sonder eenighen dagh te gheven, ende voorts van keuren endebreucken, ende oock van der stadts accijsen, staen te raet-dage ende nietten genechte.

29. Item, een poorter ende bijvancxman van Liere mach sijnen schulde-naer van buijten selver aentasten, ende houden tot der tijt toe dat hij denheere krijgen kan om hem dien te leveren.

30. Den heere en mach geenen schuldenaer geleij gheven binnen derstadt oft den bijvange van Liere, sonder consent van den ghenen dien hijschuldigh is.

31. Item, alle goet d'welck men niet en weet wien dat toebehoort volghtden heere.

32. Die eenigh sulcke goet vindt is schuldigh 't selve binnen XXIV urente condigen den scouthet oft sijnen stadt-houder, die 't selve goet bewarenmoet XL. daghen, ende doen condighen ter plaetsen daermen gewoonlijck ispublicatien te doen, met drij sondaeghsche uijtroepinghen binnen der pro-chien daer sulcke goet vonden is : dat alle de gene die hen recht vermetenaen 't selve goet, [sulcx] te kennen gheven binnen de voorschreven XL.daghen, oft dat sij anders van hun recht versteken sullen blijven.

33. Ende die binnen de XL. dagen sijn recht te kennen geeft ende 't selvekan bethoonen, dien moet 't selve goet volghen, midts betalende de costendaerom ghedaen, ende indien niemant daer en comt binnen de XL. daghen,soo blijft 't selve goet tot profijt vanden heere.

34. Item, die eenich sulcke goet vindt ende 't selve behout sonder tecondighen als voor, is daeraf corrigibel naer arbitragie van schepenen.

p 426

35. Item, soo wanneer eenige enorme quade feijten, mesusen oft excessengebeuren, is die scouthet daeraf gehouden terstont te nemen informatie terpresentien vande schepenen.

36. Item, alle poorters ende ingesetenen, die tot eenige officien der stadtghecoren worden, sijn schuldigh 't selve officie te aenveerden ende den eedtdaertoe staende te doen ; ende indien sij 't selve weijgerden, soo soudemenhaeren persoon, soo verre sij binnen de jurisdictie bevonden werden, settenin besloten ghevangenisse, totter tijt toe sij 't voorschreven officie aenveertende den eedt gedaen hadden; ende indien sij absent waeren, soude denheere soo lange in 't goet ligghen mogen met twee oft meer dienaers, naerdiscretie vander weth, tot dat sij den voorschreven last aenveert ende deneedt ghedaen hadden.

37. Item, niemant en mach gesworen van eenigen ambachte binnen deserstadt sijn, hij en sij eerst daertoe bij die scouthet ende schepenen geadmit-teert, ende soo wanneer die gesworen begeeren nieuwe ghesworen ghesteltte hebben, soo zijn sij ghehouden in een billet vier oft vijf goede mannenvanden selven ambachte den scouthet ende schapenen over te geven, vandenwelcken, oft andere vanden ambachte, die voorschreven scouthet endeschepenen stellen moghen tot regimente vanden ambachte, die hen dunckennut ende bequaem te zijn; ende is dit te verstaen van allen ambachten,uijtgenomen vande wulle-wevers, want die gestelt ende vernieuwt wordenbij de dekens ende oudermans vande laken-gulde.

38. Item, d'ambachten oft hare regeerders en moghen geen ordinantien,statuten oft keuren maken oft ordineren, sonder consent ende approbatievan die scouthet ende schepenen eendrachtelijck, ende andersints gemaeckt,zijn nul ende van onweerden.

39. Item, de ghesworen oude-cleercoopers ende haere clercken, die ineenighe sterf-huijsen oft andersins eenige haeffelijcke goeden vercoopen bijoproepinge, moeten instaen voor de penninghen ende de selve goet doenwaervoor de have vercocht wordt, waeraf sij t'samen hebben, van elckenponde groot brabants, drij stuijvers.

40. Item, niemant en mach hem generen met uijtroepen, noch clerckzijn, hij en sij eerst daertoe bij de schepenen gheadmitteert, ende de uijt-roepers moeten sekeren eedt doen, ende oock borghe stellen.

41. Item, de voorschreve oude-cleercoopers mogen metten heere alle de

p 428

ghene die bevonden worden ijet t'achter te sijn vande goeden bij hen ineenighe sterf-huijsen oft andersins met oproepen ghekocht doen afpanden,naer dat den tijt van betalinge, daeraf alhier van oudts geobserveert endeonderhouden, is verstreken ende overleden, ende dat tot volcomender beta-lingen toe vanden voorschreven ghebreke, sonder eenighe procedure oftordene van recht daerom andersins te moeten voortskeeren oft onderhoudenin eenigher manieren.

42. Item, die dekens ende oudermans vander lakengulde binnen deserstadt hebben volcomen macht te dingen ende recht te doen vanden voor-schreven wolle-wercke ende van al dat daertoe behoort, te wat stede endewanneer dat sij willen, ende hoe dickwils dat te doen waere.

43. Item, die scouthet noch schepenen van Liere en moghen hen dervoorschreve gulden niet onderwinden, noch van geene dingen die daertoebehooren, uijtgenomen dies, waert saecke dat ijemant ware vander guldeverwonnen met eenen vonnisse van dieften, dat die guldekens dien zijnschuldigh te leveren den voorseijden scouthet, oft eenen anderen machthebbende alhier criminele saecken te executeren; uijtghenomen oock, datdie schepenen van Liere mogen maken mette dekens ende oudermans alder-hande ordinantien ter gulde behoef vander draperijen, ende oock daeropsetten ceuren ende breucken.

44. Item, soo wie hem bevindt gegraveert metten vonnisse vande ouder-mans vande voorschreven lakengulde, ende willende daeraf appelleren,mach dat doen het zij voor den raedt van Brabandt, oft voor den scouthetende schepenen van Liere, daer die selve partijen appellerende dat ghelie-vende is.

45. Item, d'officieren vande smalle heeren en moghen d'ondersaten nietvoorder belasten inde betalinghe vande penninghen van dooder-hant, vanoverstaene van goedinghen, van ontfanghe van leene, van chijnsen oftandersins, dan sij naer recht belast en worden vande officieren ons gena-dighste heeren.

46. Item, soo wie renten heffende is op eenighe goeden binnen de voor-schreven stadt oft haren bijvange heeft keuse oft hij wilt procederen opsijne panden, oft dat hij wille convenieren den ghebruijcker vande selvepanden, behoudelijck, eest soo dat die proprietaris den pant niet enghebruijckt, maer ijemant vremts, dat sulcken vremden ghebruijcker onghe-

p 430

houden sal zijn de rentieren meer te betalen dan vanden jaere dat hij't verbonden goet sal hebben ghebruijckt.

47. Item, waert dat ijemant ontamelijcke woorden sprake teghen deghenen die van s'heeren weghen waeren, oft vander stadts regimente, oftten keurmeesters waert, oft teghen den ghenen die in s'heeren oft inderstadts dienste zijn, om eenigher saken wille den heere oft der stadt aen-gaende, oft om eenigh recht, oft om eenighe keuren, oft om eenighen dienstwille vander stadt, die magh ghecorrigeert worden met alsulcke correctienals den heere ende de stadt overeen-draghen naer gelegentheijt vandersaecken.

TITEL II.

VAN CRIMINELE SAECKEN ENDE CIVILE- BOETEN.

1. Dieverije wordt gestraft met de doot, ende wordt een dief ghehanghen,ten waere dat schepenen, om de kleynigheijt vander saecken, ordoneerdendat hij met minder correctie behoorde te ghestaen.

2. Wordt oock ghehouden voor criem, soo wie eenigh ploeghen oftploechcouter inden velde stelende is.

3. Die sijn ghestolen goet binnen der stadt van Liere oft haeren bijvanghebevint, willende 't selve sijn maken, is schuldigh 't selve te kennen te gevenden scouthet ende twee schepenen, die terstont sulcke goet voor oogen doenbrengen, ende indien bij bethoonen kan dat 't goet hem toebehoort, endeten heijlighen affirmeert 't selve hem gestolen ende teghens sijnen danckhem afhendigh ghemaeckt te zijn, soo behoort 't goet hem te volgen endegerestitueert te worden vrij ende los, niet teghenstaende dat [het] op een vrijemerct oft bij eenen ouden-cleercooper ghekocht waere, oft bij den scouthetin sheeren naem aenveert; behoudelijck datmen dien officier, die den aen-tast vanden persoon (bij hem hebbende 't voorschreven gestolen goet) salghedaen hebben, sal ghehouden zijn daeraf sijnen redelijcken salaris tegheven ter discretien vande weth.

4. Item, die eenen dief met sijnen goede bevint, mach den dief sijn goetafhendigh maken, oft indien den dief 't goet van hem worpt, 't selve aen-veerden, behoudelijck dat hij binnen vier en twintigh uren den scouthetdaeraf moet adverteren, ende presenteren, indien ijemandt 't goet sijn

p 432

maken wilde, daeraf te rechte te komen, sonder dat hij schuldigh is 't selvegoet in handen vanden scouthet te leveren.

5. Item, soo wie fortse ende ghewelt op eens anders huijs doet verbeurtx pont swerten, van xxvj stuijvers ende ij deniers Brabants 't pont.

6. Van gelijcken verbeurt oock, die binnen eens anders huijs comt omhem te evelen, weder bij hem evelt oft niet en evelt, x pont.

7. Dat de ghene, die sijn bloot mes[8], uijt gramschap, uijttreckende is,om ijemandt te quetsen, verbeurt ij pont.

8. Item, soo wie ten eijnde voorschreven sijn sweerdt, rapiere, steeck-sweert, braeckemaert, dagghen oft anderen stock uijttreckt, verbeurtiij pont.

9. Item, soo wie iemandt steeckt met een bloot mes,[9] verbeurt iij pont.

10. Item, met een rappier, sweerdt oft braeckemaert, verbeurt vij ponten half.

11. Item, soo wie iemant steeckt met eenen poignaert oft dagge, verbeurtx pont.

12. Item, met een pasmesse, v pont.

13. Item, soo wie iemanden slaet met een rapier, sweerdt, pasmes,braeckemaert oft poignaert, verbeurt v pont.

14. Item, soo wie iemandt slaet oft steeckt met eenen gepinden stave,verbeurt v pont.

15. Item, soo wie iemandt slaet met eenen kluppel, die niet daertoegemaeckt en is, noch die ge-ijsert noch geloot en is, opdat hij hem gheenledt in twee en slaet, verbeurt ij pont.

16. Item, soo wie iemanden slaet met eender ghenagelder kudsen verbeurt v pont.

17. Item, soo wie iemandt slaet met eene slach-colve, die geloodt is,verbeurt iij pont.

18. Item, soo wie iemandt slaet met eenen steen, daer gheen mencke inen valt, verbeurt iij pont.

p 434

19. Item, soo wie iemandt worpt ende raeckt met eenen pot, candelaeroft tenne teliore, sonder mencke, verbeurt iij pont.

20. Ende als hij [hem] niet, en raeckt verbeurt xx stuijvers.

21. Item, wie eenen slaet, met een plateijne, die be-ijsert is, daer gheenmencke in en valt, verbeurt ij pont.

22. Item, soo wie eenen slaet oft worpt met eenen stoel, het zij drijvoetofte anderen stoel, daer gheen mencke in en valt, verbeurt ij pont.

23. Item, soo wie eenen anderen slaet met de hant oft vuijst ofte trecktbij den haijre, vervalt inde breuck van xxvij stuijvers.

24. Item, wie over eens anders erve gaet[10] sijns ondancks, ver-beurt xxvij stuijvers.

25. Item, niemandt en magh des avonts, na dat de clocke van thien urenis gheluijt, gaen met eenighe wapenen, achter straten sonder licht, op deverbeurte van de wapenen, ende noch van alsulcken breuck als, naer ghele-gentheyt vanden tijt, wordt bij de weth gheordonneert.

26. Item, daermen onder iemant bevindt onrecht gewicht, oft onrechtewaghe, verbeurt voor elck eenen carolus gulden, d'een derdendeel totbehoef vanden heere, het tweede tot der stadt, ende het derde tot behoefvande ceur-meesters, oft die dat bevonde ende voorts brochte, ende daer-en-boven noch het ghewichte ende de waghe half s'heeren ende half tot derstadts behoef

27. Item, daermen onder iemandt bevint onrechte mate verbeurt tweecarolus guldens, t'appliceren in drijen als voren.

28. Item, soo wie iemandt schade doet aen sijn coren, gerst,[11] oft hoij,oft aen sijn coolen, wermoes, rapen, erweten, boonen, appelen, peiren,wijnbesien oft eenigherhande vruchten, ende die iemandt iet name, afsnedeoft aenveerde, oft iemands thuijne oft heijminge opbrake, oft sijn boomen,poten, rijsers oft theenen afhiele, sonder wete oft consent vanden ghenendie dat goet toebehoorde, die verbeurt daeraen eenen gulden peeter, totbehoef als vore, ende daertoe moet hij de schade oprechten den ghenen

p 436

diese gheschiet ware, ter goeder lieden segghen ; ende droegh de schadeboven de weerde van eenen halven peeter, soo soude hij, boven den keur ende[de] schade, voort daeraf staen tot des heeren ende der stadt correctie, welverstaende, dat ruerende 't afhouden van iemants houte etc. 't voorschrevenarticule is gheaboleert, midts den edicte ons genadighsten heeren des conincxghemaeckt ende uijtghegheven dien-aengaende vj maij anno 1560[12], endein't selve jaer op den achtsten dagh augusti navolghende Sijnder Majesteijtbesloten brieven gepubliceert.

29. Item, soo wiens beesten binnen der voorschreve stadt ende heurecuypen bevonden worden, bij nachte oft bij daghe, inder goede liedenvruchten oft gers, oft op der stadt vesten, daermen niet en placht te varennoch te rijden, oft die met veken oft met stappen ghesloten sijn, verbeurteenen gouden peeter, t'appliceren in drijen, als voor; ten waere sijn beestensijns ondancx hem ontbraeckt waeren, d'welck hij, swerende, gestaet, mitsbetalende voor elcke beeste iij pont paijement, valet een blancke endevj mijten, ende is in allen ghevalle gehouden te betalen de schade, ter goedermannen segghen.

30. Ende soo wiens gansen bevonden worden in ijemants goede, verbeurtvan elcker cudden x pont paijement, beloopende twee stuijvers, een blanckeende twee mijten, tot behoef als voor, ende is niet min gehouden te repa-reren oft te betaelen de schade ten segghen als voor.

31. Item, inden bijvange, soo wiens horenbeesten oft peerden, een oftmeer, gheschut worden binnen sonneschijn, moet, boven de schade derpartijen aengedaen, den schuttere, voor't schotrecht, betalen eenen stuijver;item, vande schapen ende gansen, weder luttel oft vele als voore, vierstuijvers, ende van oock een oft meer verckens eenen stuijver; ende na dersonne geschut zijnde, 't dobbel van dien.

32. Item, niemant en mach eenighe weiren, hachten, commer oft letselmaken oft setten inde strom vande twee rivieren deser stadt passerende,geheeten de Nethe, noch oock inde zijde-laken vander selver Nethen, dieloopende strommen hebben, soo van thuijnen, hoerden, russchen, eerden,houte, netten, fuijcken, balnetten, corven oft andersins, wat weiren oftletsel datter oock zij, van bamisse tot halfmeert, allen den sonier lanck, op

p 438

den keur van xxvij stuijverslovens,d'welck sijn drij carolus guldens.........[13] ende oock op de verbeurte vanden ghetouwe.

33. Item, soo wie inden bijvanghe wordt ghecalengiert van dat hij nietbehoorlijck en heeft gheheijmt , verbeurt iij pont paijements, valet eenblancke vj mijten.

34. Item, inder stadt is den breuck vau quader heijminghen, als daerbecroon aen den heere oft aen, de stadt oft keurmeesters af komt, eenengulden peeter, in drijen, als voore is gheseijt.

35. Item, soo wie gecalengiert wordt van quader rumagien in eenenwaterlaet, vervalt inde breuck van vij pont[14] paijement, d'welck is eenenstuijver, een oort ende thien mijten paijements.

36. Item, soo wie ghecalengiert wordt van quader rumagien op een beke,vervalt inde breuck van x pont paijements, beloopende ij stuijvers, i blancke,ij mijten.

37. Item, soo wie gecalengiert wordt van quade rumagie inder Nethen,vervalt inde breuck van xx pont paijements, beloopende v stuijvers en halfende iiij mijten.

38. Item, als aen ijemants erve de Nethe, eenen[15] waterloop, oft eenbeke, sulcks is vervuijlt, dat het water sijnen loop daermede wort benomen,is alsdan verbeurende xxvij stuijvers Lovens.

39. Van gelijcken verbeuren oock die gemeijne vroenten innemen, oftdaerop timmeren, oft die hen grachten oft huijsen buijten heurer erven terstraten oft ter vroenten waert uijtsetten, xxvij stuijvers Lovens.

40. Ende zijn naer behoorlijcke vermaninge gehouden 'tgebreck te repa-reren binnen xiiij daghen, oft bij ghebreke van dien, maghmen dat doenvolcomen op dobbelen kost, ende aenveerden de huijsen op der stratengheset zijnde, ten waere dat de schepenen, door eenighe consideratien,'t selve modereerden.

41. Niemant wie hij sij, van buijten der stadt ende bijvange van Liere,

p 440

en magh bijen setten om te swermen binnen der stadt, vrijheijt oft bijvanghevan Liere, op eenen keure van eenen gulden leeuw[16] van elcken vate oftbuijcke, d'een derdendeel den heere, d'ander der stadt, ende 't derde dengenen, die dat bevonde ende voortsbrachte, ende oock op de verbeurte vanalle de buijcken met de bijen s'heeren behoef; ten ware dat die ghene diesijne bijen alhier soo brenghen oft setten woude, selve woonachtigh waremetten meestendeel van sijnder familie stedevast inder stadt oft heurenbijvange, niet tegenstaende oft ijemant allegeren mochte, dat hij eenigherve oft huijs hadde met tange ende hale, alsoo verre als hij daer selve nietwoonachtigh en is met het meestendeel van sijnder familien, ende voor dentijt dat die bijen daer gebracht waren, ende daernaer drij maenden, oftmeer, sonder arghlist.

42. Ende en magh niemant eenighs vremts mans bijen hier inder stadtvrijheijt oft bijvange voorschreven op 't zijne oft binnen sijn bewinde settenoft laten setten, op eenen keure van twee gulden peeters van elcken vate,te bekeeren in drijen als voor.

43. Item, niemant en magh brandereelen oft loode appelen oft loodegewichten oft diergelijcke bij hem draghen, op de verbeurte van eenen halven ponde ouder grooten, beloopende ses carolus gulden, half s'heerenende half tot der stadt behoef, ende op eenen wech tot Milanen.

44. Item, soo wie met eenighe bussen oft gespannen bogen gaet achterstraten om iemanden te evelen, verbeurt een pont ouder grooten, dat sijntwelf guldens, tot behoef als voor, ende, oft [het] iemant dede die den voor-schreven keur niet gegilden en koste, soo moet hij daervoor doen eenenwech te Sint-Peeter tot Roomen, ende niet weder inde stadt komen, hij enhebbe eerst den selven wegh gedaen, op dobbele correctie; ende altijt devoorschreven bussen, boghen, brandereelen oft diergelijcke verbeurts 'heeren behoef.

45. Item, soo wie iemanden van buijten herberghde, huijsde oft hoefde,die eenen poorter, bijvanxman oft ingeseten quetste, sloegh, evelde ofteenigen oploop dede, jaeghde oft vreesde, die verbeurt ij pont oudergrooten dat sijn vierentwintigh guldens s'heeren behoef, ende daertoewort hij voor principael gehouden, indien hij hem aen den heijligen niet

p 442

ontschuldigen en dorste met zijn huijsgesin, dat hij niet en wiste dat sij omeenigh arch oft quaetdoen uijt waeren; ende soo wat persoonen aldusdanighelieden overquamen daer hen aen twijffelde, oft daer sij eenigh gheveerdevan vichtinghen oft van wapenen aen saghen, die soude dat terstont moetenbrengen aen den heere ende aen de stadt, op den selven keur ende pene,waer hijs niet en dede eer daer iet op misschiede, opdat hij 't coste gedoen,sonder arglist.

46. Item, soo wie eenen anderen op- ende overseet openbaerlijck vandieften oft van eenige andere saken sijnen lijve ende sijne eer aengaende, inernste oft in fellen moede, ende dat niet bijbrengen oft gethoonen en kandat'et soo is, als hij den anderen op- ende overgeseijt heeft, die staet daeraf[tot] s'heeren ende der stadt correctien, ende moet dat beteren den genendien hij dat alsoo overgeseijt heeft [te] s'heeren ende ter stadts segghen,naer gelegentheijt der saken; ende soo wie hem vermet sulcken opsegghen,goet te doen openbaer, die is ghehouden de sake te verborgen goet te doenende te vervolghen ten eijnde uijt, met alsulcken goede borghen als denheere ende der stadt wel genueght, oft hij moet daervoor gaen inde vroente,totter tijt toe dat de sake ge-eijnt is, oft dat bij s'heeren ende der stadtende oock sijnder wederpartijen goeden moet heeft.

47. Die schepenen vander voorschreven stadt sijn bij heuren vonnissengewoonlijck de misdadige alleenlijck te condemneren gebannen te wordenbuijten der stadt ende heuren bijvange, hoewel dat bevonden wordt bijsekere registren, dat in oude tijden eenighe bij schepene vonnissen vanLiere sijn ghebannen uijt Brabant ende eenighe uijt de marckgraefschap.

48. Die iemants huijs oft goet dreijght af te branden, verbeurt sijn lijf.

49. In criminele saken plachmen al mondelinghe inder vierscharen teprocederen, sonder eenighe notulen vander proceduren te houden oft eenichgeschrift te schrijven, uijtgenomen de getuijghenisse; maer binnen sekerejaren heeft men oock de criminele saken in geschrift mogen bedingen endeworden van de procedure notulen gehouden.

50. Item, den heere is schuldigh alle gevangenen, indien sij´t versoeckenende begheeren, binnen drij daghen ter wet te stellen, ende hen voor sche-penen ticht te geven; ende van ghelijcken is oock den gevangen schuldighbinnen andere drij dagen te antwoorden, ende sijne defentie te verthoonen,

p 444

ende soo voorts respective te procederen van derden daghe ten derdendaghe, ten ware de schepenen uijt eenige merckelijcke redenen andersinsordonneerden.

51. Item, indien den ghevangenen ten derden daghe gheen ticht enwierde ghedaen, oft niet te rechte ghebrocht ten daghe hem bescheijden,soude moghen versoecken, ende sijn schepenen schuldigh hem t'absolverenvander instantien, ende soude den heere hem [binnen de?] vier-en-twintighuren moeten laten los gaen.

52. Item, den heere en magh niemant pijnen oft ter bancken brenghen,ten sij sulcx [sulcken] met vonnisse van schepenen daertoe sij gecondemneert,waertoe die schepenen hem sijn schuldigh te condemneren, indien sij suffi-ciente indicien bevinden teghens den misdadigen vande feijten ende mesusendie hem opgheseijt worden; ende alsoo ghecondemneert zijnde, behoortsulcken misdadige in presentie van twee schepenan ten minsten (die bij denvoorschepen worden gedeputeert) gepijnight te worden; maer en magh denheer niemant langher noch andersins doen pijnighen dan de schepenenaldaer present zijnde redelijck ende gherequireert dunckt.

53. Item, den heere is gehouden sijne getuijghen in persoon te doencompareren inder vierschare, ende aldaer te doen eeden ter presentienvanden ghevanghen.

54. Ende worden alle de ghetuijgen secretelijck ghehoort, ghelijck inandere saecken, behalven dat in d'examinatie der ghetuijghen in criminelesaecken present sijn twee schepenen.

55. Item, als die heer ende die gevangen hebben van voorderen thoongherenuncieert, soo wordt het getuijgenisse gepubliceert inder vierscharen,behalven dat de namen vande ghetuijgen niet en worden ghepubliceert,maer wordt gheseijt: d'eerste ghetuijghe verklaert dat enz., de tweedeverklaert dat enz.

56. D'welck ghedaen zijnde, wordt den procureur vanden ghevangennoch wel ghecommuniceert 't ghetuijghenisse, maer en magh op sijnen eedtniet segghen den ghevangen de namen van de ghetuijghen die teghens hemsouden moghen ghetuijght hebben.

57. Nae de voorschreven publicatie, sijn de heeren ende den gevangen

p 446

gehouden te reprocheren, ende nae reproche te salveren ende inder sakente sluijten.

58. Ende als inder saecken is ghesloten, en is die officier niet ghehoudenden gevanghen ter vierscharen te brenghen voor dat die vander weth hebbenhet proces oversien ende gheresolveert sijn, wes sij daerinne hebben te wijsen.

59. Die eenen anderen quetst, moet den chirurgijn betalen van sijne cure,ende al dat den ghequetste van medecijn ende anders behoeft te nemen, totgrootinghe vande schepenen, ende den gequetsten voor sijn smerte endeverlet t'dobbel van dien, ende anders niet, ten ware dat bij schepenenanders daerinne versien werde.

60. Item, alle de ghene die in een gevecht in velde ende in verde strijt-ghier zijn, daer iemant ghequetst is oft doot blijft, worden ghehouden alsprincipale, ten waere klaerlijck bleke, wie de wonde, waeraf de doot komt,gegeven hadde.

61. Item, wanneer meer persoonen hantdadigh sijn in een ghevecht oft aeneenen dootslagh, ende d'eene van hen peijs oft soen maeckt metten gequetstenoft montsoender, soo worden daer mede inne begrepen allen d'ander diemede strijtghier gheweest hebben, want peijs oft soene voor eenen is soenevoor allen.

62. Item, die vader en magh gheen montsoender sijn van sijnen sone,maer een anderen manspersoon den overleden naest bestaende van sweerdtzijde; behoudelijck alsser gheen broeders oft broeders-sonen en zijn, dat diesusters-sone montsoender is.

63. Die montsoender neemt tot sijn profijt 't gene dat in 't soenen gelooftwordt, sonder te exprimeren waertoe de penningen sullen worden ghe-imploijeert[17].

64. Item, niemant en is ghehouden des overleden schulden te betalen uijtsaecken vande penningen die hij vander soeninge ontfanght, soo verre hijhem anders egeen erfgenaem en draeght.

65. Item, als de mombaren van eenen montsoender, die onder sijn jaerenis, die soene maken, soo mach die montsoender, als hij tot sijne jaeren comt,de soene voor goet houden, believet hem, oft die refuseren, midts weder-keerende de penninghen voor de soene ghegheven.

p 448

66. Item, een gevangen, 't sij voor misdaet oft schult, magh bij anderecrediteurs oft voor ander misdaet inde gevangenisse beswaert worden.

67. Item, den vorster oft bewaerder vande gevangenisse, indien hemeenigh gevanghen ontgaet oft ontquame bij sijn toedoene oft negligentie,moet goet doen ende innestaen daervoor hij ghevanghen was.

68. Item, niemandt en magh om civile saecken in gevanghenisse gehoudenworden, soo verre hij cautie stelt van te rechte te staen ende 't gewijsde tevoldoen, ter plaetsen daer ende soo dat behoort, ten waer dat iemant waergevangen voor gewijsde dingen, oft voor des princen penningen endeschulden, oft om te volcomen eenighe bevelen vanden heere oft vanderstadt.

TITEL III.VAN ARRESTAMENTEN.

1. Die scouthet oft sijn dienaers en moghen gheen goet van eenen poorteroft ingeseten vander stadt, oft vanden bijvange van Liere, niet voorvluchtichsijnde, oft daeraff gheen fame ende apparentie van fugien en sijn, niet doenarresteren voor eenighe schulden oft actien, ten waere voor gewesen von-nissen, oft voor geloften voor de weth oft gulde alhier ghedaen ende bevon-nist, oft dat de ghene die d'arrestament versochte tselve goet wilde zijnmaecken, oft paert oft deel daeraff.

2. Item, eenen crediteur, vindende zijnen schuldenaer van buijten binnender stadt van Liere oft heuren bijvange, mach den selven bij eenen dienaer,te weten binnen der stadt bijden vorster, den sweerdt-dragher ende denderden dienaer, ende inden bijvange bijde, meijers, elck onder sijn gerecht,doen arresteren, om hen alsoo te rechte alhier te betreckene, behalven endeuijtgenomen datmen hier niemanden, comende ter veedemerct veede tecoopen oft te vercoopene, en mach arresteren, ten waere om ende tersaecken van eenige actie procederende uijt saecken van henlieden coopman-schapen alhier op de merct gedaen, behalven ende uijtgenomen oock datsekere daghen, soo inde jaermerct als ten omgange oft kermisse, wordengehouden dat een ijegelijck alhier vrij mach comen ende gaen sonder temoghen gearresteert worden in civile saecken den partijen aengaende.

p 450

3. Item, [oft] een meijer, vorster oft dienaer, versocht sijnde, op denbehoorlijcken loon, eenen vrempden man, oft eenich arrestabel goet presentende voor ooghen wesende, te arresterene, [sulcx] niet doen en wilde, oftnaer d'arrestement gedaen, den man oft goet liet gaen of versteken, als hijmachtich waere dat te belettene, sonder den crediteur met souffisanteborchtochte oft anders wettelijck te versiene ende te besorgen, die moetdaervoore innestaen ende verantwoorden, oft betalen de schult daervoore d'arrestement ghedaen was, oft versocht was ghedaen te wordene.

4. Item, eenen crediteur, vindende sijnen schuldenaer van buijten, oftoock van binnen, daeraff apparentie van fugie is, ende beduchtende is, dathij hem absenteren soude aleer hij eenen dienaer soude connen gecrijgen,mach selver sijnen schuldenaer aentasten ende vast houden, tot dat hij eenendienaer gecrijgen can, den welcken hij dijen terstont leveren moet, die opsijnen loon gehouden is den selven schuldenaer t'ontfangene ende arresterenvan s'heeren wegen, ende inder vroenten te leveren, opte pene lest voor-schreven, ende van gelijcken meubele goeden, die getransporteert endeverborgen souden moghen worden.

5. Item, die eenich goet binnen sijnen huijse oft bewaernisse gearresteert,ende den last van't selve te bewaeren aenveerd heeft, ende daerenbovenewech laet draegen oft versteken, is schuldich dat te verantwoorden endedaervoore inne te staene, oft de schult oft actie daervoore t'selve ghearres-teert was te betaelen.

6. Item, een vrempt persoon alhier gearresteert, moet in hachte gaen,totter tijt toe dat hij borchtochte ende cautie gestelt sal hebben van hier terechte te staen ende t'gewijsde te voldoen, ten waere dat hij gheen borghegecrijgen en conste, ende dat scepenen, considererende de gelegentheijtvander saecken, ordineerden dat hij gestaen soude met cautie juratoir endezijnen eede.

7. Item, een vrempt oft geestelijck persoon, willende eenen anderenvrempden persoon oft sijn goet alhier doen arresteren oft te rechte betrecken,is schuldich terstont voor den schouthet ende twee schepenen borge te stellen,met ingesetenen, souffisant sijnde, naer gelegentheijt ende grootheijt vandersaecken, voor alle costen ende schaden die der stadt oft heuren poorterenende ingeseten ter causen vanden voorschreven arreste oft recht-voorderinghesouden mogen toecomen, ende daeraff behoorlijcke brieven te passeren.

p 452

8. Item, dat alle de ghene, hebbende alhier ijemanden oft sijne goedengearresteert, moeten binnen den derden naestvolgenden dage voor de wethverclaren, indijen de gearresteerde dat versoeckt, de redenen waerommesij dat ghedaen hebben, oft anderssins souden die persoonen ende goedendaeraff ontslagen moghen worden, ten waere dat de wethouderen om redenendat uijtstelden totten anderen daghe.

9. Item, alle meubele goeden binnen deser stadt van Liere oft heurenbijvange gearresteert sijnde, waeraff de clager zijn recht ende ghebreckwettelijck wilt vervolghen, is gehouden binnen den veerthien daghen naerd'arrest, midts dat d'arrest maer veerthien dagen en duert, de gearresteerdemeubele goeden te evinceren ende uijt te winnen, ende dat doende, isgehouden op t'selve goet te doen voor-gedaghen voor die scouthet endescepenen, ende daernaer tot drije andere genechten d'een naer d'ander tevolghen, ende daer en t'eijnden, binnen den naestvolgenden ghenechte,wordt den clager t'sijnen versuecke gelevert t'voorschreve gearresteert goet,midts vooral bij eede ghewarigende sijn schult, om vande ghearresteerdegoeden sijne schult te innen metten wettigen costen; dies is de voorschrevenheijscher gehouden ierst wettige wete te doene den ghenen waerondert'voorschreve ghearresteerde goet is berustende, ten eijnde dat hij dat nieten laet gaen, oft ijemanden anders dan den clagher over en levere, opte penevan t'selve te moeten verantwoorden ende goet te doene als voor, ende moetnoch oock de wete doen den ghenen die t'goet toebehoort, oft t'sijnen woon-huijse, met brieven van deser stadt, addresserende aende officiers oft wet-houders vander plaetsen vander residentie des debiteurs, soo verre hij sekerewoonstadt heeft, ende ingevalle hij gheen sekere woonstadt en heeft nochoock eenighe bewinthebbers binnen den lande van Brabant oft inder stadtMechelen, soo mach de wete worden gedaen met drije malen, t'selve opdrije sondagen ter palen [puijen] alhier aff te publiceren, bij den ghenen diede publicatien vanden goeden die te coope gestelt worden, is doende; welverstaende, waert soo, dat de arrestant niet en begeerde terstont naer deveertien daghen op t'goet te procederen, mach d'arrest doen vernieuwen,d'welck wederomme veerthien daghen duert, ende mach dat soo langhe doeneals hem goetdunckt ; maer naer d'leste arrest moet hij sijn uijtwinninghebeginnen binnen de naestvolgende veerthien daghen.

p 454

VAN VREDE TE GHEVEN.

1. Die twist ende gheschil heeft teghens eenen anderen, ende hem beduchtvan ghequetst oft ghesmeten te sijne, mach sijn wederpartije doen in vredelegghen bij schouteth, vorster oft sweert-dragher.

2. Item, soo wie weijghert vrede te gheven verbeurt twee gouden peeterstot s'heeren behoef; ende soo wie, des aldus versocht sijnde ende egeenenvrede gheven en woude, maer daerom wegh ginghe oft hem daervore lietvanghen ende opleijden eer hij vrede gegeven hadde, verbeurt een pontouder grooten, d'welck sijn xij carolus guldens, tot ons ghenadichsteheeren behoef, ende eenen wech tot Sinte-Ambrosius te Milanen, der stadtter eeren, ende twee roeijen muers der stadt daervoore te doen maken;nochtans soude de onschuldighe vrede hebben ghelijck oft hij dien vredemetter handt ghegheven hadde.

3. Behoudelijck oft iemant eenen naerderen bewijsen woude hier binnender stadt oft den bijvange geseten, die naerdere waere dan hij, al liet hijhem dan opleijden voor dien vrede, soo en soude hij nochtans niet dienvoorschreven keur verbeuren, maer de heere en salse uijt sijnen handenniet laten gaen, noch hij en sal niet eer los daeraf sijn, de vrede en sal eerstaen hem oft aen eenen anderen gheseijt sijn[18].

4. Item, als twee partijen d'een tegens den anderen in vechtinghenoft in geschille comen, daer d'eene ghesteken, gheslaghen, ghestootenoft ghevreest wordt, soo is de misdadighe oft oplooper, die den anderenmisdaen heeft, verbonden bij sijne maghen dat te doen vreden aendenghenen die misdaen is, oft aen sijn maghe, ende aenden heere dien vrede,te moeten versuecken oft doen versueken binnen xxiv uren naer datt'ghevechte oft t'gheschil geschiet is, het en waere, oft dat eer vierent-wintich uren daernaer ghesoent oft gepeijst werde ; ende waer desaldus niet en geschiede, soo verbeurt de misdadighe een pondt oudergrooten [t] s'heeren behoeff, ende moet eenen wegh tot Milanen der stadt ter

p 456

eeren doen; ende oft partijen in beijden sijden ghequetst waeren, soo sal deghene dien vrede doen nemen die den eersten oploop dede oft ghedaenhadde, op den selven keur.

5. Item, soo wat poorter oft bijvancx-man vrede begheert ende in vrededoet legghen eenighen vremden man van buijten, is de selve buijtenmanghehouden seker ende borge te setten van poorters oft van bijvancx-lieden,te sijnen vrede te comen, op den selven keur, oft hij moet daervoor indevroente gaen totter tijdt dat hij borghe gheset heeft.

6. Item, soo wat lieden onderlinghe in vreden staen sijn ghehouden allesesse weken, ende eer de sesse weken ende eenen dach eijnden, te vernieuwenende versoecken haren vrede, beijde dien misdaen is ende die misdaenheeft, op de pene van v pont swerte te verbeuren bij eenen jeghelijckendaerin gebrekelijck sijnde.

7. Behoudelijck dat partijen mogen consenteren dat den vrede soudedueren een jaer lanck.

8. Item, soo wie sijnen vrede uijt het gaen ende t'sijnen vredaghe nieten quame, die soude verbeuren, des eersten daeghs als hij dien laet uijtgaen,een pont ouder grooten, d'welck sijn xii carolus guldens, tot ons ghena-dighste heeren behoef, ende daertoe soude hij eenen wech moeten doen derstadt ter eeren tot Sint-Jacobs in Galicien, oft twee roeden muers der stadtdaervore doen maeken; ende waert dat hij dien vrede des anderdaeghsdaernaer liet overgaen, dan soude hij oock verbeuren ii pont ouder grootent'sijnder ghenaden behoef; ende soo [het] waere [dat][19] hij dien vrede denderden dach liet overgaen, dan soude hij oock verbeuren drij ponden oudergrooten tot sijnder ghenaden behoeff, ende daer en t'eijnden soude hijdaeraf staen tot s'heeren ende der stadts correctien ; het en waere saeckedat iemant buijten lants waere, ende [ofte] dat hem nootsake dede dat hij tesijnen vrede niet te tijde ghecomen en conste, soo mach comen een ofttwee van sijne naeste maghen, daer zijn wederpartijen mede verwaert[20] zijn in zijn stadt, ende dien vrede doen nemen ende dat verwaeren; endesoo waer dat in tijts gedaen wort, soo sal die man daeraf ongeschaet endeongekeurt blijven; oft waer hij sweeren dorste, dat hij dien vrede onwe-

p 458

tende ende niet met moets willen uijt hadde laten gaen, sonder argelist,ende oock niemanden daer en binnen daeraf misdaen en waere, soo ensoude hij daeraf gheen schade hebben.

9. Item, die boven vrede den anderen qualijck toesprake, oft teghenshem murmureerde, oft met wercken oft met woorden misdede, vervalt sulcxin dobbel boete aenden heere, der stad ende aen partije, al oft hij t'selvebuijten vrede hadde ghedaen, ende alnoch soo vele meer als schepenen, naergheleghentheijt vander saecken, vinden behoorende.

10. Item, dat afle de ghene die vrede heijsschen sijn ghehouden, desversocht sijnde vanden heere, vander weth, oft van partije, te sweeren, datsij dien sijn versueckende niet om de wederpartije te quellen, te provocerenoft te injurieren, maer alleenlijck uijt sorghe van twist oft gheschille, oftanderssins buijten recht gemolesteert oft ghehandelt te worden.

11. Item, indien iemant den anderen oploop dede, oft naer hem smete,wierp oft stiete, oft daerop wachte oft laeghde, oft dreijgementen gave vanslaen oft misdoen, moet sulckx den anderen, indien hij't versueckt ende vaneenighe van des voorschreven is doet blijcken, bij bekennen van partijen oftbij ghetuijgenisse, versekeren met eenen oorvrede.

12. Ende ingevalle de ghedaeghde niet en compareert, behoort bij provi-sien, indien de schepenen dunckt behoorende, den oirvrede gheleijt endegedecerneert te worden, soo langhe ende totter tijdt toe, partijen ghehoort,anders sij geordineert, ende voorts de wete daeraf ghedaen te worden tenhuijse vanden ghebrekelijcken, ende vande twee naeste ghebueren, indienhij niet vintbaer en sij.

13. Item, soo verre die beclaegde, comparerende, ontkende de feijtenvanden claghere, ende daerdoor sustineerde geenen oorvrede te dervengheven, moet de selve beclaeghde, indien de clagher dat versoeckt, indehachten blijven totter decisien vander saecken.

14. Item, soo verre de beclaeghde, ghedaeght sijnde om oirvrede tegheven, niet en compareerde, ende vintbaer waere binncu der stadt oftheuren bijvange, mach bij advise van schepenen, indien hen dunckt vannoode oft geraden, gehaelt ende inder hachten, gestelt worden [totterdecisien vander saecken][21].

p 460

15. Item, die oirvrede gheeft moet gheloven ende sweeren, in presentievanden schouteth oft sijnen stadthouder ende van twee schepenen, dat hijden ghenen die hij versekert niet misdoen en sal, doen noch laeten misdoen,bij hem selven oft iemanden anders van sijnen t'wegen, met woorden nochmet wercken, heijmelijck noch openbaer, bij sijnen consente oft wetene, ingheender manieren; ende oft hij iemanden wiste, oft namaels weet die hemerch, hinder oft letsel doen woude, dat hij hem dat altijt goet tijdts salcondighen ende daeraf adverteren naer sijn macht ende vermogen, sonderargelist.

16. Item, die handtvrede gheeft ghelooft zijne partije niet te injurierennoch te misdoen, in woorden noch in wercken, ende soo verre hij iet teghenshem uitstaende heeft, dat te behandelen met rechte, ende andersins niet,op de correctie vander stadt.

17. Item, die oirvrede ghegheven inder manieren voorschreven blijft altijtvan weerden, tot dat partijen, in presentie van twee scepenen, den selvenafleggen, sonder dat van noode is den selven te vernieuwen.

18. Item, soo wie den oirvrede breeckt wordt gheacht ende gherekentvoor peijsbreker ende vrede-breker, ende oversulx arbitralijck ghecorrigeert.

TITEL V.

VAN POORTERS.

1. Soo wie van buijten begeert poorter van Liere te worden, moet voor aldoen blijcken, bij behoorlijcke certificatie, dat hij is van goeden naeme,faeme ende gheloove.

2. Item, alle poorters die g'heen ingheboren en zijn worden ontfanghentotter poorterijen, op conditie dat hen de poorterije niet en sal dienen ofthelpen in saecken gheboren voor aenveerdinghe vander poorterije.

3. Item, een poorter van Liere houdende binnen Liere huijs ende huijs-ghesin ende familie, ende vertreckende van hier in een ander stadt oftdorpe, ende aldaer sijn neringe doende, oft vrijheijdt aennemende, verliestsijne poorterije ende ambachte van deser stadt, in sulcker vueghen, al wildehij weder binnen Liere comen woonen, en soude hij alhier sijn ambachtniet moghen doen sonder die poorterije ende d'ambacht weder te coopen.

p 462

4. Item, een poorter van Liere egheen huijs oft huijsinge houdendebinnen Liere, ende in andere steden oft dorpe tot houwelijck comende, endealdaer vrijheijt oft ambacht aennemende, en verliest sijn poorterije oftambacht niet, maer mach altijdt weder comen woonen binnen Liere, sijnpoorterije ende ambacht ghebruijcken.

5. Die poorters van Liere ende d'ingeseten vanden bijvanghe, moeten inallen saecken ghehandelt worden met rechte ende naer vonnisse van sce-penen der selver stadt, soo ende in sulcker vueghen, dat men geenen poorternoch bijvancxman vander heerlijckheijt weghen en mach corrigeren, tensij dat de selve poorter ende bijvancxman daeraf bij vonnisse eerst ver-wonnen sij ; ende dat men oock niemanden afpanden en mach hij en sijeerst met rechte verwonnen voor de schult; ten waere iemant hadde ver-worven brieven van executorien ende[22] vanden prince, om liquide schultte doen namptizeren; ghelijck oock de gesworen oude-cleercoopers ghewoon-lijck sijn te doen executeren de schulden waeraf blijckt bij den boecke vanheuren clerck, sonder eenige proceduren, waeraf hier voore is gemen-tioneert; ende oft die schouteth van Antwerpen oft Liere eenighen van henanders handelden oft handelen wouden, soo mochten de voorschreve sce-penen hen in dien ghevalle weijgheren te sitten ende vonnissen uijt tereijcken tot ander tijt[23] dat t'gene dat daerteghen ghedaen soude moghensijn afgedaen ware.

6. Item, men en mach gheenen poorter oft bijvancxman van Liere omegeenderhande misdaet vueren noch betrecken buijten der vrijheijt vanderstadt van Liere, maer moet dat uijtgherecht worden bij den schouthet vanAntwerpen oft van Liere, dien dat competeert, naer vonnisse van scepenenvan Liere; uijtghenomen misdaet van ghequetste majesteijt, ketterije, onghe-loove ende dierghelijcke.

7. Item, die binnen der stadt van Liere woont in sijn selfs huijs daerinnehij ghegoeijt ende ghe-erft is, oft jaer ende dach binnen der stadt ghewoontheeft, wordt ghehouden, gheacht ende gereputeert voor een ingheseten derselver stadt.

8. Item, een poorter oft bijvancxman van Liere en mach den anderen niet

p 464

doen arresteren buijten der stadt van Liere oft heuren bijvange, ten waeredat sulcke persoon fugitif waere, oft daeraf suspect; ende soo wie contrariedaeraf doet verbeurt daeraen x realen van achthien stuijvers t'stuck.

TITEL VI.

VAN CONTRACTEN, VOORWAERDEN ENDE BORCHTOCHTEN.

1. Niemandt en mach bij eenighe voorwaerde, contract, coopmanschapoft conventie vercrijghen erffelijckheijdt in eenighe onruerlijcke oft erffe-lijcke goeden, huijsen, chijnsen oft renten gelegen binnen der stadt oft denbijvange van Liere, oft die oock belasten met eenige renten oft somme vanpenninghen, ten sij dat de selve voorwaerde, coopmanschap oft conventiegepasseert oft bekent sij, respective voor den rentmeester ons ghenadichsteheeren in Liere, oft den grontheere ende aen schepenen vander stadt oftvanden bijvange van Liere, oft den lathen daeronder de selve goeden,huijsen, chijnsen oft renten gelegen sijn, oft voor die wethouderen vanderhooft-stadt, ende dat daeraf gheschiede erffenisse ende onterffenisse ; uijt-genomen alleenlijck bij houwelijcke voorwaerde, ende bij testament oftuijtersten wille, oft met scheijdinge ende deijlinge voor schouteth endescepenen ghepasseert.

2. Item, alle erffelijcke goeden, huijsen, chijnsen oft renten weesen oftonbejaerde kinderen, kercken, godtshuijsen, gasthuijsen, heijligh-gheest-huijsen, der stadt, gemeijnten, ambachten oft geestelijcke plaetsen toebe-hoorende, oft tot Godts dienste geordineert, oft die vercocht worden omiemants uijtersten wille te voldoen, oft voor uijtgewonnen renten, moetenden meesten daervoor biedende vercocht worden, te weten de goedenvanden godtshuijsen, waeraf de stadt heure rekeninghe hoort ende passeert,voor twee scepenen ten minsten, ende der stadt ende gemeijnte goedenter presentien vanden meestendeel vanden scepenen, ende de uijtgewonnengoeden ter presentien vanden schouteth ende twee scepenen.

3. Item, als eenighe goeden vercocht worden met verdieren ende denmeesten ende hooghsten daervoor biedende, soo is t'verdieren naer oudercostumen half tot des vercoopers ende half tot des coopers oft verdierdersbehoef.

p 466

4. Item, den cooper die eenighe erven oft huijsen coopt, op sekere chijn-sen oft renten daeruijt gaende, moet t'sijnen laste draghen de chijnscn enderenten die verloopen naer dat bij daerin is gegoeijt, oft naer date vandendaghe genoemt ende gheaccordeert totter goedenisse, ende den vercoopermoet t'vercocht goet suijveren ende vrij houden van achterstelle verloopentotten daghe vander goedenisse oft die daertoe is ghenoemt.

5. Item, die erve vercoopen, versetten oft met renten ofte chijnsen belastenwilt, is schuldich te specificeren ende, indien hij versocht wort, bij eede tedeclareren alle chijnsen, renten ende lasten daervoor uijtgaende, ende tebeloven waerschap; mits welcke belofte van waerschap alle de goeden van-den belovere, die hij alsdan heeft ende naemaels mach vercrijghen, zijngeneralijck verbonden ende verhijpothekeert voor t'voldoen vande selvewaerschap, soo langhe hem oft sijnen erfghenaemen die toebehooren.

6. Item, die in 't vercoopen ende goedenisse, oft belasten van eenigheerve oft huijsen eenige renten, chijnsen oft lasten daervoor opstaende oftuijtgaende verswijght, moet den cooper, indient hem belieft, sijne, pennin-ghen restitueren, midts wedernemende dat hij vercocht heeft; ende diesulcx heeft uijt bedrogh ghedaen, behoort geacht ende ghehouden te wordenals een dief, ende daervoore ghestraft ende gecorrigeert te worden, oft[24] soomen naer gelegentheijt der saecken bevindt te behooren.

7. Item, als eenen schuldenaer oft debiteur generalijck verbindt, obli-geert ende hipotheceert sijne goeden, alsulcke generale hijpotecque oftverbandt streckt heur ende begrijpt alleenlijck de goeden van den schul-denaer oft debiteur, soo lange hij oft sijne erfgenaemen de selve besittendeende gebruijckende sijn, ende niet langer, alsoo generale verbant oft hijpo-teke niemanden en belet sijne goeden te moghen vercoopen oft veranderen.

8. Item, haeffelijcke goeden en blijven niet verbonden als pant langherdan sij blijven inden eijghendom vanden schuldenaer.

9. Item, alle dat aen een huijs oft erve nagelvast oft aerdevast is, datbehoort te volghen den genen die t'selve huijs volght ende toebehoort, welverstaende nochtans dat huerlingen, hebbende inde hoven geset eenigecruijdeboomen[25], oft andere, oft oock inde huijsen doen maecken eenich

p 468

werck, mogen alle t'selve uijtdoen ende afbreken, midts latende de huijsenende hoven soo sij die aenveert sullen hebben.

10. Item, die eenen anderen eenige renten vercoopt, de penningen daerafontfangende, ende belooft de rente te besetten ende te versekeren op sijnegoeden, goedt ghenoech wesende om jaerlijckx ende erffelijck de renten tebetalen, is schuldigh van dien tijde voorts de loopende renten te betalen,hoewel de goedinghe ende versekerheijt daeraf noch niet gheschiet en is.

11. Item, als iemandt voor schepenen hem als borghe verbindt voor eenenanderen onder de jurisdictie van Liere niet woonende, soo mach de ghenetot wiens profijte de borchtochte gedaen is den borghe aenspreken, indienhem belieft, niet tegenstaende dat de principale present ende suffisant isom te betalen.

12. Item, wanneer een oft meer persoonen hen voor eenen anderenverbinden als borghe ende als principaele schuldenaer, oft dat sij gheloven,indien de principale sijnen dagh niet en houdt, selve de schult te betalen,soo moghen sij aenghesproken worden als principale, hoe wel de schuldenaerpresent ende suffisant waere, ende oock een voor al.

13. Item, als een crediteur, hebbende borghen voor sijne schult, die totsekeren termijn te betalen staet, sijnen schuldenaer anderen dach van beta-linghe gheeft, oft eenighe nieuwe voorwaerde met hem maeckt, soo sijnmet dien de borghen ontslaghen van heure borchtochte ende belofte.

14. Item, een buijtenman, oft gheestelijck persoon, willende iemant terechte betrecken, is schuldich cautie ende borchtochte te stellen voor decosten vanden processe, ende boven dien te rechte te staen ende t'ghe-wijsde vande schepenen te voldoen, indien men hem iet heijsschen wilt,ten waere dat, partijen ghehoort, anders bij schepenen daerinne versienworde.

15. Item, in alle goedinghen, conventien, coopmanschappen ende vercoo-pinghe van erffelijcke goeden, renten oft belastinghe ende hijpotecque vandien, diemen voor schepenen vander stadt van Liere oft heurs bijvancx, oftvoor de laethoven aldaer passeren moet, ismen schuldich te exprimerenende te declareren inde schepenen ende laetbrieven alle lasten ende voor-gaende chijsen, renten, obligatien, servituten ende commeren daermede devoorschreve goeden van te voren belast sijn, sonder alsulcken contracten tepasseren onder generale declaratie, te weten: "op de commeren ende lasten

p 470

daer te voren uijtgaende," ten waere de cooper daermede te vrede waere,ende van sijnen accorde ende consent bij brieven opentlijck bleke.

TITEL VII.

VAN HUERINGHEN.

1. Huere gaet voor coop, ende sterfdagh en breeckt gheen huere.

2. Item, al eest dat eenighe verhuerde erve oft huijs uijtghewonnen wordt,soo en expireert de huere niet, maer succedeert den uijtwinner inde plaetsevanden ghenen die totten uijtghewonnen goeden gherecht was.

3. Item, een tochtenaer mach t'goedt ende huijsen die hij in tochte besitverhueren eenen redelijcken tijt ende termijn van jaeren, te weten dehuijsen daer gheen lantwinninghe mede toe en behoort, drije jaeren, endedaer lantwinntnge toebehoort, ses jaeren, sonder nochtans eenigh voor-deel buijten de jaerlijcksche hure te nemen oft aen iemandt te doene gheven,oft anderssins den huerlinck te belasten, waeraf een ieghelijck, soo wel dehuerlinck als verhuerder, ghehouden is altijt hem bij eede L'expurgerenende soo wanneer ter contrarien ghebeurt, oft dat iemant weijgerde hem teexpurgeren, sal de hueringhe ghehouden worden voor nul, ende sal, in dienghevalle, den huerlinck moeten t'goet ende huijs ruijmen ten naesten tijdevanden jaere daer hij inne is ten tijde vanden overlijden vanden tochtenaer,soo verre de proprietaris t'selve versoeckt ende begheert.

4. Item, mach een huerlinck sijne huere eenen anderen sijns ghelijckeovergheven oft overlaten voor meerderen, ghelijcken oft minderen prijs,sonder dat de verhuerder daeraf de naeste magh sijn, ten waere inde huer-cedule sulcx waere gheaccordeert.

5. Item, een huerlinck, naer dat de jaeren oft termijn van sijn huere uijtsijn ende ghe-expirecrt, en heeft gheen recht om de huere te behouden voorden prijs dat een ander daervore gheven wille.

6. Item, die eenighe huijsen verhuert, is schuldich die te onderhoudenvan wanden ende dake, ende ander nootelijcke reparatie, ende vast vanvensteren ende deuren.

7. Item, een huerlinck en mach d'erve oft huijs bij hem ghehuert nietghebruijcken, oft eenen anderen verhueren om te ghebruijcken, tot andereneringen dan hem die verhuert is, sonder consent vanden verhuerder.

p 472

8. Item, een huerlinck mach d'erve bij hem gehuert vueghen ende stellennaer sijn neeringe daertoe hem die verhuert is, tot zijnen coste, behoude-lijck dat t'selve sij sonder achterdeel oft verderffelijcke schade vander erven,ende dat inder afscheijden vander hueren hij t'selve wederomme stelle insulcken staet als 't was doen hij daeraen quam.

9. Den huerlinck boomen settende op t'goet dat hij ghehuert heeft, machdie weder uijtdoen ende met hem nemen als hij van sijne hueringe scheijt,oft die uijt is.

10. Item, alle haeffelijcke goeden bevonden in een ghehuert huijs ofterve in des huerlincx bewint, staen ende sijn verbonden voor de huerevanden selven huijse oft erve, ende moet de huerlinck de huere betalen,oft den moet vanden verhuerder hebben, aleer hij de haeffelijcke goedenuijten huijse mach doen ; ende indien hij contrarie dade, soo behoorenalsulcke haeffelijcke goeden, ten versuecke vanden verhuerder, wederbinnen platen[26] ghebracht te worden, om sijne verschenen huere daeraente verhaelen.

11. Item, die eens anders goet aenveert om te bewaren, oft ergens tevueren oft te leveren, weder hij daeraf loon neempt of egheen, moet daer-vore innestaen ende t'selve betalen indient verloren, oft hem afhendichghemaeckt wordt, 't en waere dat hij t'selve [wel][27] bewaert hadde, endehem afhendigh ghemaeckt wierde sonder sijn schult, bij fortse oft anderemanieren, die hij niet en hadde moghen beletten bij sijnder neerstigheijtoft diligentie.

TITEL VIII.

VAN RECHTEN GHEHOUDE LIEDEN AENGAENDE.

1. Inden eersten, man ende wijf, willende tsamen vergaederen in houwe-lijcken staet, moghen, voor t'solemniseren van heuren houwelijcke endevoor de trouwe, maecken heure houwelijcke voorwaerde ende contract,sulckx als hen goet dunckt ende sij met malkanderen konnen overdraghen,alwaert oock in absentie van heure vrienden ende maghen, als sij totten

p 474

ouderdom daertoe bij sekere statuijt van hooghlofflijcker memorien onsenheere den keijser Kaerle, de vijfde, vander daten des vierden daeghs octobrisanno veertigh gheordineert, sijn ghecomen[28].

2. Item, soo wanneer man ende wijf voor heur houwelijck ghemaecktende ghepasseert hebben eennigh contract van houwelijcksche voorwaerden,daerop t'selve houwelijck toeghegaen ende gheconsummeert is, alsdanmoeten sij ten beijden sijden hen daernaer vueghen ende reguleren, son-der namaels dat contract af te moghen gaen ende inder stadt recht tewillen staen, ten ware dat sij ghesamentlijck anderssins wettelijck daerafdisponeerden.

3. Item, man ende wijf en moghen ghesamentlijck heur houwelijckschevoorwaerde alsoo niet casseren, renonceren oft te niet doen bij testament,codicille oft donatie, noch bij eenighe andere contracten, de lanckxst-levende en heeft altijt keuse, naer dat d'bedde ghescheijden is, oft hij hemhouden wille aen sijn houwelijcke voorwaerde, oft aen het testament, codi-cille, donatie oft ander contract, dat namaels bij hen beijden ghepasseertmach sijn.

4. Item, wanneer dat tusschen man ende wijf eenighe houwelijckschevoorwaerde ghepasseert ende ghemaeckt is, soo en mach de lancxst-levende van hen beijden egeen voordeel inde gemeijn meubele goedenhebben oft heijsschen, ten ware dat t'selve inder voorschreve houwelijckervoorwaerden expresselijck alsoo ware ondersproken, te weten dat hijt'voordeel hebben soude, oft immers ten minsten t'selve tacite daerinneware begrepen, dat men de goeden, daeraf inder houwelijcker voor-waerden gheene expresse mentie ghemaeckt en is, deijlen soude naer derstadt recht.

5. Item, wanneer vader oft moeder oft overouders heure kinderen oft kints-kinderen eenigh houwelijck goet gheven, alle t'selve houwelijck goet moetende kinderen naer de doodt van heuren ouders ter ghemeijnder deijlinghenvande andere kinderen inne-brenghen, oft soo langhe stille staen, tot datd'ander kinderen daerteghens verleken sijn, alwaert oock soo dat daerafinder houwelijcker voorwaerden niet, en ware eenigh vermaen ghedaengheweest.

p 476

6. Item, wanneer vader ende moeder ghelijckelijck heuren kindereneenigh houwelijck goet maecken oft gheven , soo wanneer d'een vandenanderen sterft, alsdan en derf dat ghehout kint dat houwelijck goet maerhalf ter collectien[29] brenghen, ende ghestaet mits d'ander [helft] eerstinnebrenghende naer de doodt vanden lancxst-levende van vader oftmoeder, ten ware dat anderssins ware bevonden[30] ende ghedisponeert.

7. Item, de kinderen en dorven, ten respecte vanden lancxst-levendevan vader oft moeder, inden sterfhuijse des eersten aflijvighen niet confe-reren noch inne-brenghen ter saken van t'ghene des hen te houwelijckeghegheven heeft gheweest.

8. Item, de kinderen houwelijck goet ghehadt hebbende van heureouders oft overouders, mogen met heuren houwelijcken goeden blijvenuijtten sterfhuijse van heuren ouders oft overouders, indien het hen belieft;ende dat doende en derven niet confereren, oft en sijn inde legaten, exequiennoch schulden van heure ouders niet ghehouden.

9. Behoudelijck, oft die ouders eenighen van heuren kinderen soo vele tehouwelijck gaven, dat die andere heure kinderen luttel oft niet en soudenvan heuren ouders behouden oft succederen, alsdan moghen de ander kin-deren de ghehoude kinderen bedwinghen met recht, niet teghenstaende datsij met heuren houwelijck goede uijt blijven ende t'sterfhuijs van heureouders repudieren willen, dat sij in respecte vande andere kinderen moeteninne-brenghen hen houwelijck goet bij t'ghene dat de ouders achterghe-laten hebben, al en hadden de ouders oock gheen goet achterghelatenboven hen schulden ende lasten overschietende; ende uijt den houwelijckenende achterghelaten goeden vande ouders moghen ghesamentlijck de kin-deren nemen hen legitime, al en waerder oock niet anders overgheschotendan t'houwelijck goet; maer de vremde crediteuren en hebben teghens deghehoude kinderen heure ouders sterfhuijs repudierende gheen actie, tenware dat bleke dat de ouders, in fraude van heure crediteuren t'selvehouwelijck goet ghegheven hadden.

10. Item, wanneer d'ouders heuren kinderen eenigh goet ten houwelijckgheven op sekere conditie inde houwelijcke voorwaerde ondersproken,

p 478

alsdan en moghen de kinderen vanden selven heuren houwelijcken goeden,hen bij heuren ouders op conditie ghegheven, anderssins niet disponerenin prejudicie vander selver houwelijcker voorwaerden oft achterdeel vanheuren ouders.

11. Item, wanneer in eenighe houwelijcke voorwaerden ghestipuleertende uijtten selven contracte eenen derden recht verkreghen is, dat con-tract van houwelijcke voorwaerde en moghen de ghehouwde niet breken,casseren oft veranderen in prejuditie vanden ghenen den welcken rechtbijder selver houwelijcker voorwaerden was gheacquireert.

12. Item, houwelijckx goet, dat de ouders oft overouders heuren kin-deren gheven, oft de weerde vanden selven, dat moet wederomme comenop de ouders diet ghegheven hebben, soo verre de kinderen voor deouders sterven sonder wettigh kint oft kinderen levende achter te laten, oftdat de kints-kinderen bij hen alsoo achterghelaten oock voor de groot-vader oft groot-moeder gheraeckten te sterven, al en ware dat inde houwe-lijcke voorwaerde alsoo niet gheordineert gheweest.

13. Item, soo geringhe als man ende wijf ghehouwelijckt sijn, soo is deman de meester vanden ghereeden ende meubele goeden hen beijden toe-behoorende, niet teghenstaende van waer, datse ghekomen sijn oft tenhouwelijck ghebracht, ten ware dat inde houwelijcksche voorwaerdeexpresse anders ware ghesloten.

14. Item, een man trouwende een vrouwe die niet schulden belast is, diemoet sijns wijfs schulden betalen, ghelijck oock een vrouwe moet betalenheurs mans schulden, die sij trouwt, al sijn die voor date vanden houwelijckghemaeckt.

15. Item, een vrouwe mach met heuren manne heure dotale ende anders-sins ghegheven goeden, ende alle andere hoedanigh die sijn, wel vercoopenende alieneren voor schepenen, ten ware datter eenighe contracten, voor-waerden oft dispositien af waren ghemaeckt ter contrarien.

16. Item, een man en mach sijns wijf onruerende goeden oft renten,erffelijck oft lijftochten, van heurer sijden ghecomen, niet vercoopen,alieneren noch belasten, in al noch in deele, dan ten bijsijne, wille, weteende consente van sijnen wijfve; d'welck oft hij dede, soude sijn nul endevan onweerde.

17. Item, een man mach alle sijns selfs goeden, haeffelijcke ende erffe-

p 480

lijcke, hoedanigh die sijn, die van sijnder sijden inneghebrocht oft ghecomensijn, wel vercoopen sonder aensien van sijnen wijfve, ende oock teghensharen danck ende wille.

18. Item, een wijf, die eenen man heeft, die in overspel leeft ende metandere vrouwen converseert, mach aengaende der cohabitatien van heurenmanne scheijden met allen heuren inne-ghebrochten goeden, die van heurersijden ghecomen sijn, oft de weerde van dien, met allen t'ghene dat totheuren lijve ende rugghe behoort, ende moet de man haer laten volghenoock half de conquesten, ende tot dien t'voordeel inde haeffelijcke endeberuerlijcke goeden.

19. Item, een wijf, die heur misdraeght ende met andere mans conver-seert ende in overspel leeft, die verbeurt haer inneghebracht ende aenge-storven goet, soo langhe als sij leeft, tot heurs mans behoeff, ende de maninachse repudieren, heur latende alleen heure daghelijcksche cleederen ;dies moet hij heur alsdan voorts tamelijck onderhouden ende doen alimen-teren tot eenigher eerlijcker plaetsen, daer hem oft der weth goetdunckt;ende en wilt sij daer niet blijven, soo en is haer die man gheen kleedinghenoch alimentatie meer schuldigh; maer soo verre de man selve oock oneer-lijck gheleeft ende overspel ghedaen heeft, oft namaels dede, soo moet hijder vrouwen heure goeden laten volghen, ende moghen alsdan aengaendeden ghemeijnen goeden deijlen, al of t'houwelijck ware gescheijden oft datsij ghedivortieert waren.

20. Item, man ende wijf, in houwelijcken state sittende, hebben ghelijckepossessie in alle die goeden die hen beijden oft eenen van hen toebehooren.

21. Item, alle verkreghen ende ghecochte goeden, die man ende wijfstaende den houwelijcke winnen, conquesteren oft verkrijghen, zijn ghemeijnhalf ende half, niet teghenstaende dat d'een van ben beijden daerinneghegoeijt is ende inde brieven ghenomineert staet.

22. Item, wanneer man ende wijf staende heuren houwelijcke eenigherenten oft onruerende goeden verkrijghen, daer de man alleen in ghegoeijtende ghe-erft is, ende niemant dan hij inde verkrijgh-brieven ghenoempt enstaet, alsdan mach staende den houwelijcke die man die goeden wede-romme alleen vercoopen, alieneren ende belasten, indient hem belieft, sonderaensien van sijnen wijfve, ja teghens heuren wille ende danck; maer devrouwe en mach dat niet doen sonder heuren manne, al ware sij daerin

p 482

alleen ghegoeijt ende ghe-erft gheweest; maer als de huijsvrouwe mede indebrieven giicnoemt staet, alsdan en mach de man die goeden in al oft in deeleniet belasten oft vercoopen sonder consent van sijnen wijfve.

23. Item, naer t'scheijden vanden bedde en mach de lanckst-levende vanman ende wijf de verkreghen goeden, niet teghenstaende wie dat inde ver-krijgh-brieven mach genomineert staen, niet voorder becommeren, belastennoch alieneren dan voor d'een helft, ter tijdt toe dat hij vanden erfghenamenvanden afflijvighen gheheel ghescheijden is.

24. Item, de goeden daeraf inde houwelijcke voorwaerden gheen expresvermaen oft eenighe dispositie af ghestelt en is, blijven in heure natureende deijlbaer, te weten die onroerende naer der plaetsen recht daer diegheleghen sijn, ende alle de roerende goeden, actien, crediten, inschulden,waren ende coopmanschappen worden ghedeijlt naer der plaetsen rechtdaer t'sterfhuijs gheleghen is, niet teghenstaende dat de goeden, pennin-ghen, coopmanschappen, actien ende crediten buijten der stadt oft heurenbijvanghe ten scheijden vanden bedde mogen gheweest hebben, oft dat dedebiteuren buijten s'landts gheseten zijn gheweest.

25. Item, een vrouwe mach het testament bij heur ende heuren mant'samen ghemaeckt, voor soo vele als heurder dispositien aengaet, wel alleenin absentie van heuren man revoceren, niet teghenstaende sij in't makenvanden testamente ghelooft hadde t'selve t'onderhouden ende niet te brekensonder consent van heuren man.

26. Item, man ende wijf moghen naer heur doodt heure goeden latenende maken elck anderen oft andere diet heur belieft, soo verre sij gheenewettighe kinderen en hebben.

27. Item, man ende wijf moghen maken, passeren ende ordineren hentestament ende uijttersten wille, sonder malkanderens bijsijne oft consent,ende dat elck alleen, naer zijnder belieften.

28. Item, als man ende wijf ghesamentlijck hebben ghemaeckt hen testa-ment ende uijttersten wille, sonder[31] d'een van hen beijden alleen t'selvenamaels wederroepen oft ghecasseert heeft van zijnen weghen, die revo-cant en can oft en mach hem metten selven ghemeijnen testamente nietbehelpen, noch ghenieten van t'ghene dat hem uijt crachte vanden selvenghemeijnen testamente soude hebben ghecompeteert.

p 484

29. Item, een vrouw en mach voor heuren man noch ander gheen borgheblijven oft iet gheloven te betalen, ten ware dat sij t'selve dede wettelijckmet eenen vremden mombaer voor recht.

30. Item, alle ghereede ende haeffelijcke goeden, ende oock alle personeleactien ende crediten van man ende wijf sijn ghemeijn half ende half, tenware anders inde houwelijcke voorwaerden ondersproken.

31. Item, alle heure pachten[32], achterstellen ende inkominghen vanrenten, huijsen, landen ende van erfgoeden van man ende wijf sijn ghemeijnhalf ende half, ten ware anders inder houwelijcker voorwaerden onder-sproken.

32. Item, man ende wijf , ghesepareert ende metten gheestelijckenhove ghedivortieert zijnde, paerten ende deijlen alsdan al oft d'beddeghescheijden ware.

33. Item, den man is mombaer van sijnen wijfve, ende hij mach alle heurepersonele actien, schulden ende inkominghen in heuren naem ende vanheuren tweghen vervolghen, heijsschen ende defenderen, sonder procuratieoft authorizatie van zijnen wijfve.

34. Item, een ghehouwde vrouwe, al is sij coopwijf, en mach heure onrue-rende goeden oft renten niet vercoopen, belasten noch transporteren danten bijsijne ende [met] consente van heuren manne.

35. Item, schijnt dat hier voormaels is ghehouden voor een costume : datman ende wijf, brenghende aen malkanderen te houwelijcke eenighe erf-renten, erfgoeden oft lijftocht-renten, soo verre die binnen heuren houwe-lijcke vercocht, ghetransporteert, oft die renten afghequeten worden, datdie penninghen daeraf procederende waren ghehouden voor ghemeijnegoeden ende deijlbaer; ende al wierden die oock bekeert aen andere erffe-lijcke goeden oft erfrenten, dat sulcke erfgoeden niet min deijlbaer en warenhalf ende half, ten ware dat inde brieven daeraf wierde ghecaveert, oft bijhouwelijcke voorwaerde anderssins ondersproken; maer alsoo sekerequestie is gheresen tusschen Jan Thijs, inder qualiteijt soo hij procedeerde,aenlegghere, ter eenre, ende heeren Matheeuse van Pere, priester, endesijne consorten, verweerderen, ter andere sijden, om ende ter saken van

p 486

sekere erffelijcke renten die Machtilt Thijs, waeraf de voorschreve Jan Thijsgrootvader was, achterghelaten hadde, pretenderende de voorschreveJan Thijs dat de voorschreve erfrenten souden voor d'een helft t'zijndersijdenwaerts succederen, besonder dat die waeren ghecocht bij de mom-baren van Andries Thijs sijns soons, des voorschreve Machtilden vader : devoorschreve heere Matheeus, die moederlijck oom des voorschreve wijlenAndries Thijs was, ter contrarien sustinerende, dat de voorschreve erfrenten,nietteghenstaende de veranderinghe (want die den voorschreven AndriesThijs van sijnder moeder weghen eerst[33] aenghekomen waren) behoordenghehouden te worden vander selver naturen als was het moederlijck goet,ende alsoo te succederen te sijnder sijdenwaerts alleen, ende bijde schepenenvander stadt ende vanden bijvanghe van Liere gheadjudiceert wesende dersijden des voorschreve Jans Thijs d'een helft vande voorschreve erfrenten,seventhien decembris anno vijfthien-hondert ses-en-veertigh , is t'selvevonnis inden rade van Brabant inden jare vijfthien-hondert ende vier-en-vijftigh, op den drij-en-twintighsten dagh van meert, voor Paesschen(1555 n. s.), gheretracteert, waerdoor groote twijffelachtigheijt inghe-brocht is.

36. Item, als man ende wijf, staende heuren houwelijck eenighe vanheuren erfgoeden alieneren bij erfghevinghe, alsoo dat sij voor dat erfgoetrenten blijven heffende, die renten volghen den ghenen ende ter sijdenalleen dien dat erfgoet toebehoort heeft.

37. Item, die onruerende goeden oft renten vander vrouwen en moghennaer heurs mans doodt niet ghe-executeert worden voor des mans schulden,ten ware dat de vrouwe eerst met vonnisse ware ghecondemneert de schul-den selver te moeten betalen; ende ist dat sij, gheen coopijf wesende,daervoor niet en heeft ghelooft, ende dat sij naer de doodt van heuren mangheen have oft vercreghen goeden en aenveert, maer die verlaet, mitslegghende den sleutel op t'graf van heuren man, ende daernaer niet meerin 't sterfhuijs en comt, en can voor de voorschreve schult met ghepraemtworden.

38. Item, een vrouwe, die gheen coopwijf en is, en mach gheen schuldenmaken oft contraheren daer heur man eenighe prejudicie hij can ghehebben,

p 488

ten ware van huijsrade oft andere saken die binnen den huijse ghekomenwaren, oft daer heur man af hadde gheprofiteert, oft die in haerder[beijder][34] oorboore waren bekeert.

39. Item, een man, die zijn wijf ghedooght coopmanschap te doen ofthaer daertoe authorizeert, die moet alle de schulden die sijn wijf alsoo bijghedooghe ende authorizatie van hem ghemaeckt heeft, betalen, ende dieschulden machmen hem heijsschen al oft hij die selve schuldigh ware, endedaervooren ghecondemneert ende ghe-exceuteert worden.

40. Item, een man, die insolvent is ende ten houwelijck treckt, die enmach in faveur van zijnen wijfve gheen houwelijcke voorwaerde maeken,noch zijnen wijfve duwarie gheven van sijne goeden, daermede sijne credi-teuren souden moghen gheprejudicieert zijn.

41. Item, een man oft wijf, die staende heuren houwelijck op des eens oftdes anders erfgoeden oft onruerende goeden oft erfven, die naer t'scheijdenvanden bedde heur oft heuren erfghenamen uijt crachte vander houwelijckevoorwaerden oft anderssins wederomme alleen volghen moeten, eenighenieuwe oft profijtelijcke edificien ende melioratien maecken, die volghenaltijdt den gronde als d'bedde scheijt; dies moet die man oft wijf, die indengront niet gherecht en is, oft hen erfghenamen, daeraf ghecompenseertworden vander eender helft.

42. Item, man ende wijf, die staende heuren houwelijck des eens oft desanders onruerende goeden ofte erven belasten met renten ofte commeren,ende die brieven daeraf ghelijckelijck voor schepenen oft weth passeren,die belastinghe moet ghemeijn ghedraghen worden, in sulcker vueghen datdie ghene van man oft wijf, die de onruerende goeden oft erven toebehoorenoft hen erfghenamen, ghestaen mits draghende d'een helft vanden voor-schreven vercochten renten, ende d'andere moeten d'een helft vandenvoorschreven belastinghen afdoen oft daerteghens compenseren tot sijnencontentement.

43. Item, als man ende wijf eenighe onruereinde goeden ofte erfven aenmalkanderen te houwelijck brenghen., oft binnen den houwelijcke aensterven,die met commeren belast zijn, soo verre de commeren, renten oft chijsenstaende den houwelijck ghelost worden oft ghequeten, ende den pandt

p 490

daeraf ontlast, indien ghevalle worden die afgequeten commeren ghedeijltals conquest ende verkreghen goet, alsoo dat de ghene, die ten scheijdenvanden bedde de onruerende goeden oft erven wederomme naer hemnaem[35], moet den anderen oft sijnen erfghenaem[36] die helft vandenselven oft ghelijcken renten oft chijsen daeroppe assigneren, ende latenheffen ende jaerlijckx ontfanghen ter quijtinghe toe vanden selven.

44. Item, die lanckst-levende van man ende wijf en is niet ghehouden ineenighe vercochte renten, die de afflijvighe voor t'houwelijcke op sijnegoeden hadde vercocht, voorder dan in den achterstel voor de doodt vandeneersten afflijvighen ghevallen.

45. Item, de lanckst-levende van man ende wijf willende blijven besittenende ghebruijcken de haeffelijcke goeden bijden eersten aflijvighen achter-ghelaten, uijt crachte van testamente oft uijttersten wille wettelijckghemaeckt, is schuldigh allen de haeffelijcke goeden in 't sterf-huijs bevondente doen beschrijven oft inventarieren bij eenen secretaris deser stadt, terpresentien van twee schepenen, ende die te doen schatten bij ghesworenschatters hen des verstaende, ende de helft vander somme, daertoe alle dehaeffelijcke goeden gheschat worden, te verborghen met onruerende goedenonder de jurisdictie vander stadt oft heuren bijvanghe gheleghen, oft metsufficiente borghen (die hij schuldigh is van drij jaren tot drij jaren tevernieuwen), van de selve helft van de gheschatte somme naer sijn doodt tedoen restitueren den erfghenaem[37] vanden eersten aflijvighen.

46. Item, vader ende moeder en sijn niet ghehouden te betalen deschulden van heure kinderen, oft de breucken oft boeten, die haer kinderensouden moghen verbeuren.

47. Item, die ouders moeten heure kinderen alimenteren ende onder-houden tot datse hen broot, cost ende cleederen weten te winnen, ende soolanghe sij sterck genoech sijn dat te doen, maer niet langher.

48. Item, de kinderen moeten insghelijckx heure ghebrekelijcke endeverjaerde oudeirs alimenteren ende sustenteren, eerlijck ende tamelijck,naer hen macht ende naer heuren staet, ende dat ter ordinantien vanderweth, indien d'ouders dat versoecken.

p 492

49. Item, als de kinderen, bij legaten oft anderssins, selve eenighegoeden hebben oft verkrijghen om te leven, soo hebben de ouders debladinghe vanden selven goeden soo langhe als sij de kinderen onder-houden, ende sijn onghehouden heuren kinderen daeraf eenighe vergel-dinghe te doen.

50. Item, als persoonen die heijligh-gheest provisien hebben, stervensonder kinderen achter te laten, dan volghen de achterghelaten goeden dertaeffelen des heijlighen-gheests; ende achterlatende wettighe kinderen, sooheeft de taeffele alleenlijck een kints ghedeelt.

TITEL IX.

VAN LEENRECHTEN.

Want die schouthet ende schepenen vander stadt ende vanden bijvanghevan Liere gheen judicature oft kennisse vanden leengoeden en hebben,maer staende[38] ter kennissen respective vanden leenhove van Brabantende vanden leenmannen vanden hoven daerse onder resorteren, welckesmalle bancken alle ghemeijnlijck te hoode komen onder de hooftbanckevan Santhoven, en weten alsoo de voorschreven schouthet ende schepenenniet sonderlinghe vande costumen vanden leenrechten te spreken.

TITEL X.

VAN CALENGIEREN ENDE NADERSCHAP.

1. In t'verkoopen van onroerlijcke goeden, erfchijsen oft erfpacht valtcalengieren ende naderschap van bloedts weghen, ende in gheender andermanieren, behalven ende uijtghenomen dat, soo wie renten uijt sijne goedengildende is ende die vercocht wesende, mach de selve uijtreijcker, binnenjaers naer dat de kennisse aen hem is ghekomen, den coop van der rentenvernaerderen oft calengieren.

2. Item, die eenighe onroerlijcke vercochte goeden, erfchijsen oft erf-pachten wilt vernaderen oft calengieren, moet komen voor den rentmeester

p 494

ons ghenadighste heeren ende voor twee schepenen, oft voor den meijerende twee lathen, alst vanden laethove wort gehouden, ende t'vercocht goetcalengierende wort met vonnis gewesen, dat de cooper ende vercoopersullen worden ghedaeght ten naesten ghenachte, ende de calengierder, stel-lende onder recht gout ende silver, mach t'gout[39] te hemwaerts weder-omme nemen, met presentatie vanden coope te voldoen gelijck dat behoort;welcke calengieringhe oft vernaderinghe behoort bij eenen secretaris opghe-teeckent te worden, ende worden daernaer de cooper ende vercooperghedaeght teghens den naesten genachte, om te aenhooren des calengier-ders versoeck; ende behoort in saken van calengieringhe sommarie endesonder forme van processe gheprocedeert te worden.son

3. Item, indien duerende de questie van de vernaderinghe eenighe schadeaen t'goet ghebeurde, staet die ten laste vanden ghenen die inder saken vancalengieringhe succumbeert oft soude ghesuccumbeert hebben, weder decooper oft calengierder.

4. Item, mach eeniegelijck, den vercooper bestaende vander sijden daerde goeden af gekomen sijn, calengieren ende vernaderen vercochte, onroer-lijcke goeden, erfchijsen ende erfrenten, soo verre hij in't vercoopen vandenselven goeden niet en is present gheweest, alwaert ook dat de cooper warevanden maeghschap, soo wanneer de calengierder den vercooper naerdervan bloede bestonde dan de cooper.

5. Item, daer meerder persoonen, den vercooper bestaende als boven,willen komen tot calengieringhe, soo behoort de naederschap te volghen dienaeste bestaet, het zij man oft vrouwe, nietteghenstaende dat [een] andereerst zijn naederschap ghepresenteert hadde: maer daer twee even naerende in eenen graet den vercooper bestaende begeeren te calengieren, soovolght de naerderschap die eerst sijne neerstigheijt daerinne gedaen heeft,sulckx dat oock de cooper, sijnde inden selven graet als de calengierder, isvoor den calengierder gheprefereert.

6. Item, een ieghelijck moet sijn calengieringhe oft naerderschap presen-teren voor de goedenisse ende erffenisse vanden selven goeden, indien daerdrij paij-gheboden[40] des sondaeghe, diemen inder kercken placht te doen

p 496

binnen der stadt van Liere, ende de drij kerck-gheboden inde prochiekerckevanden bijvanghe vanden anderen goeden onder de selve prochien ghele-ghen, des sondaeghs vander vercoopinge gedaen sijn; ende daer geenpaij-gheboden oft kerck-geboden gedaen en worden voor de goedinge maernaer de goedinge, blijven de vercochte goeden calengierbaer jaer endedagh naer de gheboden, ende daernaer niet, ende soo wanneer gheengheboden en zijn voor noch naer de goedenisse ghebeurt, soo staet decalengieringhe open jaer ende dagh naer dat den vercoop ter kennissenvanden calengierder sal sijn ghekomen, waeraf hij hem ghehouden is teexpurgeren bij eede, ende daernaer niet.

7. Item, men mach gheen paij-gheboden oft kerck-geboden doen, omnaderschap uijt te sluijten, ten zij dat de coop vanden goeden tusschen dencooper ende vercooper eerst ghemaeckt ende metten palmslagh ghesloten sij.

8. Item, een calengierder is schuldigh, ten versoecke vanden cooper oftvercooper, als vore, sijnen eedt te doen, dat hij de calengieringe gedaenheeft tot sijns selfs behoeve ende niemant anders, sonder argelist, te wetendat hij de calengieringhe doende is, om t'selve goet te behouden.

9. Welcken eedt ghedaen wesende, sijn de cooper ende vercooper schul-digh, ten versoecke vanden calengierder ende in sijne presentie, bij heureneedt te verklaren, hoe ende in wat manieren de coopmanschap oft palmslaghghemaeckt ende ghesloten is, sonder fraude ende argelist, ende sondereenigh toe-segghen, dat ten laste van den calengierder soude moghenkomen.

10. Naer welcke eeden alsoo ghedaen, soo moet de calengierder, binnensonne-schijn van dien daghe, onder de weth consigneren ende namptizerende gereede penningen vander coopmanschap, die sonder dagh te betalenzijn, soo verre die penninghen binnen dien tijde souden moghen geteltworden; ende voor de penninghen die op dagh te betalen zijn, ende anderevoorwaerden ende conditien vander coopmanschappe, sal hij moeten stellengoede cautie ende borchtochte, oft panden goet ghenoech sijnde, om tevolkomen ende te volbrenghen de gheheele coopmanschap, naer uijtwijsenvander voorwaerden, op de pene van vervallen ende versteken te sijn vansijn naderschap.

11. Insghelijckx, soo sal de cooper, indien bij hem teghens t'calengieren

p 498

opponeren wille, moeten ten selven daghe binnen sonneschijn oock consi-gneren ende namptizeren onder weth, ende cautie bij borchtochte oftpanden stellen, ghelijck de calengierder, op de pene van vervallen endeversteken te blijven van sijne oppositie, soodat den calengierder sijne naer-derschap volghen soude.

12. Item, soo verre de calengierder niet versoecken en wille dat cooperende vercooper bij heuren eedt verklaren hoe ende in wat manieren decoopmanschap bij den palmslagh ghemaeckt ende ghesloten is, maer wiltanders wettelijck thoonen de coopmanschap, d'welck hij wel sal moghendoen, soo is hij ghehouden, ten versoecke vanden cooper oft vercooper,binnen sonne-schijn te consigneren ende namptizeren, ende cautie te stel-len, als boven, van t'ghene dat de cooper ende vercooper onder eedt voorde weth sullen affirmeren, ende de cooper van ghelijcken, indien hij hemteghens t'calengieren opponeren wilt, op de pene als vore.

13. Item, de vercooper begheerende, ende versoeckende voldaen te wesenvan sijne coopmanschap, sal moeten terstont betaelt wesen vande genamp- tizeerde penningen bijden calengierder oft cooper geconsigneert; des is hijgehouden t'vercocht goet op te draghen metten halme in handen vandenheere, tot behoef vanden genen dier recht aen heeft.

14. Item, t'recht van calengieren ende naerderschap is verschenen soosaen den coop metten palmslagh ghevestight is; niet te min moghen cooperende vercooper malkanderen wel quijtschelden, alsoo verre daer alnochgheen vernaerderinghe ghepresenteert en is, ende anders niet.

15. Item, in't vercoop van goeden die bijden heere oft bij chieringhenden meest daervoor biedende vercocht moeten worden, en valt gheen calen-gieringhe oft naerderschap.

16. Item, in manghelinghe oft permutatie van onberuerlijcke goeden, oftoock transporten ende giften van goeden, sonder bedrogh, en valt gheencalengieringhe, al waerder oock ghelt bij eenen toe ghegheven, soo verredie permutanten sweiren bij eede, des versocht zijnde, dat de manghelinghealleenelijck is ghedaen om malkanderen te gherieven ende te accommo-deren, ende dat zij respective hen goet niet en souden hebben willen dervensonder de manghelinghe, ende dat de selve manghelinghe niet en is toeghe-gaen om d'bloet te versteken.

17. Behoudelijck, waert dat eenigh goet vermanghelt wierde op eenighe

p 500

chijsen, renten oft pachten staende der quijtinghe, soo soudemen t'selvegoet, als gepriseert oft ghe-estimeert, moghen vernaderen ende calengieren,mits betalende daervore soo vele als de principale penninghen vanden voor-schreven chijsen, renten oft pachten bedraghen, oft assigneren op goedesouffisante panden alsulcke renten, chijsen oft pachten, ten keuse vandencalengierder.

18. Item, als diverse goeden t'samen vercocht worden met eender coop-manschappe, daeraf eenighe calengierbaer zijn ende eenighe niet, soo machnochtans de ghene die de calengieringhe aengaet de gheheele coopmanschapvernaerderen ende calengieren, sonder de selve coopmanschap te moghensplijten ende eenighe goeden te willen vernaerderen ende behouden ended'andere niet.

19. Item, de calengierder komt inde plaetse vanden cooper ende moet vol-doen dat de cooper schuldigh was te voldoen, sonder eenighssins meer moghenbelast te worden dan de cooper, bij eenighe voorwaerden oft conditien.

20. Item, indien de calengierder niet en voldoet dat hij schuldigh is, endemits dien van sijnder naerderschap vervalt, soo moet de cooper de coop-manschap voldoen, want hij de coopman blijft.

21. Item, de vruchten van gecalengierde goeden, de welcke de coopernaer de goedenisse soude hebben moghen ontfanghen, volghen den calen-gierder vander tijdt dat hij sijne calengieringhe heeft ghepresenteert endedaeraf doen de wete doen den cooper ende vercooper.

22. Item, wanneer iemant besittende ende heffende eenighe chijsen,renten oft pachten, gheen grontchijsen oft heeren-chijsen sijnde, op eenanders huijs, gront oft goet, de selve sijne chijsen, renten oft pachten alleenoft met andere onroerlijcke goeden vercochte, soo mach elck op wiens goetde selve chijsen, renten oft pachten ghehijpoteckeert staen, de naeste sijnom te calengieren t'ghene dat uijt sijn goet gaet, betalende naer advenantvander coopmanschappe, sonder de gheheele coopmanschappe te moetenaenveerden; ende gaet voor allen anderen die de coopmanschap van bloetsweghen soude moghen vernaderen, mits dat doende binnen jaers, ghelijckinden eersten articule is verhaelt.

23. Item, de calengierder moet den cooper restitueren, metten princi-palen penninghen vanden coope, alle de nootelijcke reparatie die de cooperheeft moeten doen aen t'vercocht goet naer sijne goedinge, sonder die te

p 502

moghen verghelijcken oft compenseren metten ghehaven vruchten; ende vanandere reparatien oft timmeringhen niet nootelijck wesende, en is de calen-gierder niet schuldigh iet te betalen; ende niet te min, moet hem t'ghecalen-giert goet volghen, ghelijck dat betimmert ende gherepareert is.

TITEL XI.

VAN CHIJSEN, RENTEN ENDE ERFPACHTEN.

1. Alle chijsen ende renten staende op eenighe huijsen binnen der stadtvan Liere machmen lossen ende quijten den penninck met sesthien der-ghelijcker penninghen ende met [de] verschenen renten, uijtghenomen vangoeden der kercken toebehoorende, ende oock uijtghenomen de grontchijsen.

2. Item, alle renten bij coope gheconstitueert, hoewel inde brieven van-der constitutien gheen mentie van redemptie en is ghemaeckt, sijn vanheurer naturen quijtbaer.

3. Worden oock voor quijtbaer ghehouden alle renten waeraf gheenconstitutie-brieven en worden ghevonden.

4. Te weten: elcken penninck effelijck vanden ouden gheltrenten dieghehouwen[41] worden op eenighe panden, binnen der stadt, met sesthienpenninghen eens, ghevalueerts gelts.

5. Ende die inden bijvanghe ghehouden[42] worden elcken penninckerffelijck met achthien penninghen eens.

6. Item, de rogrenten, van outs betaelt, vanden welcken gheen constitutieen blijckt, elck veertel met sesthien Carolus guldens eens, van twintighstuijvers den gulden.

7. Item, als chijsen, renten oft erfpachten, onquijtbaer oft staende telossen met swaren ghelde, vercocht worden om sekeren prijs, soo blijvenalsulcke vercochte chijsen, renten ende erfpachten, binnen jaers naer dat dekennisse aenden uijtreijcker is ghekomen, losbaer voor alsucken gelt endeprijs als die vercocht sijn, niet teghengtaende de inde constitutie van dienmeer oft swaerder gelt daervore ghegheven ware.

p 504

8. Item, in betalinghe van renten, chijsen oft erfpachten gestaet eenieghelijck met gewoonlijcke betalinghe.

9. Item, als eenighe chijsen, renten oft erfpachten ghequeten worden,daer een ander sijn tocht aen heeft, mach de erfman oft proprietaris vandevoorschreven chijsen, renten oft erfpachten de penninghen vander lossingenaer hem trecken ende ontfanghen, mits bekennende den tochtenaer soovele lijfrenten, ende die versekerende op goede souffisante panden binnender stadt van Liere oft heuren bijvanghe ghelegen; ende indien de erfmant' selve niet doen en wilde oft en koste, soo mach de tochtenaer de pennin-ghen naer hem trecken ende ontfanghen, mits stellende goede cautie endeborchtochte de penninghen altijdt weder te leveren, als de erfman die salweten aengheleet ter selver naturen op goede suffisante panden binnen dervoorschreven stadt oft heuren bijvanghe gheleghen; ende indien die erfmanende de tochtenaer de voorschreve sekerheijt niet voldoen en kosten oft enwilden, soo souden de voorschreve penninghen in 't comptoir vanden rent-meester van deser stadt ghesequestreert worden, totter tijt datmen soudeweten die aen te legghen aen goede renten.

10. Item, hoewel eenighe gronden van erven, daeroppe chijnsen oft ren-ten bepant ende ghehijpotecheert sijn, ghedeelt oft ghespleten worden, soois nochtans de chijnsheere oft rentier niet schuldigh sijn rente oft chijs tesplijten, maer moet gheheelijck betaelt worden, oft anderssins mach alle depanden doen beleijden ende uijtwinnen.

TITEL XII.VAN BESETTEN ENDE VOORGHEDAGHEN, MET DES ER AENCLEEFT.

1. Als een schuldenaer, belast met schulden, voorvluchtigh oft aflijvighwort, gheen erfgenamen hebbende, die sijne goeden met laste van schuldenaenveerden wille, soo sijn de crediteuren van sulcken schuldenaer, om totbetalinghe van heuren schulden te komen, gehouden te procederen metbesette ende voorghedagen op de goeden vanden overleden oft ghevluchten,ende t'selve beset ende voorghedagen te doen ter presentie vanden schou-teth ende van twee schepenen, daeronder de goeden gheleghen sijn.

p 506

2. Mits welck beset wettelijck ghedaen ghelijck dat behoort, allen degoeden vanden schuldenaer, soo wel have als erve, die hij te dier tijdt heeftoft namaels verkrijghen mach, ghearresteert ende geaffecteert zijn endeblijven tot voordeel ende profijte van sijn crediteuren, die t' selve besetvervolght hebben, ende alle andere die binnen behoorlijcken tijde gelijckeprocedure hebben ghedaen ende bethoon doen ghelijck hiernaer verklaertsal worden; in sulcker vuegen, dat de selve schuldenaer de voorschrevegoeden geenssins en mach vercoopen, veranderen, transporteren oft anders-sins alieneren, oft in betalinghe gheven, oft den eenen crediteur voor denanderen daerinne eenigh voordeel doen oft gheven; ende sijn alle contractenbijden schuldenaer dien aengaende ghemaeckt, nul ende van onweerden.

3. Item, die een beset oft voorghedaghen heeft doen doen op goeden vaneenen aflijvighen oft voorvluchtighen, als vore, ende t'selve wilt vervol-ghen, moet d'beset doen teeckenen bij eenen vande secretarissen, noemendeende exprimerende sijnen schuldenaer, levende oft doodt, ende de sommevander schult, ende t' selve beset oft voorghedagen vervolghen drij ghe-nachten naert ghenachte als d' beset oft voorghedaghen is ghedaen, ende tenderden ghenachte ter vierscharen, ende daer en t' eijnden moetmen binnenden naestvolghenden ghenachte de leveringhe vanden goeden nemen, terpresentien vanden schouteth ende van vier schepenen, ende wort den heijs-scher t' goet ghelevert om t'sijne af te nemen, sonder baelmonden, behou-delijck ieghelijcken sijnen rechte ende mits ghewarighende sijne schult.

4. Item, soo wanneer iemant voorvluchtigh oft aflijvigh gheworden is, alsvore, soo is de schouteth, terstont naer d'eerste beset oft voorghedaghen bijiemanden gedaen, schuldigh, des versocht zijnde, te aenveerden alle endeieghelijcke de goeden, vanden [?] huijsen, haven[43], erven ende erfrenten,waren ende coopmanschappen, hoedanigh die sijn, binnen der voorschrevestadt oft heuren bijvange gelegen ende bevonden wordende bijden fugitivenende aflijvigen achtergelaten, ende daeraf te nemen behoorlijcken inven-taris, gemaeckt ter presentien van twee schepenen, daeronder dat behoort,ende ten slote gheteekent ende gheaucthentizeert bijden selven, ende alsooghe-inventarieert sijnde, alle de selve goeden in bewarender handt te houden,t'zijnen laste; nochtans ten koste vanden selven goeden, totter tijt ende

p 508

Wijlen toe alle crediteuren desselfs fugitiven oft aflijvighen heure recht-voorderinghe daerop voleijnt hebben inder manieren boven gheruert.

5. Item, de voorschreve schouteth den voorschreven inventaris alsooauthentickelijck ghenomen ende ghemaeckt hebbende, is gehouden terpaijementen[44] alhier inne te daghen den fugitiven, ende oock te insinuerenalle de crediteuren vanden schuldenaer voortvluchtigh oft aflijvigh, condigendedat sij ende elck van hen komen, binnen den termijn naer beschreven, doenheure beset oft voorghedaghen ende rechtvoorderinghe, oft dat sij anders-sins versteken sullen zijn van heuren rechte.

6. Item, soo wie hem wilt draghen als crediteur, hij sij gheestelijckn, oftweerelijck, oft van wat state oft conditie hij wesen mach, van eenighenfugitiven oft insolventen aflijvighen, is ghehouden binnen drij maendennaer den dagh vander voorschreven insinuatien te doen behoorlijck besetende voorghedaghen, ende dat te vervolghen, als voor, op des aflijvighs oftvoortvluchtighs goeden.

7. Item, alle de voorschreve crediteuren, ende elck van hen in't sijne,moeten hen beset oft voorghedaghen vervolghen, als vore, van ghenachte teghenachte totten eijnde toe, te weten die principale crediteuren bij henselven in persoon, oft bij heure procureurs, speciale macht hebbende de uijt-winninghen te doen vande goeden ende macht in heure sielen te sweiren,affirmerende van hoe vele , specifice noemende ende grootende heuregheheijschte somme, met specificatie waeraf ende van wat saken oft coop-manschappen heure schulden ghesproten sijn ende gheprocedeert, ende alop de pene ende verbeurte van ghepriveert ende ghefrusteert te sijn ende teblijven van heuren rechte ende actie, ende niet te moghen hebben noch tedeijlen naer rate oft anderssins inde achterghelaten goeden des fugitiven oftaflijvighen.

8. Item, naer dien dat eenighe rechtvoorderinghe ende uijtwinninghenaervolghende des voorschreven staet volschiet ende voleijnt is, soo is devoorschreve schouteth ghehouden, van officie weghen als vore, alle de haeffe-lijcke ende beroerlijcke goeden binnen acht daghen daernaer te doen ver-coopen bij ghesworen oude-cleercoopers ende dat bij openbare uijtroe-pinghe, omme de selve goeden ten hooghsten te brenghen.

p 510

9. Ende naer dien alle rechtvoorderinghen ende uijtwinninghen volschietende voleijnt sijn, soo moeten de erffelijcke ende onberoerlijcke goedenvercocht worden, soo hiernaer volght, te weten datmen op den eersten ofttweeden sondagh naer de voorschreve leveringhe is ghehouden (ter puijenaf binnen deser stadt, ontrent den elf uren voor den noen, liggende de goe-den onder de prochie vander selver stadt, ende inde prochie-kercken daerde goeden anderssins sijn gheleghen ten tijde vander hoogh-misse ende denvolcke meest vergadert wesende) te kondighen ende te verclaren openbaer-lijck, dat alsulcke goeden, diemen specificeren moet, ter vierscharenuijtghewonnen sijn, toebehoorende dien oft dien persoon, aflijvigh oftfugitif gheworden sijnde, ende verklaren hoe vele die jaerlijckx gelden,inghevalle die verhuert worden, oft inghevalle neen, hoe vele die plachtente gelden.

10. Item, van ghelijcken moet ghedaen worden ten tweeden ende derdensondagh daernaer, ten tijde als vore, ende ten tweeden sondagh verklarenden dagh wanneer den palmslagh sal worden ghegheven.

11. Ende moeten de voorschreve goeden te coope ghestelt worden opbehoorlijcke voorwaerden, ten daghe gheprefigeert, ten twee uren naer dennoen, oft daer ontrent, inden raethuijse der voorschreve stadt, ter presentievanden schouteth ende twee schepenen daeronder de goeden ghelegen sijn,met eenen vanden secretarissen, daer oock bij moet wesen de dienaer oftsergeant dien dat toebehoort; ende gheeftmen ten eersten sitdaghe denPalmslagh den ghenen die bevonden wort metten uijtganghe vander ber-nender keerssen daervore meest biedende; welcke keersse ontsteken wortten drij uren, ende niet daer voor; oft wort oock wel den palmslagh ghege-ven den ghenen meest biedende tusschen sekere ure ende metten eerstenklockslaghe vanden voorslagh, t'zij van drij oft vier uren naer noen.

12. Item, ten derden sondaghe wort wederomme vercondight t'ghenedes hiervore der uijtwinninghen aengaende is gheseijt, ende wort alsdanoock verklaert dat den palmslagh is ghegheven, ende oock ghenoemt denpersoon waeronder de voorwaerde daerop den palmslagh is gheghevenberust, ende voorts oock gheprefigeert den dagh ende wanneer de lestekeersse sal worden onsteken, oft anderssins als vore de verdieren uijtgaensullen.

13. Tot welcken daghe, ten tijde, ter plaetsen ende ter presentien als

p 512

voor, worden de uitghewonnen goeden ter venten ghestelt metter lesterbernender keerssen, diemen ontstekt als vore, oft daernaer, oft metteneersten klockslaghe van drij, oft vier uren naer noen, ingevalle den schou-teth ende schepenen goetdunckt ; ende dien, de selve goeden mettenuijtganghe vander leste bernender keerssen oft klockslaghe voorschrevenblijvende sijn, moet gheloven, ter presentien, vanden voorschrevm schou-thet ende schepenen, te voldoen ende te volvueren op prompte ende heer- d hlijcke executie, alle de poincten ende, articulen ende elck, besonder vandevoorwaerden daeroppe hij die ghecocht sal hebben, passerende daeraf sche-penen gheloften in ghewoonlijcker formen.

14. Ende is de voorschreve-schouthet ghehouden de voorschreve goeden,alsse vercocht sijn, de penninghen daeraf komende in sijne handen te doenkomen, ende die deijlinghe daeraf naer rate te maken, ende elcken credi-teur t'zijne te gheven binnen den tijde van ses weken naer date vandenlesten vercoop-daghe.

15. Ende inder selver manieren ismen ghehouden te vercoopen de goedendie uijt krachte van executien van eenighe vonnissen vercocht worden, endeis de schouthet oock gehouden de penninghen daeraf in sijne handen tedoen komen ; ende soo wanneer meer crediteuren sijn, de deijlinghe daerafnaer rate te maken, ende elcken crediteur t' sijne te gheven.

16. Behoudelijck dat gheprefereert worden inde betalinghe van heurenschulden ende crediten dese navolghende persoonen :

17. Eerst ende voor al wort gheprefereert gherechten ende puren arbeijts-ende bodenloon, wel verstaende dat daermede niet ghemenct en sij eenighecoopmanschap.

18. Item, daernaer worden gheprefereert des princen ende der stadt,penninghen ende schulden van accijsen, ende alle andere hoedanigh die sijnmoghen.

19. Item, daernaer alle vonnissen bij rechte ende justitie ghegheven, endeschepenen gheloften ter manissen t'schoutethen oft sijns stadt-houders bijpartijen metter minnen ghedaen, ende welcke vonnissen ende gheloftenalhier, ter executien staen, ende anders gheen, worden gheprefereert alleen-lijck soo verre d'executie van dien begonst, ofte bij partijen behoorlijck inkennisse van schepenen begheert heeft gheweest te doen, al voor ende eerde schuldenaer voorvluchtigh ende d'aflijvighe gestorven is, behoudelijck

p 514

ende wel verstaende dat ouder van date altijt voorgaen sal, ten ware datjongher van date voor ende eerst hadde begonst te executeren oft begheertexecutie, in welcken ghevalle jongher van date voorgaen sal.

20. Daernaer worden ghelijckelijck gheprefereert alle vonnissen metrecht ende justitie ghegheven, ende schepenen gheloften ter executienstaende als vore, aldaer gheen executie op begonst oft begheert en isgheweest, ende oock alle obligatien van schatschulden, ende andere bekentende ghepasseert onder deser stadt seghel, oft voor schepenen der selver,oft vanden bijvange, oft oock voor schepenen van Antwerpen, behoudelijckaltijt dat d'outste vonnisse, ghelofte oft schepenen obligatie voorgaet endegheprefereert wort voor jongher van date.

21. Item, als aengaende de huijshueren ende pachten, en hebben deselve egheene preferentie, dan alleenlijck aen t'goet ende de pandenbevonden op de verhuerde huijsen, hoeven ende erven; waeraen de selvehuijshuren ende pachten alleene ende voor alle crediteuren voorghenoemt,ende oock voor alle andere , hoe die gepriviligieert zijn gheprefereert worden.

22. Item, panden metter minnen ghegheven sonder bedrogh voor devlucht oft aflijvicheijt des schuldenaers, oft eer executie op den schuldenaeris versocht, oft[45] op hem oft op zijne goeden eenigh vervolgh van recht isghedaen, blijven den genen dien die ghegheven zijn; is niet min nochtans diecrediteur ghehouden tot dien pandt te moeten voorghedaghen naer recht,ende voorts met alle poincten van rechte ter vierscharen uijt te winnen,ghelijck ander crediteuren, ende dien ter merckt laten comen ende vercoopenbij openbaeren uijtroepen, oft ten minsten doen proeven hoe vele dienpandt erger oft beter is dan sijne gheheijschte schult.

23. Item, ist dat jemandt van buijten heeft inder stadt oft inden bij-vanghe berustende eenighe haeffelijcke ende beruerlijcke goeden, oft oockeenighe penninghen oft crediten, moghen zijn crediteurs oft actie op hemhebben [hebbende] totten voorschreven goeden, penninghen oft creditendoen voorghedaghen, ende henlieden procedure vervolghen (ghelijck inden[derden][46] articule van desen capitele is gheseijt), [ende] worden dencrediteur de goeden, penningen oft crediten, indien de procedure niet en

p 516

wort voir t'derde ghenechte ghestoort oft ontset, ghelevert, ghelijck indenselven articule oock wordt verhaelt.

24. Item, de crediteurs, procederende in dier voeghen op jemants haeffe-lijcke ende beruerlijcke goeden, penninghen oft crediten, zijn ghehoudenwettighe wete te doen eerst den persoon waeronder die berusten, welckepersoon metter selver weten is verbonden te verandtwoorden voor de selvegoeden, dat hij die niemandt en mach laten volghen sonder consent vandencrediteur; ende moet voorts de selve crediteur oock goedts tijdts wettighewete doen den persoon dien t'goedt toebehoort, al naer inhoudt vandenix. articule hier voore onder den titele : Van arrestementen breederverhaelt[47].

25. Item, mach oock elcken crediteur voor den achterstel van erfrentenende erfpachten doen besetten ende voorghedaghen tot sijne panden,indien hem niet en belieft den ghebruijcker vanden pande personelijck teconvenieren, ghelijck hem is gheoorloft, als gheseijdt is inden xlvj. articuleonder den titule : Van officien, jurisdictien, etc.[48] Ende dese crediteurhijpothecaire, willende als voren vervolghen sijne panden, is ghehoudensijn beset oft voorghedagen te doen ter presentie vanden schouteth endetwee schepenen, respective vander stadt oft vanden bijvanghe, waeronder degoeden gheleghen sijn, ende dat te doen registreren bij eenen secretaris, metdeclaratie vanden achterstelle ; ende hebbende die wettige wete daeraf doendoen den proprietaris, oft den besitter vanden pande, ende hebbende voortsgheprocedeert van ghenechte te ghenechte, tot drij ghenechten toe, naer t'ge-nechte als d'beset oft voorghedaghen is ghedaen, ende ten derden genechteter vierschaeren, soo worden ten selven derden ghenechte de besette goedenter leveringhe ghewesen, opdat daer en binnen niemandt de reele procedureen stoort oft en ontset; ende des anderdaeghs, oft binnen den naestvolgendcngenechte wordt de crediteur, oft sijn procureur, tot henlieden versuecke,d'beset goet ghelevert bij vonnisse van vier schepenen , ter manissent'schoutheten, voor d'jaer, ist een huijs, met clepele ende met clincke,ist landt, bempt, bosch oft andere erven, met russche ende met rijse, omt'selve goedt jaer ende dach te houden sonder verbaelmonden, ende daeraen

p 518

te verhaelen den achterstel van sijne erfrenten oft erfpachten, ende wortde leveringhe vanden goeden inder stadt ligghende ghenomen op den gront,maer vanden goeden liggende inden bijvanghe en wort d'beleijt op dengront in 't voorjaer niet ghedaen, maer wort de leveringhe ghenomenmet eenen rusch inden raedthuijse vander stadt.

26. Item, naer de voorschreve leveringhe succedeert de uijtwinner indeplaetse vanden besitter vanden goede, in sulcker vueghen, ist dat de uijtghe-wonnen goeden sijn verhuert, soo en mach de huerlinck, hebbende wettighewete vanden besette naer date van dien gheen betalinghe den besitter doenvander hueringhen die daernaer verschijnt, maer is ghehouden de hure vandien jaere te hetalen den uijtwinner; ende ist dat de besitter vanden uijt-ghewonnen goede dat selver ghebruijckt ende niet en is verhuert, soo moetd'uijtghewonnen goet, naer voorgaende publicatie ter puijen, oft inderprochie-kercken waeronder dattet is gheleghen, verhuert worden bij eenenvande dienaers daeronder t'goet is ghelegen, binnen der prochien aldaer,ter presentien van twee ghetuijghen, den ghenen meest daervore biedendeden tijdt van een jaere ende niet langher ; ende moet sulcke huerlinckterstont verlegghen de costen vander uijtwinninghen in't voorjaer, mettensalaris des voorschreven dienaers de verhueringhe doende.

27. Item, indien de crediteur met der hueringhen vande uijtghewonnengoeden in't voorjaer niet en can voldaen worden, ende willende procederenin't naerjaer, is ghehouden de goeden te besetten in't naerjaer, ende daeropte procederen met drij ghenechten, als vanden voorjaere is gheseijt, endeop dien dat niemandt daer en binnen en comt, die hem hantvullinghe oftstooringhe doet oft de goeden ontset, ende dat den eijghenaer is wettighewete in't naerjaer ghedaen, soo worden den crediteur oft sijnen procureurde besette goeden ghelevert bij vonnisse van vier schepenen, ter manissent'schoutheten in't naerjaer, ist een huijs, met clepele ende clincke, ende istlant, bempt, bosch oft andere erven, met russche ende met rijse, als zijnpropre ende eijghen goet; dies is hij ghehouden t'selve goet te vercoopen terpresentien vanden schouteth ende twee schepenen, daertoe ghebruijckendede solemniteijten ende hem regulerende daerinne ghelijck hiervore indennegensten ende sekere navolgende articulen is verhaelt ende ghedeclareert.

28. Item, de uijtghewonnen goeden vercocht wesende, is de uijtwinnerghehouden vande penninghen vande selve goeden ghecomen te doene reke-

p 520

ninghe ende bewijs voor de weth, ende des bevonden wordt te overenboven de gheheijschte achterstellen ende den achterstel vande renten daer-vore uijtgaende, midtsgaders de wettighe costen vander uijtwinninghen metdes daeraen cleeft, is de uijtwinner ghehouden te consigneren in 't comptoirvander stadt tot behoef vanden ghenen die daertoe bevonden wort gerechtte sijne.

29. Item, soo wie eenighe lijftocht-renten is heijschende op eenighe goedenoft panden, ende niet begheerende den ghebruijcker vanden pande perso-nelijck te convenieren, mach op sijne panden procederen met drij ghe-nechten , gelijck hiervore vander erfrenten ende erfpachten is verclaert;ende indien, naer wettighe wete aenden besitter ghedaen, de procedureniet en wort ontset oft ghestoort, soo worden den crediteur des ander-daeghs naer t' derde ghenechte, oft binnen den naest volghenden ghenechte,t' sijnen versuecke, de goeden gelevert, oock met manissen des schoutethsende bij vonnisse van vier schepenen, om daeraen jaerlijckx te verhalensijne lijftocht-rente, sonder verbaelmonden des goets ende ter wettigherrekeninghen.

30. Item, die t' goet oft have van eenen schuldenaer aflijvich oft voor-vluchtich, oft niet machtigh zijnde sijne crediteuren te betalen, als vore,ende op wiens goeden beset gedaen is, oft die in rechte is betrocken, helptversteken, vluchten oft vervremden, oft selve binnen sijnen huijse houdtende herberght, in prejudicie vanden crediteuren, is schuldich te betalende crediteuren (gheverificeert hebbende heure schulden, soo naer costumebehoort) allen t'ghene des sij aen des principalen schuldenaers goet te cortcomen.

31. Item, soo wanneer jemant diverse parcheelen van erven ende goedenbegheert beleijt te hebben, die met eenen brieve sijn verbonden, is ghenoeghzijn beleijt te doen op oft aen de huijsinghen vanden selven goeden.

32. Item, een crediteur oft rentier hebbende diverse gronden van ervenhem ghelijckelijck verbonden, mach eenen oft meer vanden selven gronden,die hij meijnt voor sijne rente goet ghenoech te zijne, besetten, sonder opalle de panden te derven procederen, behoudelijck den ghenen wiens pandenbeset worden sijn regres teghen die andere panthouders.

33. Item, die eenighe erve wilt doen beleijden ende uijtwinnen isschuldich alle renten ende chijnsen daeruijt gaende ouder [dan] de date

p 522

vande[49] rente oft schult daervore hij beleijt ende uijtwinninghe doet, tebetalen, oft anderssins soude die ouderen chijns oft rente heeft de selveerve weder moghen doen beleijden ende hem afwinnen.

34. Maer die eenighen jongheren chijs oft rente heeft op de beleijde oftuijtghewonnen goeden is schuldigh, voor de leveringhe in 't naerjaer, denuijtwinner te doen hantvullinghe, hem opleggende cost ende commere endealle reparatien, oft anderssins en heeft geen voorder actie dan aen de pen-ningen over ende boven de oude renten metten achterstelle, ende de costenvander evictien met des daer aencleeft, als de goeden vercocht sijn.

35. Item, alsmen meer, panden oft parcheelen van erven heeft doen,beleijden, soo is de ghene die hantvullinghe doen wilt, t'sij in d'uijtwinnenoft voor de leveringhe in't naerjaer, schuldich te betalen alle achterstellendaervoor de goeden beset sijn, metten costen daeraen clevende, ende allereparatien, sonder te moghen ghestaen midts betalende naer advenantvanden pande die hij besit oft die hij begheert te suijveren.

36. Item, een ieghelijck is gheoorloft te procederen bij besettinghe oftvoorghedagen, niet alleenlijck om betalinghe te hebben van achterstellenvan renten, chijsen, oft erfpachten, maer oock om te hebben voldoeningevan waerschap voor schepenen belooft, ende oock om te hebben volcomin-ghe van scheijdinghe ende deijlinghe voor schepenen ghepasseert.

37. Item, die in possessie is den termijn van thien jaeren van te heffeneenighe chijsen, pachten oft renten uijt crachte van sijnen chijsboeck oftrolle, sonder andere bescheet van brieven daeraf te hebben, mach d'ervevanden ghenen die den chijs, pacht oft rente betaelt heeft, oft van sijne erf-ghevinghen[50] doen beleijden ende uijtwinnen voor sijn achterstellen, nietteghenstaende dat sij den rechten pandt niet en besaten, totter tijdt toe dathij den heffer sijnen rechten pant bewese ende soo vele dede, dat hij daeropvoortaen sijne betalinghe sonder calengie heffen mochte.

38. Item, die eenich uijtgewonnen goet vercoope, die is schuldich in sijnen'eijghen naem den cooper waerschap te beloven ende daeraf ghenoegh tedoen.

39. Item, die sijn huijs oft erve wille laten varen oft abandonneren voor

p 524

den chijs oft rente die daer uijtgaet, is schuldich te betalen de achterstellenvanden voorschreven chijs oft rente te voren ghevallen ende verschenen bijtijde dat hij t'huijs oft erve beseten heeft.

40. Insghelijckx is schuldich t'huijs oft erve te verlaten met al dattertoebehoort, sonder iet naghelvast oft aerdtvast sijnde, deuren, vensterenoft solderen te moghen afbreken oft wech draghen, oft d'erve te blootenvan boomen oft anders; ende die contrarie dede met voorsetten rade, soudede schade moeten oprechten ende betalen, ende boven dien noch staen tercorrectien vanden heere ende vander stadt.

41. Item, niemant en mach afbreken eenighe huijsen daer andere chijsenoft renten op heffen, sonder consent ende wille vanden chijnsheere oft ren-tier, ten sij dat hij't doet om den pandt te beteren, oft dat hij den chijns-heer oft rentier anderen goeden onderpant sette ter discretien vander weth.

TITEL XIII.VAN ERFSCHEIJDINGHEN, SERVITUTEN ENDE RECHTEN DE ERFSCHEIJDERSAENGAENDE.

1. Die erfscheijders en hebben gheen macht om vonnissen te wijsen, dan,worden ghemeijnlijck van partijen in geschil sijnde ter causen van erf-scheijdinghe, servituten oft ghemeijne mueren versocht, eer sij in rechtecomen, om hen te vereenigen indien't doenlijck sij.

2. Item, wanneer sij partijen niet en connen vereenigen, comen de selvepartijen, oft d' eene van hen, voor die weth versoeckende dat sij soudencompareren op den grondt contentieus, om hen different aldaer te beslich-ten ; ende indien den clager alleene dat versoeckt, soo wort der wederpar-ti en dach bescheijden tot eenen sekeren daghe ende tijde, ende alsdancompareren die schouteth ende vier schepenen ten minsten, met drij ofttwee erfscheijders op den gront contentieus, ende hooren de voorschrevenschepenen die partijen aldaer mondelinghe, ende doen oock hen (ghehoorthebbende altijdt d'advis vanden erfscheijders) op hen bedingde recht,indien sij de saecken daertoe ghedisponeert vinden, oft ordineren hen heureverbale dinghtale te schrijven bij advertissemente.

3. Item, die over sijnen ghebuere wilt claghen, dat sijne schouwen,

p 526

ovenen, forneijsen, nasten oft andere plaetsen, daermen vier besicht, sor-ghelijck sijn, ende anders staen oft ligghen dan sij behooren, die moett' selve te kennen gheven den keurmeesteren, die welcke schuldich sijnt' selve voorts over te draghen aen die vander weth, ende de plaetse bijlaste vander weth met eenen dienaer ende ander bij hen ghevoeght tevisiteren ende indien daer ghebreck in ghevonden wordt, soo wortdaerinne een gat ghesmeten , opdatmen daerinne gheen vier en soudemaecken, ter tijt toe dat t' ghebreck ghebetert is.

4. Item, die keurmeesters sijn schuldich die vander weth op heuren eedtte adverteren, als sij eenich ghebreck weten aen schouwen, ovenen oftandere plaetsen daermen vier inne besicht, sonder te verbeijden clachte vanpartije.

5. Item, alsmen, om erfscheijdinghe tusschen gebueren te doen, gheenplaetsen[51] en vindt, soo behoortmen d' erve te scheijden naer d' oudemetselrije daer ontrent staende, oft naer getuijgenisse van goede lieden dieover langhe jaeren daer verkeert liebben, ende dien achtervolghende daereenen paelsteen doen setten; ende soo verre men binnen dertich jaerendaernaer anderen paelsteen vindt, soo behoortmen den nieuwen paelsteenwech te doen, ende d' erve te scheijden naer uijtwijsen vanden oudenpaelsteen.

6. Item, thuijnen ende heijmselen tusschen twee ghebueren ervenbehooren tot ghelijcken coste op de gherechte palen vande twee ervengemaeckt ende onderhouden te worden, ten waere dat d'een vandenghebueren daer huijsinge[52] aen staende ; want alsdan de beheij-minghe die metten huijse wort ghedaen is den besitter te baten comendeaende heijminghe.

7. Item, boomen staende in ghemeijne thuijnen oft heijmselen die op derechte palen staen, oft in ghemeijne erve, sijn ghemeijn, sonder aenschouwte nemen wie die gheplant heeft.

8. Item, die een huijs oft muer staende aen sijns ghebueren erve doetafbreken, is schuldich inde plaetse van dien, tot sijnen coste, een blindeheijminghe te setten.

p 528

9. Item, die een ghedeckt ghelinte wilt setten tusschen sijne ende sijnsgheburen erve, is schuldich t'selve soo verre van zijns geburen erve tesetten als den oesendrup ende d'afzaten behoeven, alsoo niemant oesendrupoft anckerhoofden noch afzaten hebben oft setten en mach buijten zijn ervesonder consent van zijnen gebuere; ende indien de ghebuere consenteerdet' gelint op den rechten pale vande twee erven geset te worden, soo soudet' selve ghemeijn wesen, ende van dan voortaen tot gemeijnen cost moetenonderhouden wesen.

10. Item, die inde plaetse van een ghemeijn ghelinte oft want wilt doenmaecken eenen muer, mach dien doen maceken op zijnen cost, ende naerdat de muer volmaeckt is, soo is den selven gemeijn, ende behoort totghelijcken coste onderhouden te worden.

11. Item, als in eenen muer, staende tusschen twee erven, bevondenworden over beijde sijden blinde vensteren, mosiergaten, noten, oft hoofdenmetten selven muere gemaeckt, soo wordt sulcken muer gherecht endeghehouden voor eenen gemeijnen muer, t' en sij dat van contrarie blijcke.

12. Item, niemant en mach vensteren maecken, oft licht oft ghesichtscheppen door oft in eenen gemeijnen muer.

13. Item, niemant en mach aen eenen ghemeijnen muer iet doen maeckendaerbij den ghemeijnen muer soude mogen mede verargeren, als ovens omte backen, privaten oft dierghelijcke; maer indien hij t' selve bij den ghe-mejnen muer wilt doen maecken, moet eenen muer tusschen beijde maeckenonderhalven steen dicke, ende dien soo bewaren dat den ghemeijnen muerdaer gheen letsel af en hebbe, ende zijn ghebuere gheen ongherief.

14. Item, die een huijs setten wilt op eenen gemeijnen muer, daer tevoren gheen ghestaen en heeft, is schuldigh t' water vanden selven huijseop zijn erve te leijden, oft voor der straten uijt, sonder letsel oft schade vanzijnen ghebuere.

15. Item, eenen ieghelijcken is gheoorloft eenen ghemeijnen muer tedoen hooghen ende dicker maecken op zijns selfs erve ende cost, sonderwedersegghen van sijnen ghebuere; behoudelijck indien daer eenighe goteleijdt op den selven ghemeijnen muer, dat hij schuldich is tot sijnen coste degote wel ende loffelijck te legghen, ende weder op te maecken ende te repa-reren allen t'gene dat bij het oprijsen vanden muer oft verlegghen vandergoten ghebroken oft ghearghert sal wesen; ende van dan voortaen de selve

p 530

gote wel ende deuchdelijck te onderhouden tot sijnen coste, soo datter zijnghebuere egheen schade bij en hebbe.

16. Item, ende indien de ghebuere, recht hebbende inden selven ghemeij-nen muer, naemaels sijn huijs oock oprijsen ende hooghen wilde, soo machhij met sijnen huijse ende metselrije inden ghemeijnen mure varen, mits beta-lende die helft vanden mure, voor soo vele dien ghehooght is, ter taxatienvande erfscheijders; ende soo verre de ghebuere soo hooghe timmert metsijnen huijse als d'andere, soo behoortmen de gote weder te leggen op dengemeijnen muer, ende van dan voortaen die te onderhouden tot ghemeijnencoste.

17. Item, alsmen op eenen ghemeijnen muer een gote wilt leggen, daervan te voren geene gelegen en heeft, ende die vore ter strate niet uijt encomt, soo behooren de ghebueren, recht hebbende inden ghemeijnen muer,d'water van die gote te leijden half ende half.

18. Item, die met eenen slaper comt op sijns ghebueren huijs, is schuldichden slaper soo te onderhouden dat sijn ghebuere daerbij gheen schade oftletsel en lijde.

19. Item, die eenen slaper heeft ende sijn huijs wilt opvueren, oft andersmetsen ende timmeren, soodat de slaper te niet gaen soude, is schtuldigh t'gatdaer de slaper was tot sijnen coste te doen maecken ende decken , ende boven-dien, soo verre van noode is, aldaer een gote te legghen, te leveren loot, soul-duere, boven [bodem], boesel [boeijsel],brugghen, spruijten ende allen t'ghenedat totter gote behoeffelijck is, tot sijnen coste; ende dat ghedaen, soo moetde ghebuere op wiens huijs de slaper lach, de gote doen leggen ende voortsonderhouden tot sijnen coste, alsoo verre dwater vanden ghenen die denslaper hadde daerinne niet en valt ; ende indien t'selve water daerinne viele,moeten de ghebueren de gote, eens volmaeckt zijnde, t'samen onderhouden.

20. Item, twee ghebueren toeganck hebbende tot eene heijmelijcke vouteonder d'aerde wesende, sijn schuldigh die tot ghelijcken coste t'onderhoudenende te doen ruijmen oft reijnighen; ende als de ghemeijne voute in goedereke staet ende is, soo mach d'een van henlieden, indien hem belieft, daerafscheijden, sonder de selve meer te ghebruijcken, ende van dan voortaen ishij ongehouden van eenighe costen daeraen te moeten hanghen, oft de selvevoute te doen scheijden met eenen muer tot zijnen coste; ende van danvoortaen sal elck sijn helft onderhouden tot sijnen coste.

p 532

21. Item, twee ghebueren hebbende een ghemeijne zoë tusschen haerbeijder erve, daer haer beijder water inne valt, zijn schuldich die te onder-houden met goeden gotieren, tot ghemeijnen coste, ende als die vervult is,tot ghelijcken coste te doen ruijmen, t'en waere dat de vervullinghe geheelghecomen ware bij eenen vande ghebueren, die de selve alsdan soudemoeten doen ruijmen tot zijnen coste, ghelijck gebeurt alsmen een huijs doetverdecken ende repareren.

22. Item, door een ghemeijne zoë en mach niemant vande ghebueren,recht hebbende inde selve zoë, ander water leijden dan hemels water,sonder eenighe vuijlicheijt, keucken- water oft diergelijcke daerdoor te doenloopen, buijten consent van sijne ghebueren. ten waer dathij t'selve ghedaenhadde over de dertigh jaeren.

23. Item, als d'een gebure den anderen consenteert in zijnen muer temoghen varen, de ghemeyne zoë tusschen heurer beijder erven te nietdoende, soo en mach de ghene dien de servituet is gheconsenteert de selveservituet niet anders gebruijcken dan hem eerst is toeghelaten, ten sij datdaer conventie sij ter contrarien.

24. Item, die buijten zijnen muer heeft oesendrup oft anckerhoodt, dienbehoort d'erve toe alsoo verre als d'oesendrup oft anckerhoodt hem streckt,soodat sijn ghebure met sijnen oesendrup, anckerhoodt oft muer nietnaerder comen en mach.

25. Item, een ieghelijcx erve is vrij vanden grondt totten hemel toe, tensij dat blijcke van eenighe servituten.

26. Item, die in zijns selfs eijghen muer vensteren heeft oft doet maecken,die is schuldiah de selve vensteren te doen maecken seven voeten bovenden gront, ende de vensteren staende beneden de eerste stagie te doenstofferen met ijseren gheirden ende met vaste ghelasen, sonder open doen;ende de vensteren staende boven de eerste stagie ismen schuldigh te stof-feren met ijseren gheirden soo bij een staende, datmen daerdeur geensmenschen hooft ghesteken en can.

27. Item, niemant en mach teghens zijns ghebueren muer doen leggeneen messie oft eenige vuijlnisse, moer oft verckenscot, ten sij dat hij eersttegens zijns gheburen muere doet maecken eenen muer van onderhalvensteen dicke, ende dat hij zijnen ghebure wachte van stancke.

p 534

28. Item, niemandt en mach aen zijns ghebueren muere iet doen vastmaecken sonder consent van den ghenen die den muer toebehoort.

29. Item, die metsen wille op t'zijne ende bij zijns geburen erve, machzijn stellinghe maecken op zijns gheburen erve, ter minster schaden endeongerieve dat doenlijck is; ende indien daer iet gebroken wort aen zijnsgeburen erve, dat moet hij tot, zijnen coste weder doen maecken enderepareren.

30. Item, niemandt en mach aen eens mans erve verckens leggen oftheijmelicheijt houden, oft dierghelijcke daer zijne ghebueren quade tocht afontfaen; maer moet die legghen ende houden seven voeten van sijns gebuerserve, opdat hij soo vele erfs heeft, ende soo beheijmen ende besluijten omeerlijck ende tamelijck daerop te gaen, ende zijne geburen van stancke tebehoeden, oft hij en mach die daer niet houden, het en waere met consentevan zijnen naesten gebure[53], die daer ghebreck af heeft.

31. Item, die een heijmelijcke voute wilt doen maecken op't sijne, moetde selve doen maecken eenen halven voete van zijns gheburen muer ofterve, ende soo dicke dat sijne gebure daerbij geenen stanck en hebbe; endeindien hij daer een lochtgat tot sijns geburen erve waert wilt doen maecken,is schuldich t'selve lochtgat te setten twelf voeten hooghe vander aerden;ende soo verre sijn ghebuere van te voren op sijn erve hadde eenen born-putte, soo moet hij sijne voute soo versien dat den bornput van sijnenghebuere daerbij gheen letsel en hebbe, oft anders soude zijn voute wedermoeten te niet doen tot zijnen coste.

32. Item, die op zijn erve wilt doen graven een grachte, vijvere savoiroft putte, sonder metsen, is schuldich die soo verre van sijns gheburen ervete doen graven als de diepte vander gracht, vijvere, savoir oft puttewesen sal.

33. Item, die zijn erve van nieuws met opghesetten grachten wiltbeheijmen, moet tusschen die hoelte vander gracht ende d'erve van sijnenghebuere laten ten minsten eenen voet erven.

34. Item, niemant en mach een houtmijte setten op zijn erve naerder dererven van sijnen ghebuere dan op viere voeten naer; ende indien uijt saeckenvan der houtmijte de gebure eenighe schade lede, dat soude de ghene die dehoutmijte toebehoorde moeten betalen.

p 536

35. Item, die een uijtghespannen venster voor ter straten wilt maecken,is schuldich die te beginnen acht voeten hooghe vander aerden.

36. Item, niemant en mach doen maecken aen sijnen eijgen muer, staendebij sijns geburen erve, iet voorder uijtstekende oft hangende dan sijnenoesendrup.

37. Behoudelijck dat een ieghelijck is gheoorloft te maecken voor zijnhuijs een vensterbert met eenen daecke daer boven, dienende tot zijneneringe; dies moet hij t'selve soo besneden ende gevoegelijck doen maecken,dat bij zijne gheburen geen hinder oft letsel daerbij en doet, oft anderssoude t'selve moeten repareren ende beteren tot goetduncken ende arbitragievande erfscheijders.

38. Item, die backers en moghen heure schilden van broodt niet voorderuijtsetten dan twelf duijmen, sonder consent van heuren ghebueren.

39. Item, eenen muer oft want uijt sijn loote wesende ende hangendeover d'erve van sijne ghebure, moet inghetrocken zijn ende in zijn lootgheset totten coste vanden ghenen die den muer toebehoort, ende totgemeijnen coste indien den muer ghemeijn is.

40. Item, niemant en mach eenighe opgaende boomen ende oock noot-boomen naerder dan op seven voeten naer, ende stronckboomen naerderdan twee ende eenen halven voete eens ander mans erve setten, ende fruijt-boomen moetmen setten vijf voeten van sijns ghebuers erve.

41. Item, als iemants boomen over sijns gheburen erve hanghen, soomoet hij die corten, oft die vruchten die er over hanghen sijnen ghebure latenvolghen, daeraf de ghebure, over wiens erve de boomen hanghen, de keuseheeft.

42. Item, een ieghelijck is schuldich sijne schouwen soo hoogh te maeckendat sijne gheburen van [den] roocke oft anderssins gheen ongerief en hebben.

43. Item, een ieghelijck is schuldich d' water vallende van sijnen huijseoft oesendrup te leijden op t' sijne, sonder letsel oft schade van sijngeburen.

44. Item, die zijnen gebure laet wercken ende zijn werck volmaeckensonder t' selve te stooren, hoe wel hij recht heeft t' selve te moghen doen,ende mach d' werck als't volmaeckt is niet doen afbreken, maer moet sooblijven tot dat van selfs vergaet, sonder datmen 't repareren oft rekenmach in eenigher manieren; maer die eenen anderen wilt verbieden te

p 538

wercken, oft segghen dat hij hem te naer comt, oft anders werckt danbehoort, is schuldich t' selve te doen eer d' werck volmaeckt is.

45. Item, in 't maecken oft repareren van eenen bornputte die ghemeijnis voor de gheburen, sijn alle de gheburen, die den selven moghen gebruijc-ken, schuldich ghelijck te gildene ende te contribueren, behoudelijck datdie eenen bornputte binnen zijnen huijse heeft maer schuldich en is tegheven die helft.

46. Item, twee geburen hebbende eenen gemeijnen put ende dien gebruijc-kende, sijn schuldich d' water daeraf comende elck op t' zijne te leijden.

47. Item, niemant en mach de vuijlicheijt van sijne messie oft verckens-cote, oft de huijdevetters het water van heuren vetterijen, ter straten uijtleijden, maer behoort die op t' zijne, soo te leijden, dat de ghebueren daerbijgheenen stanck oft letsel en hebben.

48. Item, die sijnen waterloop heeft over oft door eens anders erve, isschuldich in 't gat vanden waterloop te doen stellen eenen witten steen meteen ijseren traillie, om te behoeden dat daerdoor geen vuijlnisse en gaet,ende en mach daerdoor gheen seepsop, pisse, weijrete[54] oft andere vuijl-nisse leijden.

49. Item, die zijnen wech heeft door eens anders erve, is schuldich diente ghebruijcken met ghetijdigher vromen, ten naesten cante, ter minsterschade, met gheseelde beesten ende met goeder hoeden.

50. Item, die landt, bemden oft bosschen heeft ligghende vander straten,moet eenen wech hebben ter naester vroenten, ter minster schaden , tenmeesten profijte ende ten herden lande, sonder brugghe oft pijl te slaen.

51. Item, waterlaeijen moeten gheleijdt worden ten nedersten velde,ende ter naester moeder ende ter minster schaden, sonder iemande schadete doen aen sijne erffelicheijdt, het en waere dat hij met rechte costebethoonen ende met wettigher waerheijt, dat hij over iemants erve schul-dich waere te leijden, ende mach t' sijnder cost den selven waterlaet leijdendoor de vroente sonder die te coopen.

p 540

52. Item, niemant en mach zijn erve boven den ouden gront soo hoogenoft soo neerderen, dat sijn ghebure daerbij eenich letsel, hinder oft schadeaf hebbe.

TITEL XIV.VAN REPARATIEN DIE EEN TOCHTENAER SCHULDICH IS TE DOEN.

1. Den tochtenaer oft [de] tochtersse die eenighe huijsen oft onruerendegoeden besit, is schuldich die goeden te onderhouden in goeden keusbae-ren ghereke, dichte en drooghe van wande, dake, vensteren, deuren,bornputten ende alle andere noodelijcke reparatien; ende indien hij daerinneghebrekelijck valt, moghen de proprietarissen hem dat met rechte doenkeusbaerlijck repareren, soo dat behoort, ende zijn gehouden, ten versueckevanden proprietarissen, te stellen borghe dat sij de goeden t' eijnden dertocht sullen laten in sulcken state ende onbelast van commere gelijck zij dieaenveerden, immers in gheenen argheren state.

2. Item, indien eenigh betocht huijs oft edificie verbrande oft ruineerde,sulckx dat daeraen een gheheel nieuw werck ende edificie behoefde ghe-maeckt te worden, daeraf moet de proprietaris de stoffe, steen, calck endehout al verhouwen ende ghevrocht, bereet om in 't werck te leggen, leve-ren op den gront, sonder des tochtenaers cost ; ende inghevalle de proprie-taris, daertoe versocht zijnde, weijgert dat te doen, soo mach de tochtenaer,bij consente vander weth, den betochten gront daervoor belasten soo veleals de voorschreve maeckerije ende stoffe costen soude; welcke rente deproprietaris is schuldich jaerlijckx te betalen; maer de tochtenaer moet dewercklieden ende voorts alle de dachuren[55] betalen, om d'werck te volma-ken, sonder des proprietaris cost ; ende oft de tochtenaer t' selve niet doenen wilde, soo mach de proprietaris selve dat werck doen maecken, ende devoorschreve huijsinghe ende erve aenveerden, midts ghevende den tochte-naer de helft vande profijten daeraf voortaen jaerlijcx comende; oft wildede proprietaris den betochten pandt alsdan selve ghebruijcken, soo moet hijden tochtenaer jaerlijckx betalen, sijne leefdaghe lanck, de helft van dat de

p 542

goeden oft huijsen voor den brant oft ruinen ter hueren ghegouden hebben,oft souden hebben moghen gelden : daeraf alsdan den keuse competeertden proprietaris; wel verstaende dat de andere commeren ende chijnsen,die voor de tocht uijt den voorschreven goeden gaende waeren, altijdt eerstaende weerde vande voorschreve betochte goeden afghetrocken moetenworden.

3. Item, een tochtenaer oft tochtersse moet alle de commeren endechijsen, die uijt den betochten goeden gaende waren voor date vandertocht, jaerlijcx betalen, sonder cost oft last vanden proprietaris, ten waeredat hem de tocht op andere conditien waere ghelaten ende ghemaeckt;ende oft de tochtenaer oft tochtersse t'selve niet en dede, maer de rentenoft chijsen lieten oploopen sonder te betalen, sulcx dat de rentieren daeropprocederen, bij leveringhe oft andere rechtvoorderinghe oft evictien voort' ghebreck heurs achterstels, alsdan mach, die proprietaris de betochte goe-den beschudden ende t'selve aenveerden, ende zijn profijt, daermede doen.

4. Item, een tochtenaer die sonder expres consent vanden proprietarisseneenige nieuwe edificien op den grondt oft erve die hij in al oft in deele intochte besittende is, maeckt, oft oude huijsen afwerpt ende nieuwe daeropmaeckt, ten aensiene ende welwetentheijdt vanden proprietaris, alle de selveedificien ende melioratien volghen naer des tochtenaers doodt den proprie-tarissen, sonder dat de selve proprietarissen ghehouden zijn iet daeraf tederven betalen , ten waere dat de proprietarissen t'selve expresselijckghelooft hadden te betalen.

5. Item, een tochtenaer en mach gheen eijcken-boomen noch andereopgaende houten uijtdoen, afhouden oft vercoopen, noch oock bosschen,strunck-boomen noch dierghelijcke boomen houwen dan op heuren ghe-rechten tijt, ende sij en sijn ten minsten oudt, te weten : herdt hout sessejaeren, ende weeck hout vijf jaeren ; ende en mach de opgaende boomenniet voorder rueren oft daeraen comen dan dat den fasseelmesse toebehoort;ende waert dat eenighe opgaende abeelen op d'betocht goet staende nutterwaeren afgehouden dan laten staende, waeraf die vander wet de declaratien,sullen doen, soo sullen die vercocht worden openbaerlijck, naer voorgaendepublicatien, alle man even naer, die meest daervoor biedt, ende de pennin-ghen daeraf comende sullen worden ghe-imployeert, bij advise vandenerfman, aen erffelijcke renten, oft mach die tochtenaer, onder behoorlijcke

p 544

cautie van die te restitueren t'eijnden der tocht, de selve penninghen zijneleefdage ghedurende ghebruijcken.

6. Item, als een tochtenaer selve het betocht goedt bedrijft endeghebruijckt, alle de vruchten ende berringhe die afghehouden, ghemaeijtende ghepickt zijn voor zijn doot, behooren sijne erfghenaemen toe alleene,ende die bosschen ende gers noch in d'aerde staende behooren den proprie-tarise toe, al ist dat thout houbaer ende het gers rijp is; maer die vruchtenop't velt staende competeren half den erfghenaemen vanden tochtenaer voorsijn labeur; dies moeten sij allen het stroo ende caf op 't goet laten, ended'ander helft vande vruchten den proprietarissen inder schuren sonderhenlieden cost leveren ende doen uijtdorsschen.

7. Item, als de tochtenaer het betocht huijs, landt, hof oft erve verhuertheeft, ende t'selve bij pachtenaeren oft huerlinghen ghebruijckt wordt,alsdan volghen den erfghenaemen van den tochtenaer de hueringen endepachten vande vruchten ende goeden die ghemaeijt, ghepickt ende in huijsgedaen sijn voor sijn doot; ende ist datter hueringen sijn van huijsen alwaergheen vruchten en wassen, die volghen den erfgenaemen des tochtenaersals die verschenen sijn voor des tochtenaers doodt ; maer verschijnendenaer sijn doodt, competeert de hueringhe alsdan gheheel ende al denproprietarissen, sonder dat d'erfghenaemen des tochtenaers naer rate vandentijde daerinne mede moghen paerten oft deijlen.

8. Item, alle lijftocht-renten moeten betaelt worden van halven jaeretot halven jaere, al en maecken de constitutie-brieven daeraf gheen mentie;maer t'half jaer daerinne de pensionaris sterft, daeraf en ismen niet schul-dich te betalen.

TITEL XV.VAN VERSTERFFENISSE ENDE SUCCESSIE.

1. Eerst, naer de doot van vader ende moeder, soo succederen alle dekinderen even ghelijck in alle de haeffelijcke ende beruerlijcke goeden,actien ende crediten, waer ende tot wat plaetsen de debiteurs woonachtichsijn, ende oock inde erffelijcke ende onberuerlijcke goeden, als huijsen,hoeven, landt, bemden, gronden van erven, chijsen ende renten, quijtbaerende onquijtbaer, gestaen, gelegen ende die gehaven worden binnen derstadt van Liere ende heure cuijpe.

p 546

2. Maer inde erffelijcke ende onberuerlijcke goeden ende erfrenten, dieinden bijvanghe van Liere, oft onder t'resort vanden selven bijvanghestaen, ligghen ende ghehaven worden, deijlt een sone teghens twee doch-teren, ende mach de sone sijne susters bewijsen, oft hem belieft, gront endebodem, ende oft hij wille, soo mach hij sijnder suster laten heffen aen-wedde[56] of rente in rogge oft in gelde op alle de goeden die vader ende,moeder achterghelaten hebben ; ende die magh een broeder afquijten, alshem dat ghelieft, terstont, oft sijne nacomelingen, met vollen verschenenpachte ende naer den hooghsten lantcoop, ten sij dat vader ende moeder,sittende in vollen bedde, bij testamente oft anderen uijtersten wille, geordi-neert ende gewilt hebben, dat sonen ende dochteren even gelijck sullendeijlen, d'welck hen wel gheoorlooft is te doen.

3. Item, de kinderen willende succederen heuren ouders zijn schuldichinne te brenghen dat hen van heure ouders te houwelijck oft andersins bijmerckclijcke somme ghegheven is, ten waere dat die ouders anders haddengheordineert.

4. Item, als vader ende moeder, sittende in vollen bedde, eenighekinderen gheven houwelijck goet, ende daernaer een van hen beijden aflij-vich wort, soo moet dat kint (indient wilt succederen den overleden)innebrenghen d'eene helft van t'ghene dat hij te houwelijck ghehadt heeft,tot profijte van sijne broeders ende susters, ende niet tot profijte vandenlanckst-levenden , alsoo de lanckst-levende alleenlijck recht heeft indegoeden die int 't sterfhuijs bevonden worden ten tijde vander doodt vandeneerst aflijvighen.

5. Ende naer de doot vanden lanckst-levenden, indien t'voorschreyen kindtwilde succederen inde goeden bij den lanckst-levenden achterghelaten, soosoudet moeten innebrengen d'ander helft van sijnen houwelijcken goede.

6. Item, vader ende moeder succederen heuren kinderen oft kindts-kinderen stervende sonder wettighe gheboorte, soo verre die kinderenaflijvich worden eer d'bedde van vader ende moeder gescheijden is ,uijtsluijtende broeders ende susters, ende allen anderen bestaende uijtersijde, behoudelijck, indien t'kint gehouwelijckt is, den weduwer oft weduweheure tocht in't goet daer sij schuldigh is [sijn] tochte inne te hebben.

p 548

7. Ende indien eenich kindt oft kindts-kindt aflijvich werde sonder wet-tighe gheboorte naer dat d' bedde van vader ende moeder ghescheijdenwaer, soo soude t' goet van sulcken aflijvigen half succederen op den lest-levende van vader ende moeder , met vollen rechte, ende d'ander helft opde broeders ende susters ; maer waert datter geen broeders oft susters enwaeren, soude vande selve ander helft de lanckstlevende van vader endemoeder hebben sijne leefdaghe lanck de tocht, ende naer sijn doodt succe-deren op de naeste erfghenamen vanden aflijvighen, behoudelijck altijdtden weduwer oft weduwe t' recht vander tocht, als inden voorgaendenarticule.

8. Item, in successie uijtter zijden worden alle de haeffelijcke ende erffe-lijcke ende onberoerlijcke goeden ende erfrenten, geen leengoeden zijnde,soo wel inden bijvanghe oft onder t' resort als inder stadt, ghedeijlt bijmans- ende vrouwen-persoonen even ghelijck, sonder daerinne iemandeneenigh voordeel te hebben d' een meer dan d' andere.

9. Item, inde successie uijter sijden comende, soo comen broeders oftsusters kinderen inde plaetse van heuren ouders, ende representeren heurenpersoon, om met heuren ooms oft moeten te moghen succederen heureoverleden vrienden, ende excluderen de ooms oft moeijen heure kinderen.

10. Item, een halve broeder oft suster succedeert alleenlijck zijnen halvenbroeder oft suster inde erffelijcke goeden gecomen vander sijde daervan sijmalcanderen bestaen, ende inde helft vander have ende vercreghen erve.

11. Item, alle erffelijcke goeden succederen ende gaen altijt ten struijcke-waert daer sij af comen sijn.

12. Item, wanneer man oft wijf aflijvich wordt, weder sij wettighe kinde-ren achterlaten oft egeene, soo deijlen de kinderen oft die erfgenaemenvanden aflijvighen teghens den lanckstlevende inder manieren navolghende:

13. Inden eersten, heeft vooruijt de lanckstlevende, als t' sterfhuijs binnende voorschreve stadt van Liere ghelegen is, uijter have die daer overschie-tende is, als alle schulden, uijtvaert ende kerckenrechten betaelt sijn, zijnenweduwestoel oft voordeel, om heure vrijen wille daermede te doen, teweten gecleet, gegort sijnde, gehabijt alsoo hij oft sij lancktlevende lest tenhooghtijde, ter kercken, ter bruijloft oft te lijcke pleghen te gaen, endeeenen gordel tot eenen merck silvers toe, opdat daer is, dat ghedraghen

p 550

heeft geweest; ende is dat gordel beter, dat deijltmen dat boven een merck is.

14. Item, de lestlevende heeft d' beste bedde opgerecht alsoo 't staet,metten gardijnen, opdat die daer sijn, diemen gheorbert heeft, met eendersargien, met twee wullen cleederen, opdat sij daer sijn, met slapelakenen,met oorcussens, alsoo verre sij gheorbert sijn, eenen setele met een cussendaerinne ende een voor onder de voeten.

15. Item, van andere juweelen ende anderen huijsrade heeft de lest-levende van elcken een vooruijt, dies een is, ende niet meer; dat selve heefthij dies twee is, daeraf heeft hij d' beste, ende dies drij is, dat middelste.

16. Oock heeft hij oft sij vooruijt een sluijtende slot vanden huijsrade,die hij kiest.

17. Item, voortaen deijltmen alle d'andere juweelen ende huijsraedt halfende half, ende allen de schult die sij te gader schuldich sijn betalen sijgelijck.

18. Ende watmen hen beijden ende elcken van hen schuldich is, deijlensij ghelijck.

19. Item, is daer silverwerck oft silveren juweelen dies maer een en is,dat hebben hij oft sij tot eenen marck toe.

20. Ende wes meer weeght dan een marck, dat deijltmen; ende hoe velesilverwercx datter waere, het waere van schalen, van potten, van croesen,van nappen, van lepelen oft anderssins de lestlevende van hen beijdenen heeft maer een marck silvers vooruijt t'zijnen voordeele, ende datmach hij oft sij kiesen aen welck juweel sij willen ; ende wes meerweghet dat deijltmen als vore, behoudelijck vanden gordel, ist daer ende datgedragen is vanden lestlevenden, datmen dat oock vooruijt heeft tot eenenmarcke toe, als voor verclaert staet.

21. Ende men en heeft maer eenen metalen pot te voordeele ende eenenpispot, is hij daer, ende niet meer coperen oft metalen potten.

22. Item, eenen tennen pot daermen uijt drinckt oft drancke in haelt, hoevele potten, t'zij groot oft cleijne, datter sijn, behoudelijck eenen tennenwaterpot, mostaertpot ende wijwatervat, opdatse daer sijn, te voordeele.

23. Ende desghelijcx eenen ketel, hij sij cleijn oft groot, wit oft swert,een trisoir-becken, een handtvat oft lampet, welck dat sij, ende een lavoir.

p 552

24. Ende van pannen, van brantijseren, van roesteren, van halen, vantanghen, van weijntijseren, van weijntpannen ende anderen dierghelijckedinghen, van elckx en heeft [men] maer een vooruijt na der manieren bovenverclaert.

25. Ende van allen ambachten inder voorseltreve stadt van Liere, als manoft wijf sterft, is alderhande alem vanden ambachte daer sij af sijn, alsbrouwers-ketels, verwers-ketels, volders-ketels oft comme, weef-ghetouwe,aenbeelte, drooghscheerders-scheren, perssen, dische ende deser gelijckealeme, deijlbaer half ende half, sonder voordeel.

26. Item, als t'sterfhuijs inden voorschreven bijvanghe van Liere is ghe-leghen, heeft de lestlevende, het sij man oft wijf, tot sijnen voordeele, opdatin't sterfhuijs daermen deijlen wille bevonden wort, ende anders niet, gelijckende soo hiernaer volght:

27. Te weten, de lestlevende van mans-persoonen de cleederen die totsijnen lijve behooren, alsoo hij te hooghtijde, ter bruijloft oft te lijcke ghe-gaen heeft, ende daertoe sijn langhe messe ende sijn harnas, ghelijck hij sijnlijf soude willen verweiren, met eenen stocke, het sij pijcke, hellebaerde,boghe, busse oft dierghelijcke instrumenten in't sterfhuijs wesende, dat hijkiesen wille.

28. Ende de vrouwe-persoon oock heure cleederen , ghelijck sij tehooghetijde, ter bruijloft oft te lijcke ghegaen heeft, ende daertoe eenengordel oft riem weerdt sijnde sesse rentguldens eens, elcken gulden tetwintigh stuijvers gherekent, ende niet voorder, wel verstaende, waert bijalsoo dat t'selve gordel, beter ende meerder weerdt sijnde, bij de ghesworenschatters oft oude-cleercoopers ghe-estimeert worde, dat die beteringhewordt ghedeijlt bij der weduwen ende de erfghenaemen vanden dooden,half ende half.

29. Item, de lestlevende, het sij man oft wijf, heeft noch tot sijnen voor-deele ende weduwe-stoel vooruijt de beste bedtstede oft coetse mettengardijnen inden sterf-huijse wesende, d'beste bedde met eenen ouder-cleede[57], een paer slapelakenen, een oorcussen, een sargie, eenen setelmet eenen sitte-cussene, d'beste sluijtende slot, eenen hael, een tanghe, eenbrantijsere, eenen roostere, een soutvat ende eenen tennen bierpot.

p 554

30. Ende alle andere haeffelijcke goeden inden sterfhuijse wesende, endeoock de schulden, diemen den sterfhuijse t'achter ende schuldigh is, wordenbijden lestlevende ende bij den erfghenamen vanden dooden ghedeijlt, halfende half; dies sijn sij oock ghehouden ende schuldich de schulden diemenbevindende is t'selve sterfhuijs t'achter te wesen ghelijck te gildene ende tebetalen, te weten half ende half.

31. Item, de erffelijcke goeden ende erfrenten gecomen vander sijdevanden overleden, als die gestaen ende gelegen sijn oft gehaven wordenbinnen der voorschreve stadt van Liere ende heure cuijpe, die succederengeheelijck ende met vollen rechte op sijne kinderen oft erfghenamen.

32. Ende vanden erffelijcken goeden ende erfrenten bij man ende wijfvercregen staende den houwelijck, oock binnen der voorschreve stadt,volght d'eene helft met vollen rechte des eersten aflijvighes kinderen ofterfghenaemen, ende d'ander helft den lanckstlevende van man oft wijf.

33. Item, soo wanneer man ende wijf staende heurer beijder eerstenhouwelijck conquesteren, oft oock te houwelijcke brenghen, oft hen indenselven houwelijck aencomen eenige erffelijcke goeden oft erfrenten binnenden bijvanghe van Liere oft den resorte gelegen, ende sij in dien selvenhouwelijcke kinderen hebben, soo is in't scheijden vanden houwelijcke delanckstlevende een erftochtenaer ten respecte van sijne kinderen van sijnegeconquesteerden erffelijcken goeden ende erfrenten, midtsgaders vandenghenen bij hem te houwelijcke gebracht oft hem inden selven houwelijckaencomen, in sulcker vueghen dat hij vande selve sijne geconquesteerdeerffelijcke goeden ende erfrenten, noch oock vanden voorschreven anderengoeden niet en mach disponeren, noch die oock vertieren, vercoopen,veranderen noch belasten in geender manieren, ten waer sijne kinderensonder hoir van heuren lijve gecomen voor hem storven, in welcken gevallede selve lanckstlevende is ende wordt weder erfman oft proprietaris vanallen den erffelijcken goeden ende erfrenten inden voorschreven bijvangheoft onder t'resort bij hem te houwelijcke ghebracht ende hem aencomen,ende van die een gherechte helft van allen den gheconquesteerden goedenende erfrenten inden voorschreven bijvanghe oft onder t'resort staende denhouwelijcke gheconquesteert.

34. Item, de lanckst-levende van man ende wijf, weder sij t'samen kin-deren hebben oft gheen, heeft die tocht sijn leefdaghe in die helft van alle

p 556

des eersten aflijvighe erffelijcke goeden ende erfrenten inden voorschrevenbijvanghe van Liere oft onder den resorte, gheene uijtghescheijden.

35. Item, alle de erffelijcke ende onberoerlijcke goeden ende erfrenten,die man ende wijf in heuren eersten houwelijcke t'samen hebben ghebracht,ende hen ende elcken van hen staende den selven houwelijcke sijn aenghe-komen, ende die sij oock t'samen hebben gheconquesteert. die staende endegheleghen sijn ende ghehaven worden inden voorschreven bijvanghe vanLiere oft onder t'resort vanden selven bijvanghe, succederen en de devol-veren naer de doodt vanden lestlevende van man ende wijf op de kinderenvanden eersten houwelijck, met seclusie van allen de kinderen die de lanckst-levende in andere navolghende houwelijcken soude moghen procreeren.

36. Maer de erffelijcke goeden ende erfrenten inden voorschrevenbijvanghe oft onder den resorte, die den lanckstlevende toekomen bij suc-cessie van sijnen vader ende moeder naer de doodt vanden eersten aflijvi-ghen, dat is als vader ende moeder vanden lestlevende overleven deneersten aflijvighen van man ende wijf, ende oock de goeden die den lanckst-levende van man ende wijf uijtter sijden versterven, oft anderssins ghe-gheven oft ghelaten worden, die succederen in't gheheele op den lanckst-levenden van man ende wijf, met vollen rechte, ende naer sijn doodtvolghen de selve goeden den kinderen van sijne eersten ende oock vansijne naestvolghende houwelijcken bij ghelijcke portien , ende in diervueghen succederen de voorschreve goeden oock, ist dat die den lanckst-levende aenkomen in't tweede houwelijck, behoudelijck dat een broeder deijltteghens twee susters, ende anderssins heeft voordeel ghelijck hiervore in'ttweede articule is gheseijt, ende dat, stervende die eijghenaer, sijn ghehuijs-sche vanden tweeden houwelijcke hem oft heur overlevende, heeft de tochtsijn leefdaghe ghedurende in d'een helft.

37. Ende van ghelijcken succederen oock op de kinderen voorschrevende erffelijcke ende onberuerlijcke goeden ende erfrenten die bij den lanckst-levenden van man ende wijf naer d'eerste houwelijck ende in't tweedeworden verkreghen, verovert oft gheconquesteert.

38. Item, de lanckstlevende van man oft vrouwe hebben oock tocht indegoeden binnen den bijvanghe oft den resorte ligghende, ende in de rentendiemen aldaer heffende is, waeraf de proprieteijt op den eersten aflijvighenis verstorven, hoe wel hij met vollen rechte daertoe niet en is gekomen.

p 558

39. Item, als vader oft moeder aflijvigh wordt achterlatende alleenlijckeen kint oft kintskint wesende uijtten lande ende men niet en weet oftlevende oft doodt is, soo mach de lanckstlevende t'ghedeelte vanden selvenkinde doen inventarieren ende dat blijven besitten, mits stellende goedecautie voor t'selve ghedeelte, sonder daer iemant scheijdinghe af te doen,totter tijdt toe dat d'erfghenamen vanden kinde doen blijcken, dat hetoverleden is.

40. Item, inde (sic) erffelijcke goeden ende erfrenten staende endeligghende ende die gheheven worden binnen der stadt van Liere ende heurevrijheijdt oft cuijpen, ende oock inde beruerlijcke ende haeffelijcke goeden,actien ende crediten die man oft wijf (kinderen hebbende t'zij van een oftmeer houwelijcken) achterlatende sijn, succederen ende devolveren ghelijc-kelijck op alle de selve kinderen, sonder den eenen meer voordeels tehebben dan een ander.

41. Ten waer een weduwer oft weduwe, wettighe kinderen hebbende,herhouwende eer hij (sic) van sijne kinderen ghescheijden oft ghedeijlt ware,ende daernaer aflijvigh wierde, soo souden de voorschreve kinderen aen-veerden d'een helft vander gheheelder haven ende oock vande erffelijckegoeden staende t'tweede houwelijck verkreghen, als van heure oudersweghen die eerst ghestorven waren, ende daertoe noch d'ander helft vanderhelft vander voorschreve haven ende verkreghen goeden, als van heureouders weghen die lest overleden waren, soodat sij hebben souden de drijvierendeelen vander haven ende verkreghen goeden; behoudelijck, waertdat in't tweede houwelijck oock kinderen waren verweckt, dat die hooftover hooft mette kinderen vanden eersten houwelijck des weduwers oftweduwen paerten ende deijlen d'een vierendeel vander gheheelder haven,ende mede vanden verkreghen erffelijcke goeden ende erfrenten, behou-dende de lanckstlevende t'vierde vierendeel vanden selven goeden metvollen rechte; behoudelijck oock, waer't soo dat de lanckstlevende kostet'sterfhuijs stellen in sulcken state alst was ten tijde vanden scheijden deseersten houwelijckx, ende compenserende de kinderen vanden eerstenhouwelijcke van heure gherechtigheijdt hen sedert den scheijden vandeneersten houwelijcke ghecompeteert hebbende, mach daermede ghestaenende behooren hen de voorkinderen soo te vrede te houden.

42. Item, als een weduwer oft weduwe, van heuren kinderen ghescheijden

p 560

sijnde, herhout ende wettighe kinderen achterlaet vanden tweeden oftanderen houwelijcke, soo sijn de voorkinderen ende naerkinderen alle erffe-lijcke ende oock de beruerlijcke ende haeffelijcke goeden ghecomen vandersijden vanden overleden, hem met vollen rechte toebehoorende ten tijde vansijnen overlijdene, deijlende hooft over hooft ende ghelijckelijck, behoude-lijck den lanckstlevende de tocht sijn leefdaghe in de helft van des aflijvigheserffelijcke goeden ende erfrenten inden bijvanghe ende onder t'resort, endedat een broeder deijlt teghens twee susters inde selve goeden, ende andervoordeel heeft, ghelijck hiervoor noch is verklaert ende verhaelt.

43. Item, alle legaten ende andere lasten ghemaeckt in testamente oftuijttersten wille van man oft vrouwe in houwelijcken state sittende, moetenvoldaen ende betaelt worden bijden erfghenamen vanden testateur, sonderlast vanden lanckstlevende, t'en ware dat die lanckstlevende in't maken vansulcken testamente oft uijttersten wille gheconsenteert hadde, in welckenghevalle souden de voorschreven legaten ende andere lasten betaelt wordenuijtten ghemeijnen goeden.

44. Item, alle haeffelijcke goeden, gout, silver, ghesteente, juweelen,clenodien, ghelt ende schulden, toebehoorende eenen sterfhuijse binnender stadt van Liere ende heuren bijvanghe ghevallen, tot wat plaetse diebevonden worden , behooren te succederen ende ghedeijlt te wordenghelijck de haeffelijcke goeden binnen der stadt van Liere ende heurenbijvanghe wesende ende bevonden, ghelijck t'selve onder den titel : Vanrechten ghehoude lieden aengaende, articulo xxiv is oock verhaelt[58].

45. Item, in successien heeft ende grijpt representatie stadt ende plaetse,in sulcker vueghen, dat d'erfghenamen ende descendenten, soo wel in colla-terale successien als inder rechter linien, altijdt staen moeten inde plaetsevan heuren ouders oft predecesseurs, hoe verre sij oock sijn ghedescendeert.

46. Item, de lanckstlevende van man oft wijf die in't sterfhuijs blijftsittende ende de goeden vanden sterfhuijse hantplichtende moet alle deghemeijne schulden vanden sterfhuijse betalen, behoudelijck hem sijne actieende verhael vander eender helft op de erfghenamen vanden aflijvighen.

47. Item, kinderen oft erfghenamen willende in een sterfhuijs komendeijlen, soo verre de lanckstlevende, oft andere mede-erfghenamen, oft oock

p 562

de crediteuren dat varsoecken, moeten sufficiente cautie stellen eer sij in'tsterfhuijs komen oft iet deijlen ende aenveerden moghen, van te halendatter voor heur deel vallen sal te deijlen, ende oock om te betalen henpaert van allen de schulden ende lasten dier vallen sullen moghen betaelt temoeten worden.

48. Item, de lanckstlevende van man oft wijf moet den erfghenamen, totheuren versoecke, openinghe doen vanden sterfhuijse, ende hen verklarenallen de actien ende crediten van den selven sterfhuijse, om te makeninventaris, ende moet oock de selve lestlevende, des versocht sijnde, sweirenbij eede dat hij gheen goeden, penninghen, renten, actien oft crediten meeren heeft oft en weet den sterfhuijse aengaende, daer t'sterfhuijs eenighssinsinne soude gherecht sijn, dan die hij heeft verklaert ende ghedesigneert,ende dat hij gheen goeden, penninghen oft crediten, oft iet den sterfhuijse,aengaende versteken, verborghen, versweghen oft verdonckert en heeft, bijhem selven oft andere, in fraude vanden erfghenamen; ende soo verre hijnamaels iet bevonde, oft iet tot sijnder kennisse quame daer t'sterfhuijsinne gherecht ware, oft dat den selven al oft in deele toebehoorde, dat hijdat terstont altijdt den erfghenamen te kennen gheven, ende hen te goedeende tot heuren ghelijck ende profijte[59] laten komen sal ter deijlinghe.

49. Item, een weduwer oft weduwe, oft erfghenamen, blijvende in eensterfhuijs ende aenveerdende de goeden vanden aflijvighen, oft hen simpe-lijck draghende als erfghenamen vanden dooden, sonder opene brieven vanbeneficie van inventaris vanden prince te verwerven, die moeten alle deschulden ende lasten vanden sterfhuijse betalen, alwaert soo dat de selveschulden ende lasten van den sterfhuijse verre excedeerden de weerdevande goeden desselfs sterfhuijs.

50. Ende sijn ghehouden de voorschreve opene brieven te verwervenbinnen den tijdt van sesse weken naer de doodt vanden aflijvighen; ende deselve sesse weken lanck moghen sij sitten onbegrepen, om binnen dien tijdehen te beraden, oft sij t'sterfhuijs willen aenveerden oft niet, ende [indien]sij in't sterfhuijs niet begheeren te blijven, moghen t'eijnden de sesse wekendaeruijt te scheijden sonder schade, mits betalende des sij inden sterfhuijsehebben verteirt, ende voorts dat gheheelijck latende inden state als dat was

p 564

ten daghe vanden overleden, sonder iet te versteken oft te verberghen,bij hen oft andere, op de pene van als simpel erfghenamen ghehouden teworden.

51. Item, de lanckstlevende mach oock inden sterfhuijse blijven woonenten respecte vanden erfghenamen des aflijvighes, den tijdt van sesse weken,ende aldaer tot des ghemeijnen sterfhuijs kost blijven huijs houden endeleven met sijne familie, ghelijck hij ghewoonlijck is gheweest, ende andersniet, tot dat de uijtvaert, sevenste ende dertighste sijn begaen ende ghece-lebreert, ende daernaer behoort hij op sijnen kost alleen te leven, endevoort hem te verstaen tot scheijdinghe ende deijlinghe metten erfghenamen.

52. Item, d'erfghenamen vanden dooden, alwaert soo dat de ghemeijneschulden ende lasten des sterfhuijs excedeerden de weerde vanden gheree-den goeden, soo verre sij hem erfghenamen draghen willen vanden doodenende de onruerende goeden mede deijlen willen, die moeten altijdt totheuren laste ende koste alleen betalen allen kercken-rechten, offerhanden,missen, sepulture ende waslicht vanden dooden, insghelijckx de kostenvander beganckenisse vander uijtvaert, ende mede vander maeltijdt derselver, ende voort oock de kosten vande sevenste ende dertighste ende jaer-ghetijden, met oock den serck vanden grave ende des daertoe behoort,sonder des lanckstlevende kost oft last; dies moghen d'erfghenamen deuijtvaert ende anderssins des voorschreven staet doen celebreren, houden,beleijden ende doen tot henlieder discretien ende in sulcker vueghen alshen belieft; wel verstaende, waert dat de lanckstlevende van man oft wijfbegheerde naer hen doodt oock onder den selven serck begraven te worden,oft dat d'erfghenamen den lanckstlevende onder den selven serck doenbegraven, in dien ghevalle moeten de erfghenamen vanden lanckstlevendeden erfghenamen des eersten aflijvighes d'een helft vanden selven serckbetalen ende restitueren ; maer een ieghelijck die rouwkleederen draghenwille, die moet die uijt sijnder borssen ende tot sijn selfs koste betalen.

53. Item, lijftocht-renten, die de ouders coopen op de lijven van heurenkinderen, sijn deijlbaer ghelijck de achterghelaten goeden ; dies mach de

p 566

ghene tot wiens lijve de lijftocht-rente staet de selve lijfrente alleenbehouden, indien het hem belieft, mits verlijckende sijne andere broedersende susters daerteghens van alsoo vele als den prijs vander ghecochterlijftochte ghedraeght.

54. Item, wanneer ooms, moeijen oft andere vrienden oft maghen eenighelijftocht-renten coopen ten lijve van heuren nichten oft neven, soo volghende selve lijftocht-renten ten lijve alleen daer die op ghecocht sijn, ten waredat die cooper daeraf in't coopen hadde ghereserveert sijne dispositie, endedien navolghende daeraf hadde ghedisponeert; want al hadde de cooper in'tverkrijghen vander lijftochten sijn dispositie daeraf ghereserveert ende hijdaeraf niet expresselijck en hadde ghedisponeert, soo soude de lijftochtrentevolghen ende blijven den lijve alleen daer sij op staet, ende niemanden anders.

55. Item, als eenighe lijftocht-renten ghecocht worden met gemeijnepenningen van weeskinderen, niet teghenstaende datse meer op des eenslijf ghecocht staen dan op des anders, soo moeten nochtans de selvelijftochten ghedeijlt worden als d'ander ghemeijne goeden.

56. Item, wanneer tusschen kinderen oft erfghenamen die ghemeijnlijftocht-renten ghedeijlt zijn, ende de selve bevallen ten deele anderekinderen oft erfghenamen dan deghene tot wiens lijve de rente staet, sulcklijf en heeft daer gheen recht meer aen, maer volght den ghenen dien datseaenghedeijlt sijn; ende sterft hij voor den pensionaris, soo volght de rentesijne kinderen oft erfghenamen soo langh den pensionaris leeft, ende nietden selven pensionaris, al is't dat de selve staende blijft op sijn lijf.

57. Item, als een vanden erfghenamen oft recht hebbende in de achter-ghelaten goeden van eenen overleden begheert te hebben scheijdinghe endedeijlinghe van de goeden in den sterfhuijse bevonden, die is schuldigh alleandere, die oock recht pretenderen oft meijnen te hebben in't selve sterf-huijs, te doen daghen voor de weth, om hen te verstaen tot scheijdingheende deijlinghe, oft 't sterfhuijs te renuncieren ende te buijten te gaen.

58. Ende indien de ghedaeghde compareren, soo doen schepenen voortsrecht tusschen partijen, gelijck dat behoort; ende indien de ghedaeghde oft eenighe van hen niet en compareerde, tot drij verscheijden daghen daertoeghedaeght wesende twee reijsen, soo procedeertmen voorts tot scheijdinghevande goeden in't sterfhuijs bevonden, met den scouteth van Liere in deplaetse van den onwillighen.

p 568

59. Item, als d'erfghenamen van het sterfhuijs niet en konnen overkomenmet hare scheijdinghe ende deijlinghe, soo behoortmen 't goet van densterfhuijse te deijlen in soo veel deelen alsser erfghenamen zijn, endecavelen ende lothen d'welck een ieghelijck hebben sal, ende metten ghenendat hem bijder cavelinghe oft lotinghe valt, daer behoort een ieghelijckmede te vreden te zijn.

60. Item, waert dat daer eenighe erve ware die niet wel deijlbaer en ware,oft die bij deijlinghe soude argher worden, in dien ghevalle soo behoortmente cavelen wie dat die erve setten ende prijsen sal om te gheven oft tehouden; ende die t'selve bijder cavele valt, is schuldigh d'erfve te schattenende te priseren, ende dan moghen d'andere, elck naer sijn cavelinghe,kiesen oft zij die erve voor die schattinghe behouden, oft laeten willen denghenen die de schattinghe ghedaen heeft, de welcke schuldigh is d'erfve voorde schattinghe te aenveerden, oft die te laeten vercoopen tot heurer alderbehoef.

61. Item, niemant en derf langher met sijne mede-erfghenamen oftecomplicen blijven sittende in ghemejne onverdeijlde goeden dan hun enbelieft.

TITEL XVI.VAN TESTAMENTEN.

1. Een ieghelijck mach van sijn eijghen oft proprien goeden, hem metvollen rechte toebehoorende, disponeren, de selve gheven, laten ende makenbij testamente den ghenen oft [de] ghene diet hem belieft, soo verre delegataris habil is om goet te moghen ontfanghen; behoudelijck dat ouders,die wettighe kinderen hebben, die moeten de kinderen hare legitime vrijlaeten, ten ware dat sij redenen ghenoech hadden om die te onterven.

2. Item, man ende wijf, voorkinderen hebbende, en moghen bij houwe-lijcke voorwaerde, testamenten, donatien noch eenigherhande dispositienmalkanderen oft d'een den anderen niet meer gheven, laten oft maken,directelijck oft indirectelijck, dan soo vele als elcks kints-ghedeelte in henachterghelaten goeden bevonden worden ghedraghende, ende dat donatien,duwarien, giften oft legaten die man oft wijf malkanderen meer gheven oftmaken, excederende een van heurs kints-ghedeelte, sijn nul ende van

p 570

onweerden; ende ghestaen de kinderen latende haren stiefvader oft stief-moeder met hen deijlen in dachterghelaten goeden, al oft hij oft sij medeeen kindt waren, ende voorder en sijn de kinderen niet ghehouden iet tederven betalen.

3. Item, een manspersoon, out sijnde veertien jaren, ende een meijskentwelf jaren oft daerover, moghen valide disponeren bij testamente van allenharen eijghen goeden tot behoef vanden ghenen die't belieft, habiel ghe-noech om het legaet te ontfanghen.

4. Item, niemant en mach disponeren van leengoederen sonder octroij van-den hertoghe van Brabant; behoudelijck dat een ieghelijck wel mach sijneleengoeden vercoopen, verteiren[60], belasten ende veranderen binnen sijnleven, bij consente vanden leenheere daeraf d'leen ghehouden wort.

5. Item, een ieghelijck mach sijn testament soo dickwijle ende menighwerven veranderen als't hem belieft.

6. Item, die van gheenen wettighen bedde gheboren en sijn en moghenniet testeren sonder octroij vanden prince, ten ware datse hadden endelevende achterlieten wettighe kinderen.

7. Item, niemant en mach eenighe huijsen, gronden van erven oft gront-chijsen, binnen der stadt van Liere gheleghen, bij testamente of dispositiebeswaren, oft eenighe fondatien daeroppe stellen, sij moeten staen ter quij-tinghe; ende inghevalle de dispositie geene quijtinghe en hout, soo moghendie niet teghenstaende aen d'erfghenamen[61] oft proprietarissen die altijdtquijten, als't hen belieft, den penninck sesthien.

8. Item, alle executeurs van testamenten moeten die kercken-recbten,legaten ende schatschulden betalen, ende moghen daervoren binnen jaersnaer de doodt vanden aflijvighen gheconvenieert worden, maer daernaerniet, inghevalle sij heure rekeninghe hebben ghedaen.

9. Item, een persoon die executeur ende mede testamentelijck mombaervande kinderen ghemaeckt ende gheordineert wort, die mach den lastvander excutien wel aenveerden, sonder de testamentelijck mombarije mede

p 572

te moeten aenveerden; maer wanneer hij expresse de titele[62] testamen-taire eens heeft aenveert, soo moet hij die voortaen blijven exercerende,sonder die te moghen renuncieren.

10. Item, d'erfghenamen, indien't hen belieft, moghen den executeurenheur legaet betalen ende selver den last vander executien aenveerden, mitsstellende goede ende sufficiente borchtochte voor die weth, van het testa-ment oft den uijtersten wille te voldoen binnen 's jaers, ende te betalen alle'tghene daer 't sterfhuijs vanden overleden inne ghehouden mach sijn.

11. Item, die executeurs ende testamentelijcke mombaers sijn schuldigh,als sij versocht worden, van allen weerlijken sterfhuijsen daer eenighe wees-kinderen inne gherecht sijn, te doen wettighe rekeninghe voor schepenen,ten ware anders bij den testamente ware gheordineert ende expresselijckondersproken.

12. Item, die kennisse vander validiteijt vande testamenten competeertden geestelijcken hove; maer legatarisen, ende willende ageren uijtten testa-mente oft anderssins tot betalinge van haren legaten, moeten dat doen voordie wethouderen.

13. Item, man, ende wijf moghen van heuren houwelijcken goeden henmet vollen rechte toebehoorende wel disponeren, soo wanneer bij gheenehouwelijcke voorwaerde oft andere voorgaende contracten [iet] en is ghe-maeckt ter contrarien tot behoef van een derden.

14. Item, die ouders en moghen heure onwettighe kinderen, die sij inharen houwelijcken staet hebben ghewonnen, oft van religieusen oft gheor-doneerde persoonen gheprocreert, gheen erfghenamen institueren, nochgheen legaten maken anders dan heure alimentatie.

15. Item, gheen testament oft dispositie en is soo krachtigh, de credi-teuren en moeten voor al betaelt worden.16. Item, man ende wijf en moghen staende heuren houwelijcke soostercken testament, codicille, ghifte oft donatie niet maken oft passeren,voor wat gherechte oft publicq persoon, oft bij wat solemniteijt dattet machgheschiet sijn, die lanckstlevende van man ende wijf en heeft ende behoutaltijt naer de doodt des eersten aflijvighen sijn liberteijt, optie ende keuse :weder hij hem houden wille aende selve dispositie testamentaire, codicillaire

p 574

oft andere voorschreven oft aen sijn houwelijcke voorwaerde, ende hijmach altijt blijven bij t'ghene dat hem goetdunckt, als voor inden derdenarticule aengaende ghehoude persoonen oock gheruert staet.

17. Item, man ende wijf moghen malkanderen ende elck een den anderen,boven t'ghene dat sij malkanderen bij hare houwelijcke voorwaerden ghe-gheven hebben, noch versien van legate naer heuren goetduncken, ende,dat doende, soo moet de lanckstlevende hebben ende ghenieten de houwe-lijcke voorwaerde ende testamente beijde, ten ware dat de houwelijckevoorwaerde ware bij eede bevestight, oft dat het testament de houwelijckevoorwaerde te niet dede, in welcken gevalle soo en soude de lanckstlevendeniet meer moghen hebben dan d'een van tween, te weten van de houwe-lijcke voorwaerde oft testament, ende soude metten eenen vande tweealsdan te vrede moeten blijven, ten keuse ende ter belieften des lanckst-levende.

TITEL XVII.VAN BASTAERDE KINDEREN.

1. Item, der bastaert-kinderen goeden volgen den heere.

2. Item, kinderen die ghewonnen sijn in concubinaetschape bij tweeonghehoude persoonen succederen naer der stadt recht van Liere in heuremoederlijcke goeden.

3. Maer inden bijvanghe en hebben gheen successie in gheender manieren.

4. Item, de goeden van ghetroude ende wettighe kinderen ghekomensijnde van bastaerden ende ghestorven sonder wettigh oir, volghen denerfghenamen ende niet den heere.

5. Item, de onwettighe kinderen die in houwelijcken staet sijn ghe-wonnen, oft van religieusen, oft van gheordineerde persoonen, en succe-deren niet.

6. Item, een vrouwe zijnde ongehout magh heur kindt geven alsulckenvader als't heur belieft, ende is bij heuren eedt gelooft te sweiren, wie denvader van 't kint is; soo verre nochtans den man die sij 't kint aensweirenwilt bekent, oft dat de vrouwe kan doen blijcken, dat hij met haer te doengehadt heeft; d'welck oft de vrouwe niet en kan doen blijcken, magh denman hem alsdan daeraf expurgeren bij eede, dat hij de moeder niet bekenten heeft, ende alsoo vanden kinde ontslaghen zijn.

p 576

7. Item, een ghehoude vrouwe die eenigh kindt heuren getrouden maneens gegeven heeft, ende 't selve kint bij den man als vader opghevoet isgheweest, soodat sij-lieden ghesamentlijck dat kindt een jaer lanck gheachtende ghereputeert hebben voor hen bijder wettigh kint, die vrouwe en maghdaernaer dat kint niet vervaderen oft bastaert maecken.

8. Item, een man die aen een meijsken oft vrouwe een kint gewonnenheeft, moet heur gheven, vanden tijt af dat sij bevrucht is tot dat sij levendekint draeght, s'daeghs eenen halven stuijver, ende van dat sij levende kintheeft ghedraghen, elcken dagh eenen stuijver, ende voor haer kinderbeddeses guldens eens.

9. Item, een vrouwe behoort haer bastaert-kindt, dat sij bij eenen onghe-houden man ghekregen heeft, selver metter borsten op te voeden een vieren-deel jaers lanck, mits heur gevende die vader elcken dagh eenen stuijver,ende betalende de winsels-doecken ende kleerkens vanden kinde; maerdaernaer moeten sij dat kint half ende half houden ten ghelijcken koste, totdat iemant van hun beijden hout; in welcken gevalle moet den eerstengehouden dat kint alleen onderhouden; maer wanneer sij beijde gehoutzijn, dan moeten sij dat kindt weder t'samen ten ghelijcken koste onder-houden, half ende half.

10. Item, ingevalle een vande ouders vanden bastaert-kinde stierve, soomoeten des aflijvighes erfgenamen sijn goet aenveerdende, voldoen dienaengaende des hij in leven sijnde soude moeten doen, immers om het kintte helpen houden tot dat 't sijnen kost machtigh is te winnen.

11. Item, een moeder magh altijt de naeste sijn van heur selfs bastaertkindt te houden voor een vremde, soo verre sij dat kint houden wilde opbeur selfs kost, oft om alsulcken loon als een vremde daeraf hebben soude,ten waere dat den vader vanden kinde sufficiente redenen hadde, ende diethoonde, waerom dat die moeder dat kindt niet en behoorde te houden.

TITEL XVIII.VAN ONBEJAERDE KINDEREN ENDE MOMBORIJE.

1. Die wethouders vander stadt ende vanden bijvanghe van Liere, sijnrespective overmomboirs van alle onbejaerde kinderen inder stadt ende

p 578

inden bijvanghe van Liere, vader oft moeder verloren hebbende, ende alleandere persoonen onder momborije staende.

2. Ende sijn de voorschreve wethouders schuldigh in alle saecken ruerenldeende aengaende de momborijen van weesen sommarie te procederen sonderforme van proces.

3. Item, soo wanneer vader oft moeder, ingeseten van deser stadt ofthaers bijvanghs, aflijvigth worden achterlatende onbejaerde weeskinderen, hetsij onder de sesthien jaren, oft oock daer boven, onder de vier-en-twintighjaren oudt sijnde, oft sotte, simpele oft beroofde kinderen haerer sinnen,oft die blindt, stom oft met allen doof zijn, soo moeten de lancxstlevendevan hen beijden, oft den besitter vanden sterfhuijse, oft ingevalle man endewijf beijde aflijvigh waeren, alsdan de naeste vrienden vande onmondigekinderen, binnen vijfthien dagen daernaer comen oft seijnden bij denscouthet ende schepenen voorschreven, ende brenghen aldaer over de namenende toenamen van ses manspersoonen, te weten de drij daeraf van s'vaderssijde ende d'ander drij van s'moeders sijde, den weeskinde, oft weeskinderen,oft den onmachtighen sijnre sinnen van bloets weghen aldernaest bestaende,op de pene van drij carolus guldens, te bekeeren in drijen, d'een derden-deel daeraf den heere, d'ander der stadt, ende 't derde de weeskinderen.

4. Van welcke ses persoonen de voorschreven wethouderen oft den mees-tendeel van hen alsdan kiesen ende ordonneren twee, drij ofte vier daerafdie hen duncken 't best nut ende bequaem wesende, totter momborijen,tutelen, curen oft besorghe vande weeskinderen oft andere persoonenvoorghenoemt.

5. Behoudelijck dat sij daertoe kiesen persoonen die out sijn over haervijf-en-twintigh jaren ende beneden haere seventigh jaren, ende andersegheen.

6. Item, dat sij totter voorschreve momboorijen kiesen die aldernaest vanbloetswegen den kinde oft persoon bestaende, op dat sij daertoe bequaemende nut zijn, oft andere, opdat hen ghelieft, indien dat hen dochte naerheurer conscientien dat de naeste daertoe niet soo bequaem en waren, oftindien de selve naeste met den genen die vermombaert soude wordendeijlen soude, oft iet gemeijns met hem hadde, oft eenighe saecke oftgadinghe met hem uijtstaende.

7. Item, van twee oft meer persoonen den kinde oft persoonen al even

p 580

naer bestaende ende al even bequaem zijnde totter momboorije, moghen sijkiesen die hen goet dunckt.

8. Ende wort verstaen, als vader oft moeder aflijvigh worden, achterla-tende eenighe sotte kinderen, onnoosele oft onmachtighe heurer sinnen,oft die stom, blint oft met allen doof sijn, al waren die persoonen over heurvijf-en-twintigh jaeren out, dat sij nochtans ghedaen worden in vooghdijenen momboorijen, om heuren persoon ende goeden besorght te worden.

9. Item, de voorschreve momboiren ghecoren wesende, sijn ghehoudente doen den eedt hiernaer volghende :

10. "Hier swere ick, daertoe ick gheacht ben, dats momboor te sijnevan A, B, etc., weeskinderen, ende vande persoonen die in mijne momborijengestelt zijn, dat ick de selve kinderen ende persoonen, ende haer goeden salregeren ende hanteren, bij mijnder conscientie, wel ende rechtveerdelijck,ende dat ick in alle stucken der selver kinderen ende persoonen profijt salmaken ende haer schade verren, ende egheenderhande van heure onrue-rende goeden oft renten en sal vercoopen, veranderen, verthieren oftbelasten, sonder merckelijcke nootsaecke, ende dat bij consente vanderweth. Alsoo moet mij, etc."

11. Item, soo wanneer de mombooren de kinderen gegeven sijn indermanieren voorschreven, soo sijn de selve mombooren gehouden terstontdaernaer teghens den besitter oft besittersse van den sterfhuijse, oft andereerfghenamen die dat aengaet, te scheijden ende te deijlen allen de goedenden sterfhuijse aengaende, te weten, ruerende ende onruerende goeden,huijsraet, have, uijtschulden ende inschulden, ende die alsoo gescheijdenende gedeijlt wesende, sijn sij de ruerende ende onruerende goeden deweesen ten deele bevallen [gehouden] te setten oft te doen setten bij inven-taris in gheschrifte, ende den inventaris te brengen bij der weth alhier endeheuren secretaris, ende daeruijt behoortmen te extraheren ende in eenauthenticq register te stellen allen de onruerende goeden ende oock depenninghen ghecomen ende gemaeckt vande ruerende goeden den sterfhuijseoft de weesen toebehoorende, welcke register onder de selve weth endeheuren secretaris blijft berustende, om op ende naer dien inventaris jaerlijcxbij de mombooren rekeninghe ende bewijs te doene.

12. Item, sijn de voorschreven mombooren gehouden de voorschrevestaten, in vuegen als voorschreven staet, over te brenghen binnen ses weken

p 582

naer dat de haeffelijcke ende beruerlijcke goeden, de kinderen competerende,sijn gepenninckweert, op de pene van drij carolus guldens bij elcken mom-boor die 't ghene des voorschreven is niet nagaende en is, te verbeuren vansijns selfs propre ende eijgen goeden, ende sonder cost oft last vande weesen,d'een derdendeel daeraf s'heeren behoef, het tweede tot der stadts repa-ratien behoef, ende 't derde derdendeel tot profijte vanden genen die dekennisse aen den heere doende is, soo wanneer iemandt vande voorschrevemombooren hem naer dese ordonantie niet regulerende en is.

13. Item, inder voorschreve ordonnantien en sijn niet begrepen de ghenedie bij heure ouders in testamente momboors gestelt sijn, maer worden diekinderen oft erfgenamen gheregeert bij den ghenen die den testamenteurdaertoe geordonneert heeft, behoudelijck dat sulcke testamentelijcke mom-booren ghehouden sijn binnen vijftien daghen naer de doodt vanden testateurder wet alhier te thoonen ende oock copije te laten indien der selver goet-dunckt, vander ordonnantie waermede de selve momboors sijn gheconsti-tueert, op de pene van drij carolus guldens, te verbeuren ende te bekeerenals voor.

14. Item, naer dien dat de paertinge ende deijlinge bij de momboorenende besitteren vanden sterfhuijse geschiet is, sijn de momboiren endevooghden ghehouden de goeden vande voorschreve kinderen, oft andere inheure mombaerdije wesende, voorts te regeren ende te hanteren tenmeesten oorboor ende profijte vanden selven.

15. Item, sijn de mombooren ghehouden de haeffelijcke goeden de weesentoebehoorende te doen vercoopen met oproepen, den ghenen meest daer-vore biedende, naer ouder gewoonten: ende dat gedaen wesende, sijn dieoudecleercoopers ende andere vercoopende inde coopdagen gehouden, teweten inde stadt, binnen sesse weken naer den selven vercoope, ende indenbijvange, binnen sesse weken naer den termijn de coopers toegelaten, televeren de voorschreven momboiren alle de penninghen van de selve goedengekomen sijnde, op de pene van ses guldens, te bekeeren als vore, soodickwils als sij daertoe versocht waren, ende voorts bij den scouthet bijeerlijcke [heerlijcke] executie ende sonder procedure van rechte daervoorghe-executeert te worden.

16. Item, ingevalle de momboiren bevonden voor de weesen profijte-lijcker te wesen, het ware mits der soberheijt van heure goeden oft ander-

p 584

sints, de selve weesen uijt te laten coopen bij den lancxstlevende vandeouders, dat nochtans sij momboiren sulcken contract niet en moghen sluijtensonder advis ende consent vande overmomboiren; ende sij daerin consen-teren[63], sijn die particuliere momboiren ghehouden vande lancxstlevendevande ouders, den uijtcoop ghedaen hebbende, te nemen cautie fidejussoirsufficiente van te volcomen ende te volbrengen allen de gheloften vandenuijtcoop, op de pene van op hen ende heure goeden te verhalen 't verlies bijde weesen, bij ghebreke van dien, te lijden.

17. Item , alle momboiren sijn gehouden alle jaren eens rekeninge endebewijs te doen van heuren regimente ende bewinde voor die weth voor-schreven als overmomboirs, op de pene van drij guldens, te bekeeren indrijen, te weten d'een derdendeel den scouthet, s'heeren behoef, ended'ander tot der stadt reparatien behoef, ende 't derde tot behoef vandergemeijnder bussen vanden raethuijse der selver stadt ende heurs bijvancx;welcke pene betaelt zijnde oft niet, zijn nochtans gehouden rekeninge tedoen, als sij des t'elcken naer d'jaer versocht worden; welcke rekeninghe,opdat die deughdelijck is, hen gepasseert wordt inder manieren boven ver-klaert, ende behoort jaerlijcx den staet daeraf in 't register geteeckent teworden, gelijck voorschreven is.

18. Item, weeskinderen, simpele oft sotte menschen ende andere dienhet bij ouderdom, verleeftheden oft kranckheden van sinnen noot oft oorbooris bij momboiren geregeert te worden, d'welck staet ter discretien vandevoorschreve overmomboiren, [ende] die van vaders oft moeders wegen hieregheen maghen en hebben; oft al hadden sij eenighe, ende die de overmom-booren totter momborijen niet nut noch bequaem en dochten, die sullenmomboiren ghestelt worden bij de overmomboiren; welcke particulieremomboiren behooren gheloont te worden van heuren arbeijdt, bij de ordon-nantie vande overmomboors.

19. Item, oft iemandt vande mombooren vande weesen stierve, oftonmachtigh sijnder sinnen oft leden werde, oft eeuwelijck uijter stadt oftmet jaerschaeren gebannen werde, oft van hier vertrocke om quade feijten,oft van sulcken regimente werde, dat hij sijn selfs persoon ende goeden nietwel en regeerde, soo sijn d'andere mombooren gheouden daeraf de wete te

p 586

doen de over-mombooren, de welcke inde stede van dien sullen kiesen endeordonneren eenen anderen momboor daertoe nutst ende bequaemst sijnde.

20. Item, ende al ist dat de weeskinderen t'heuren sesthien jaeren geachtende ghehouden moghen worden oft geweest sijn als voljaert, soo blijvennochtans de persoonen die momboors hebben geweest vande weeskinderen,die gecomen sijn tot heure sesthien jaeren, noch als curateurs, behoudendede vooghdije ende 't regiment vande selve jongers goeden, tot dien tijde totdat de voorschreve jonghers oudt sijn vier-en-twintigh jaeren, sonder dat deselve jonghers selve in heure persoonen eenigh regiment oft bewindt daerafmoghen hebben, ten waere dat alsulcke jongers tot gheestelijcken oft weer-lijcken staet hen stelden, in welcken gevalle sij moghen d'bewint van heurehaeffelijcke goeden hebben, ende oock mede vande jaerlijcksche profijtenende renten van heure onruerende goeden, sonder die te moghen vertierenoft belasten, ten waere van noode, naerder ordonnantie naergeruert.

21. Item, jongers boven sesthien jaeren ende beneden vier-en-twintigh vi -e -twinjaeren oudt sijnde, al waren sij tot houwelijck ghekomen, en moghen heurehuijsen, erven, erfrenten, leengoeden ende eijgen goeden oft egeenderhandeonruerende goeden vercoopen, versetten, becommeren, beswaren, belasten,laten afquijten noch in geenderhande maniere verthieren, sonder consentende bijwesen van alle heure curateurs oft vooghden, oft den meestendeelvan dien, inder manieren hiernaer verklaert.

22. Te weten, soo wanneer dat nootelijck oft oorbaerlijck is dat dejongers eenighe heure onruerende goeden vercoopen, beswaren, belasten,oft dat de gene die hen renten schuldigh zijn eenighe van die renten aflossenwillen, dat alsdan de vooghden ende momboors dat ende de, reden van dienschuldigh sijn te condighen rechtveerdelijck bij heuren eedt den opper-mombooren vander stadt ende heurs bijvancx, ende soo verre die opper-mombooren daerin consenteren, soo magh alsulcken veranderinge, verthie-ringe oft lossinghe voortsganck hebben.

23. Item, de secretarissen en is niet geoorloft eenighe voorwaerden tepasseren, oft de schepenen over eenige voorwaerden te staen, daer eenigheweeskinderen oft jonghers onder heure vier-en-twintigh jaeren oudt sijndeheure erffelijcke oft onruerende goeden vercoopen oft belasten, sonderconsent ende decreet van de over-mombooren, daeraf hen blijcke, ende datoock ten bijsijn van alle heure vooghden oft den meestendeel van hen, ende

p 588

dat decreet vande overmombooren sijn de secretarisen ghehouden te stelleninde brieven diemen daerop expedieert.

24. Item, oft eenighe persoonen in vooghdijen ende momborijen staende,sonder consent ende decreet vanden overmombooren ende sonder bijsijnvan heure particuliere mombooren voor eenighe bancken binnen deser stadtoft binnen den bijvange, oft voor notaris ende ghetuijgen, oft oock bij inad-vertentien voor schepenen vander stadt oft heurs bijvancx eenighe onrue-rende goeden verkochten, bekommerden oft beswaerden, soo soude alsulc-ken vercoop oft beswaringhe van onweerden zijn.

25. Item, oft de penningen bij den cooper van alsulcke renten oft goedenghegheven ende betaelt den weeskinde, oft den ghenen die onder sijn jarenoft anders, als voor, in momborijen is, in al oft in deel doorgeslaghen oftverloren waren, sonder in des vercoopers oorboor bekeert te sijne, datin dien gevalle den selven cooper de penninghen, die alsoo onprofijtelijckdoorgheslaghen waren, gheheel ende al verliesen soude; maer ofter nocheenighe in wesen waeren, oft oock in profijte bekeert, soo souden die ghe-restitueert ende wedergekeert worden, ende anders niet, ende daermedesoude 't contract daeraf ghemaeckt gherescindeert worden.

26. Item, oft oock iemant eenighe waere oft goede eenighe van dejonghers oft vermomboorde persoonen verkochte op finantie, ende 't gheltdaeraf doorgeslagen oft vertheirt ware in al oft in deele, dat de ghene diealsulcke goet verkocht hadde dat goet verliesen soude, ende is den jongenongehouden vande penninghen restitutie te doen, het en waere dat degekochte goeden, oft de penninghen daeraf gekomen, in al oft in deelenoch in wesen waeren, oft in sijn oorboor bekeert, ende anders niet; endede gene die alsulcken finantie verkochte, op dat hij een ingeseten van deserstadt oft van heuren bijvanghe waere, soude daeraf naer geleghentheijtvander saecken ghecorrigeert moghen worden.

27. Item, in 't ghene des voorschreven is altijt uijtghenomen, dat jongers,het sij knapele over veertien jaeren ende vrouwen over heur twelf jaerenoudt sijnde, machtigh heurer sinnen, mogen maecken ende ordonneren heurtestament ende uijtersten wille sonder bijwesen ende authorisatie van heurevooghden.

28. Item, jongers oudt sijnde sesthien jaeren ende onder heur vier-en-twintigh jaeren en moghen geenderhande coopmanschappen oft voorwaer-

p 590

den doen oft aengaen, anders dan van broodt, bier oft nootdruftighe saeckenheurs lijfs, sonder bijwesen van heure mombooren, ten waere jongers diehen tot deughde ende eenighe goede exercitien stelden, den welcken welgheorlooft is hem, bij goetduncken heurder momboors, bij cooplieden,ende andere goede lieden te houden ende met hen deughdelijcke coop-manschappen ende neiringhe te hanteren; in welcken ghevalle sij bewintende administratie mogen hebben van heure haeffelijcke goeden ende vandejaerlijksche renten ende bladinghe van heure onroerende goeden.

29. Noch en mogen inden rechte, in aenleggers oft voorwaerders [ver-weerders] stadt ontfanghen worden, dan bij authorisatie van heure mom-booren, oft ten minsten eenen van hen.

30. Item, jongers onder heure jaren wesende, gelijck voorschreven is,sijn ongehouden eenighe penningen te moeten betalen, die sij op dobbel-scholen oft elders met caertspelen, in closbanen, queckspelen oft dierghe-lijcke spelen ontleent oft verloren mochten hebben ende schuldigh sijngebleven, ende 't ghene dat sij op alsulcken spelen verloren ende betaeltmochten hebben, souden sij met recht weder moghen heijsschen.

31. Item, wes de voorschreve jongers verloren ende betaelt soudenhebben met caetsen oft balslagen, tot vijf schellingen grooten Brabants toe,daeraf en soudemen hen egheen restitutie doen; maer wes sij op alsulckenspelen verloren hadden ende schuldigh ghebleven waeren oft ontleent soudenhebben, daeraf souden sij onghehouden sijn iet te betaelen.

32. Item, wie jongers betrocke tot spelen, oft aenhiele in stoven oftbordeelen, die soudemen corrigeren naer gelegentheijt der saecken, endewes sij aldaer verteiren ende schuldigh blijven, daeraf sijn sij onghehouden.

33. Item, soo wie eenighe jongers, het sij mans- oft vrouwpersoonen tenhouwelijck betrocke, oft daertoe reeden[64], oft bij ende over ware om heursgoets wille daer deselve jonghers merckelijcke schade, achterdeel ofte kleij-nigheijt in gheleghen waere, ende het ghebeurde dat de vrienden oft demombooren daeraf t'onvreden waeren ende klachtigh quamen, dat diepersoonen die den jongen oft jongers alsoo betrocken, geraden of daer bijgeweest hadden, souden uijtgerecht worden naer gelegentheijt der saecken.

34. Item, wanneer man ofte wijf, onder heure vier-en-twintigh jaeren

p 592

wesende, ten houwelijcke gekomen is, oft soo wanneer eenige jonghe ghe-sellen, onder heure vier-en-twintigh jaeren sijnde, al sijn sij ongehoudt,proper, behendigh ende van goeden regimente sijn, alsoo dat sij hun vuegentot neiringhe, coopmanschappen ende deughden , ende sij midts dienbegheerden ontslaghen te sijn vander vooghdijen, soo sijn heur vooghdendan gehouden te komen bij de oppermombooren, te kennen gevende desaecke, ende dan moeten de oppermombooren ondersoecken de maniere, deconversatie ende 't regiment vanden jongen; ende in soo verre sij bij infor-matien ende bij eede vande vooghden ende mombooren bevinden, dat hendunckt dat den jonghen sijn goedt wel regeren soude sonder toedoen sijndermombooren, soo sullen sij daeraf verleenen brieven van oorlove endeontslage heurer voogdijen, ende grijpen stadt de coopmanschappen endehanteringhen die sij van dan voortaen doen, al eest sonder bijsijn oft con-sent vande vooghden, uijtghenomen verthieringhe oft belastinghe van heureonruerende goeden.

TITEL XIX.VAN PRESCRIPTIE ENDE VERLOOP VAN TIJDE.

Niemant en magh verkrijghen eenigh recht bij verloop van tijde oft bijprescriptie minder dan van dertigh jaren continuelijck, uijtgenomen alleen-lijck van saecken daerinne hier voor anders specialijck versien is.

TITEL XX.VAN CESSIE TE DOEN.

1. Soo wie belast is met schulden ende begheert sijn goeden te cederentot behoef van sijne crediteuren, is gehouden tot dien fine te verwervenopene brieven ons genadighste heeren, ende die te interineren, ende voortshem andersins te vuegen ende te reguleren navolghende sekere ordonnantievan hooghloffelijcker memorie onsen heere den keijser, Kaerle den vijfde,ghegheven inder stadt van Brussele [den] naestlesten dagh van augusto in't jaer xvc ende sessendertigh.

Onderteeckent A. BOUDEWIJNS[65].

p 594

STIJL ENDE MANIERE VAN PROCEDEREN BINNEN DER STADT LIEREENDE HAREN BIJVANGHE.

TITEL I.VAN DAGHEMENTEN.

1. Inden eersten, soo wanneer een aenlegger wilt iemandt voor rechtdoen dagen, sal gehouden sijn 't selve te doen doen door den vorser oftandere officieren van dese stadt ende cuijpe, ende daerbuijten, indenbijvange, door de meijers, respective elck onder sijn, restrict ghevende aende selve volcomen last, mondelinghe oft bij gheschrifte, met declaratievanden naem ende toenaem des aenlegghers, ende der ghene die sij gedaeghtwillen hebben [die hij ghedaeght wilt hebbenl.

2. Item, dat soo wanneer d'aenleggeren iemant te recht willen betreckenvoor schulden staende tot namptisatie, als bekent sijnde voor schepenen oftnotaris, oft onder het hantschrift vanden debiteur, van wisselbrieven, verse-keringen, asseurantie (sic), verschenen huijshuere, pachten, verloopen renten,schulden op kerven onder de somme gemaeckt (?), ende dierghelijcke staendetot namptisatie oft provisie, soo is d'aenlegghere, willende ten eerstendinghdaghe namptisatie verwerven, soo verre de saecke daertoe gedispo-neert is, gehouden 't selve bij gheschrifte oft mondelinghe relaes vandenofficier te doen blijcken dat den gedaeghde voor sulcx is gedaeght, endebij ghebreke van dien wort den ghedaeghde dagh van beraede gegunt adprimam, sonder prejuditie vande namptisatie.

3. Item, sal den officier, doende het daghement, moeten noemen dennaem ende toenaem vanden originelen crediteur, soo verre d'aenleggerewilt comen als brenger s'briefs ende ten eersten daeghe van rechte nampti-satie obtineren, oft andersins sal de ghedaeghde insghelijck dagh vanberaede ghegheven worden, sonder prejuditie vande namptisatie.

4. Item, sal den gedaeghde oock worden ghedeclareert den rechter voorwien hij ghedaeght wordt, met interval, in cas van namptisatie als voren,van vier-en-twintigh volcomen uren, ten ware van ghevanghenen, ghehechteoft ghearresteerde persoonen.

p 596

5. Item, ingheval eenighe dienaers vroegher eenighen last becomen omte daeghen, sullen het selve ghehouden sijn terstont te doen, opdat partijenhen te beter moghen beraeden.

6. Ende alle andere dagementen, 't sij van illiquide saecken oft extraor-dinarische, sullen moghen gheschieden geduerende den heelen dagh voorhet aenstaende ghenechte oft roldagh, voor der sonnen onderganck.

7. Item, soo en salmen egeene dagementen, sommatien, arrestementen oftexecutie moghen doen ten huijse daer een vrouwe van kinde is inligghende.

8. Ghelijckmen oock niet en sal moghen daeghen, sommeren, arresterenoft executeren eenighe persoonen komende van buijten ende gaende metden lijcke ter begraffenisse oft ter uijtvaert, oft komende van buijten omalhier voor recht, ten versoecke van partijen, te geven getuijgenisse derwaerhejjt, niet meer in't wederkeeren als in het inkomen.

9. Item, sullen de officieren gehouden sijn pertinente declaratie te ghevenin het relateren van hunne exploicten, aen wie sij hen daghementen hebbenghedaen, met designatie van tijdt ende stonde, ende oft de persoonen habilsijn geweest om hunne exploicten te ontfanghen.

10. Item, dat alle dagementen gedaen op sondaegen ende heijlighdagensullen sijn van onweerden, ghelijck oock de ghene gedaen buijten sonne-schijn, ten waer den noodt sulcx waer vereijsschende.

11. Item, soo verre eenige vande voorschreven dienaers ofte meijersquamen te versuijmen ten behoorlijcken tijde hunne dagementen te doen,ende oock in faute bleven van het te doen oft overbrengen van hunnerelasen, sullen gehouden sijn te betaelen de costen vanden dienenden dagh,ende tot dien partije haeren intrest, ter arbitragie van de schepenen.

12. Item, sullen de dienaers oft officiers, soo ten genechte als rolle,ghehouden sijn de ghene die sij teghens dien dage hebben dagh bestemt,soo haest de saecke dienen sal voort te roepen om te compareren voor recht,op pene van te verliesen hunne salarisen, ende dat de saecke sal blijven insuspens ende sonder voortganck.

TITEL II.VAN BESETTEN ENDE VOORGHEDAEGHDEN.

1. Soo wie reelijcken tot eenighe erffelijcke oft onberuerlijcke, haeffe-

p 598

lijcke ende beruerliicke goeden, bij besette oft voorgedagen begheert teprocederen tot becominge van sijne erfpachten, renten oft andere actien,indien hem niet en belieft den ghebruijcker vande panden personelijck teconvenieren (gelijck hem wel geoorloft is te doen), is gehouden te compare-ren, bij hem selven oft bij sijnen procureur, in presentie vanden schoutethende ten minsten twee schepenen vande stadt oft vanden bijvanghe res-pective, daeronder de voorschreve goeden geleghen sijn, ende aldaer teverclaeren ende declareren met goeden bescheede de panden ende grondenvan erven die hij begheert te besetten, met annominatie ende declaratievanden persoon oftt persoonen die de selve goeden toebehooren, ende voorwat rente oft actie, ende hoeveel verloops oft achterstels bij de voorschrevengoeden begheert te besetten; allen d'welck hij schuldigh sal wesen bij eenvande secretarissen in 't register vande besetten te doen opteeckenen, opde pene van nulliteijt.

2. Item, sal den voorschreven heijsscher ende besetter goets tijdts ende voor het naestvolgende genecht schuldigh ende ghehouden sijn sijnendebiteur, proprietaris, huerlinck oft den besitter vande panden oft goeden,wettelijcke wete te doen, met eenen dienaer vande stadt oft vanden bijvangedaeronder de goeden gelegen sijn.

3. Naer welcke wettige wete, de besetteren hunne reele procedurensullen doen vervolgen ten eerstcomenden rechtdagh, ende ten registrevanden selven genechte onder de oude saken te doen stellen : dat Peeteroft Pauwel heeft doen besetten alsulcken erffelijcke oft haeffelijcke goeden,als toecomen, etc., gheleghen oft berustende sijn, etc.

4. Item, sal alsdan den dienaer (de wete oft exploict gedaen hebbende)schuldigh ende gehouden wesen ten selven genecht-daghe te verclaerenende relaes te doen aen wien hij de wete vanden voorgaenden besetter[besette?] sal hebben ghedaen., d'welck alsoo ten registre vanden ghenechtesal aengeteeckent worden ; ende den gedaeghde behoorelijck voor recht,voorts gheroepen sijnde ende niet comparerende, noch iemant van sijnent'weghen behoorlijck gemachtight, die stoornisse doet oft handtvullingepresenteert, sal ten voorschreven register gheteeckent worden : dat denvoorschreven besette [besetter] sijnen eersten dagh ende rechtdaghe vanbesette is volkomen.

5. Insgelijcks sal de voorschreven saecke, sijnde al wederom voorghe-

p 600

gaen een iterative wettighe wete, ten voorschreven registre worden ghepre-senteert ten naestvolghende tweeden oft derden rechtdaghe, ende t'elckendaeghe de voorschreve ghedaeghde openbaerlijck voorts roepende als voor,ende noch niet comparerende, noch iemant van sijnen t'weghen, sal daerafoock notele worden gehouden, ende ten voorschreven tweeden ghenechtegheseijt worden : dat den voorschreven besetter sijnen tweeden rechtdaghwel vervolght heeft, ende ten voorschreven derden rechtdage ter leveringhe,behoudelijck dat aen d'afgesetene de tweede wete sal ghedaen worden metbeslotene brieven.

6. d'Welck alsoo volkomen zijnde, vermagh den voorschreven besetter,des anderen daeghs, oft soo wanneer hem 't selve belieft, die leveringhevande besette goeden eijsschen, die hem alsdan sal worden gedaen, termanisse des schouthets, bij vonnisse van ten minsten vier schepenen, waer-onder de voorschreven goeden respective gheleghen sullen sijn, in 't voor-jaer, is 't een huijs, om 'tselve goet, jaer ende dagh te houden, sonderverbaelmonden, ende daeraen te verhaelen sijn ghebreck met de wettelijckekosten, daeraf hem acte bij den secretaris sal worden gedepescheert, sooverre hij sulcx versoeckt.

7. Item, soo wanneer de voorseijde reele procedure wort ghedaen toteenighe goeden absente persoonen toebehoorende, ende[66] daeraf egheengebruijckeren oft iemant die hem des is aendragende ende[67] wordebevonden binnen deser stadt oft bijvanghe, soo sal de wete daeraf wordengedaen bij behoorlijcke insinuatie oft requisitoriale brieven; ende inghevalleniemandt hem de voorschreve goeden en is aendraghende, oft aflijvigheoft fugitive persoonen waren competerende, sal het daghement, conde endewete tot drij distincte reijsen, van vierthien daghen tot vierthien daghen, bijproclamatien ende afflixien van billetten worden ghedaen, die den secretarisop des heeren naem sal schrijven, inhoudende declaratie vande goeden, bijwien ende waervoor die sijn beset, met inthimatie dat, ingevalle die binnenbehoorlijcken tijde niet en worden ontset oft hantvullinghe gepresenteert,datmen procederen sal tot leveringhe van dien.

8. Insgelijck salmen schuldigh sijn te procederen, met presentatie vande

p 602

voorschreven saecken, van rechtdagh tot rechtdagh, als voorschreven staet,in 't naerjaer, behoudelijck dien dat in 't voorschreve naerjaer de wete isschuldigh ghedaen te worden aen den eijgenaer oft proprietaris vandebesette goeden, ingevalle men hem daeraf wettige wete kan gedoen oftedoen doen; ende ingevalle niemant te vinden en is die hem de besettegoeden is aendragende, sal d'insinuatie gedaen worden bij proclamatie endeaffixie van billetten, als inden voorgaenden artikel is gheseijt.

9. Item, dat de proprietarissen hunne besette goeden sullen moghenontsetten tot de leveringe excluijs, midts stellende, als vore, sufficientecautie van te rechte te staen ende 't gewijsde te voldoen; behoudelijck diendat de gene die komt ontsetten naer diende de drij recht- oft vervolgh-daeghensullen wesen ghepasseert, oock schuldigh sal sijn den besetter te refunderende costen van rechte tot dien daghe toe ghedaen, ende anders en sal hij nietgeadmitteert worden.

10. Item, hoewel des procureurs officie is voleijnt soo wanneer de voor-schreve besette goeden, in 't voor- ende naerjaer, bij vonnisse sijn gelevertin s'heeren oft partijen handen, dat den schouteth alleenlijck toestaet (desnoot zijnde) 't voorschreven vonnisse van leveringhe ter behoorlijcke executiete stellen, ende datter aen d'evincenten niet geleghen en is self te compa-reren op de cierdagen, sullen voortaen de voorschreven procureurs moghencompareren ende genieten eenen extraordinarischen termijn, die oock salworden ghetaxeert inde costen.

11. Item, dat den huerlinck oft cooper, des versocht sijnde, naer oudercostumen voor hunne hueringhe oft coop sullen tot hunnen koste schuldighsijn te stellen suffisante cautie ende borchtochte, deser juridictien subjectende bedwinghbaer wesende, ten contentemente van schouteth ende sche-penen.

12. Item, dat niemant sijne eijgen goeden uijt des heeren handen en salmoghen inhuren oft incoopen bij bedroghe, oft bij andere doen inhueren oftincoopen, op de pene van nulliteijt.

13. Ende hoe men voorts behoort te procederen bij besette tot eenighegoeden van aflijvige persoonen gheene erfghenaemen hebbende, die sijnegoeden niet laste van schulden te betaelen aenveerden willen, ende tot insol-

p 604

ventie ende voorvluchtighe persoonen goeden; item, hoemen die bewaren,leveren, chieren, vercoopen ende veijlen sal, ende wie daerin preferentiesoude moghen hebben, salmen vinden inde costume deser stadt endebijvanghe, onder den titel : Van besetten ende voorghedaeghen, met desdaeraen kleeft[68].

TITEL III.VAN CONDEMNATIEN OFT VONNISSEN.

1. Soo wanneer de gedaeghde oft iemandt van sijnen t'wegen niet en iscomparerende, maer hem laet contumaceren ende verreijcken, eenwerfanderwerf ende derdewerf voor recht voorts gheroepen sijnde, ende dat [bij]relaes vanden dienaer oft meijer, daeronder dat behoort, blijcke dat departije twee reijsen behoorelijck is ghedaeght gheweest om voor recht tecompareren, soo sullen schepenen den gedaeghde comdemneren, den eijschdes aenlegghers te namptiseren bij provisie ende hem die te laten volghen,onder cautie bij hem te stellen van 't selve nampt te restitueren, indien mennamaels bevonde sulcks te behooren, blijvende niet min de ghedaeghdegeheel in alle sijne exceptien ende defensien ten principalen, indien hijeenighe heeft, met condemnatie van costen.

2. Item, comparerende de gedaeghde ten daege als hij voor de tweedereijse sal worden verreijckt, sal alsdan alnoch ontfangen worden om tenprincipalen te moghen antwoorden ten naesten daeghe, midts opleggendeende betaelende de costen van retardatien, blijvende de voorschreven ghe-daeghde versteken van alle exceptien dilatoir ende declinatoir.

3. Item, soo verre den heijsch des aenlegghers maer en bedraeght sesguldens eens, oft daeronder, sal partije (behoorlijck blijckende vandendagemente) ten eersten daghe niet comparerende, gecondemneert wordenbij provisie inde namptisatie vande ge-eijschte somme cum expensis.

4. Item van gelijcken soo wanneer partije sal wesen gedaeght om tekomen kennen oft ontkennen sijne obligatie, signature oft ander teekeningeoft authentick bescheet, voor schepenen onder hunnen oft stadts zegelengedepescheert, ende daeraf blijcke bij relaes ende exhibitie vande voor-

p 606

schreve bescheeden, gelijck hier vore inden derden article onder den titelvan citatien ende dagementen in actien personeel is gheseijt, ende teneersten daeghe dienende niet en comparere, noch iemanden van sijnentwegen, nochtans voortsgeroepen ende verwacht sijnde, soo salmen insge-lijck, als vore, den gedaeghde bij provisie inde voldoeninghe vanden voor-schreven bescheede, onder cautie bij den voorschreven aenleggere te stellenende onder reserve als vore, condemneren, met condemnatie van kosten.

5. Ten ware nochtans dat de gedaeghde de belijdenisse, bekentenisse,verbintenisse oft gelofte selver niet en hadde ghedaen, noch als sijne eijgenschult onderteeckent; want in dien ghevalle soude hij andermael moetenworden ghedaeght, ende derde werf voor recht voorts geroepen, gelijckhier voor inden eersten artikel is gheseijt.

6. Item, ingeval de gedaeghde hem tegen alsulcken ende diergelijckeliquide actien wilde opponeren, en sal daertegen niet gehoort worden, tenware hij, volghde[69] d'ordonantien ons heeren den Keijsers, in date sevenstenapril anno xvc ende xxxix naer Paesschen[70], des versocbt sijnde, steldesufficiente cautie, deser jurisdictien bedwinghbaer, van te rechte te staenende 't ghewijsde te voldoen, ende[71] woude allegeren ende proberenbetalinghe, transactie, innovatie oft andere diergelijcke peremptoire feijten,in welcken gevalle den opponent gheadmitteert sal worden ten thoone, omde selfste te bethoonen binnen den tijt van veerthien daghen ende bijgebreke van dien, sal gecondemneert worden tot namptissement, ondercautie als vore.

7. Item, soo wanneer iemant ghesuccumbeert sal hebben inde materieprovisioneel, ende gehoort wilt wesen inde materie principael, sal de selve,die ten principalen wilt procederen oft gehoort worden, schuldigh weseninde selve materie principael te procederen, ende sijne actie oft saecke teintenteren ende te vervolghen binnen 't jaer naer de namptisatie, oft andersdaeraf sijn ende blijven versteken, ende sal den aenlegghere, de provisiegheobtineert hebbende, het nampt blijven insolutum, ende sijne borghevande borchtochte wesen ontslaghen.

8. Item, soo wanneer een verweerder tweemael gedaeght ende drijmael

p 608

voor recht voorts geroepen sijnde, niet en compareert in saecken die in eenfeijt gelegen zijn, oft van ceuren ende breucken, oft daer erffelijckheijdt afdependeert, sulcx dat tot naerder instructie vande saecken thoon van doenis, soo salmen den aenlegghere admitteren ten thoon, om sijne meijninghete gewarigen met schriftelijck bescheet, levende waerheijt, oft andersins,gelijck naer gelegentheijt vande saken men sal bevinden te behooren.

9. Item, soo wanneer iemant gedaeght wordt om rekeninge te doen endeten eersten daeghe niet en compareert, noch iemant van sijnent weghen,soo sal d'aenleggere voor profijt van dien geadmitteert worden om te toonend'onderwint ende handelinghe die den gedaeghde sou moghen hebbenghehadt, [ende] daeraf doende blijcken, sal de selve ghedaeghde ghecon-demneert worden de voorschreve rekeninghe tot sekeren daghe daernaer temoeten doen.

10. Item, overjaerde vonnissen salmen, ten eersten achterblijven desgedaeghde, verklaren executabel, soo verre de gedaeghde selver bij denge-exhibeerden vonnisse is gecondemneert ende gedoemt geweest, endeingevalle neen, salmen hem andermael moeten doen dagen ende voor rechtvoorts roepen, ende ten derden daghe verklaren 't selve vonnisse teghen dengedaeghde te wesen executabel, onder cautie bij den executant te stellenvan te rechte te beteren, ingevalle hij de voorschreve executie t'onrechtdede doen.

11. Item, soo wanneer dat ghebeurt dat d'aenleggere ten gedesigneerdendaege selver niet en compareert, oft sijne behoorlijcke ghemachtighde, maerdaeraf in faute bleve, soo salmen in dien ghevalle den ghedaeghde, desversoeckende, absolveren vander instantien, ende doende blijcken dat hij,verweirder, tegen den selven daeghe ware gedaeght, salmen den voor- schreven aenleggere in faulte gebleven zijnde condemneren in kosten.

12. Item, soo verre de selve verweirdere bovendien seggen wilde door't voorschreve daeghsel ende gebreck des aenlegghers beschadight oft ver-hindert gheweest te zijn, soo salmen hem toelaten sijne schade endeintresten over te geven ; daertoe den voorschreven originelen aenleggher salworden gedaeght bij den dienaer die daertoe staet, om daerop ter naesterolle vanden rechtdaghe (oft genechte daeronder de saecke dient) sonderlangher vertreck te doen oft segghen soo hem goetduncken sal, ende in cashij niet en compareert, salmen op de overgegheven schaden ende interesten

p 610

recht doen gelijck [men] naer de ghelegentheijt vande saecke soude bevindente behooren.

13. Item, soo wanneer iemant alhier gearresteert, gevangen oft in gevanc-kenisse wesende, beswaert wort, ende sijn partije hem binnen den derdendaghe geen ticht oft aenspraecke en doet, oft tot dien fine binnen behoorlijcken tijdt niet en compareert, soo sal de voorschreve gearresteerde,gevanghen oft beswaerde vanden arrestemente, ghevanckenisse oft beswa-ringhe costeloos ende schadeloos ontslaghen worden, ende vande costenende voordere schaden ende interesten, des versoeckende, salmen hemversien als in't laetste voorgaenden article is gheseijt, ten waere partijend'een d'ander waren houdende voor onverleth.

14. Ende sal alsulcke ontslaghen persoon, ten respecte vanden voor-schreven apprehendant, aenlegghere oft arrestant, bevrijdt wesen den tijtvan vier-en-twintig volcomen uren, om te gaen daer 't hem gelieft, sondermolestatien.

15. Wel verstaende, dat d'arrestanten , aengaende de civile arresten,waerop egheen apprehentie oft ghevanghen-stellinge gevolght en is, tijt sijnhebbende drij daghen naer dat sij-lieden, om hem over den arreste te fon-deren, sal ghedaeght wesen, ende sonder dagement den arrestant in fautblijvende van hem te fonderen viertien dagen, den dagh vanden arrestemede getelt, sal d'arrest uijt wesen ende wesen ontslagen, sonder daeroprecht oft vonnisse te moeten versoecken, d'welck ook te verstaen is aen-gaende d'arresten op meubele goeden ghedaen[72].

TITEL IV.VAN CAUTIE TE STELLEN.

1. Inden eersten, dat gheen persoonen gheseten buijten deser stadt endebijvange als aenleggers in rechte sullen ontfanghen worden, ten sij dat sijstellen behoorlijcke cautie voor de costen vanden processe; ghelijck oockeen verweirder, geen ingeseten vande voorschreve stadt oft bijvange sijnde(des versocht wesende) schuldigh ende gehouden sal sijn cautie te stellen

p 612

van te rechte te staen ende het gewijsde te voldoen, besonder soo wanneereen aenlegghere sommaire ende apparentelljck doet blijcken van sijneintentie ; ten ware uijt merckelijcke redenen ende consideratie andersins bijschepenen werde geordoneert.

2. Ende daeromme sullen die schepenen oft commissarissen vande rollen,wel ernstelijck letten op de qualiteijt vanden eijsch vanden gene die borgheversoeckt, ende mercken oft den selven ten minsten waerschijnelijck isghefondeert, aleer sij iemant met borghe belasten.

3. Item, de persoonen die ghehouden sullen sijn borge te stellen, sullenmoghen gestaen mits verbindende soo vele erfgoeden als den rechter naereijsch vande saeck genoech duncken sal, gemerck nemende op den commerdaermede de voorschreve goeden belast zijn, welcken commer de voor-schreve persoonen, des versocht sijnde, sullen gehouden wesen onder eedtte verklaren.

4. Item, van gelijcke, sal een iegelijck ghestaen mits stellende onder deweth soo vele onbederffelijcke goeden als 't gene daer de questie om is,mette costen daeromme gheresen oft te rijsen, apparentelijck soude moghenbeloopen.

5. Item, de ghene die geene ghenoechsame erffelijcke oft beruerlijckegoeden en connen oft willen verbinden, sullen een oft meer gheloofweer-dighe persoonen, deser banck subject sijnde, voor borghe moeten stellen.

6. Item, ingevalle de voorschreve persoonen, verweirderen in de sakewesende, moetende, als vore, borge stellen, verklaren onder eedt gheeneonberuerlijcke oft beruerlijcke goeden te hebben oft te weten, diese soudenmogen oft konnen in plaetse van cautie te verbinden, oft oock niet encosten iemanden om voor hen borge te blijven verwilligen, niet tegenstaendehare uijterste diligentie en devoir ten selven eijnde ghedaen, ende daerafdoende sommarie blijcken, sullen ghestaen mits doende cautie juratoir.

7. Item, alle persoonen van buijten alhier te rechte staende, active oftpassive, als aenlegghers oft verweirders, sullen, des versocht sijnde vandewederpartije, schuldigh ende gehouden sijn te kiesen domicilie binnendeser stadt, om aldaer de noodelijcke weten, insinuatien ende andere ex-ploicten ghedaen te worden : welcke weten aldaer ghedaen wordende,sullen stadt grijpen al oft die gedaen waren aen eijgen persoonen, totterinsinuatie ende sommatien te doen met vonnissen diffinitive incluijs.

p 614

TITEL V.VAN GUARANDE.

1. Ingevalle de gedaeghde in behoorlijcken tijt compareert, ende ver-soeckt tijt oft dagh van sommatie oft van guarande teghen andere, die hijpretendeert hem van de ingestelde sake souden moeten verantwoorden, oftvoor hem moeten intervenieren, soo sal hem daertoe behoorlijcken tijt endedagh, ende, oft noot ware, brieven van guarande gheaccordeert worden.

2. Ende de partije alsoo ghedaeght zijnde ende niet comparerende, nochiemant van harent weghen, soo sal partije, 't voorschreven guarant oftsommatie versocht hebbende, moghen protesteren teghen partije niet com-parerende van alle kosten, schade ende interesten, om die teghen hunneerfgenamen ende hunne nacomelinghen ende goeden te verhalen, soo verrehij sommant quame te succumberen ende 't selve protest ten registere tedoen stellen, om hem daermede in tijden ende wijlen te moghen behelpen,ende sal in dien ghevalle den originelen gedaeghde anderen korten daghghegheven worden om in de saecke principael te moghen antwoorden.

3. Item, ingevalle de voorschreve partije, in materie van guarande ghe-daeght sijnde, binnen behoorlijcken tijde compareert, ende begheert eenenanderen voorts tot guarande gesommeert te worden, soo sal hij daertoeoock gheadmitteert worden, aennoemende sijn guarandt, ende dat d'inda-ghen geschiede binnen sekeren korten tijdt bij schepenen te prescriberen.

4. Item, soo wanneer partije, gesommeert sijnde, geen voorder guaranten wete te versoecken, soo sal sij moghen versoecken copije vande aen-sprake ende andere bescheeden bij den originelen aenleggere ge-exbibeert,ende dagh van berade; d'welck hem sal worden geconsenteert, op conditiedat hij ten naesten daghe dienende sal moeten verklaren, oft hij de sakevoor den verweirdere wilt aenveerden ende intervenieren oft niet; endeingevalle hij verklaert jae, ende d'aenlegghere met hem, als solvent wesende,te vreden is, sal d'origineel gedaeghde uijt den processe worden gedaen,ende anders niet; d'welck hem vrij staet soo wanneer 't voorschreven gua-rant is versocht naer de litiscontestatie, soo en sal de sake principaeldaerom tusschen partijen niet gestateert oft geschorst worden ; oock soo ensal alsulcken origineel verweirdere uijt den processe niet gedaen worden, al

p 616

waert dat iemant 't versocht guarant begeerde te aenveerden naerde litis-contestatie, maer sullen t'samen als ghevueghde de saecke moeten ver-volghen.

5. Item, de ghene die, als vore, voor eenen anderen komt verweiren oftgaranderen, en magh vanden gherechte met wijcken of declineren, maermoet litem contesteren ende antwoorden, oft voldoen t'ghene daer sijnenoproeper in ghehouden soude sijn geweest indien hij voor hem gheen gua-rant gheboden en hadde; ende den voorschreven interventeur wesendeeenen buijten-man, sal daer-en-boven schuldigh ende ghehouden sijn testellen sufficiente cautie, deser jurisdictien bedwanghbaer, van te recht testaen ende t'ghewijsde te voldoen.

6. Item, indien partije in materie van guarant ghedaeght sijnde compa-reerde ende verklaerde niet te willen guaranderen, sal hij daermedeghestaen aengaende de voorschreve materie van guarande of summatie, omde materie principael daermede niet te retarderen of te verachteren, endesal den originelen ghedaeghde (opdat hem belieft) moghen protesteren alsvoor, ende sal den selven verweirder teghen den naesten gheordoneertworden te moeten antwoorden, sonder de materie principael, onder hetpretext vanden voorschreven guarande, langher te retarderen oft te verach-teren.

TITEL VI.VAN ERFSCHEIJDINGHE.

1. De saken van erfscheijdinghen, palinghen ende daer aenclevendesullen, uijtten ordinarisschen rolle oft ghenachte, op de plaetse contentieus,voor schouteth ende vier schepenen ten minsten, in presentiie van een vandesecretarissen, eerst verbalijck ende mondelinghe bedient[73] worden, metdesignatie van plaetsen, waterloopen ende andere servituten, daeromme dequestie is rijsende, ende sullen niet min (inghevalle de sake diffinierbaerwordt bevonden) beijde de partijen hunne redenen verbaelijck ende mon-delinghe ghedinght op den staenden voet in gheschrifte met korte woordenmoeten overgheven, metten conclusien bij hen respectivelijck ghenomen,

p 618

ende tot dien alle bescheeden daermede sij respective hen souden begeirente behelpen; welcke stucken reciproce partijen sullen worden in loco ghe-communiceert, om daerop bij hen gheseijt te worden ghelijck sij t'hennenraede sullen bevinden te behooren; ende sullen schepenen, is't doenlijck,aldaer accorderen oft recht doen, t'sij ad probandum, vel alles[74] ghelijcksij naer ghelegentheijdt ende meriten vande saken sullen bevinden tebehooren.

2. Ende in cas partijen ten thoone gheadmitteert worden, sal den selventhoon worden ghehoort in loco contentioso ten aensien vande plaetse daer-omme dat de questie oft twist is, ten ware om lanckheijt van dien, oftandere redenen anderssins bij mijn heeren wierde gheordoneert.

3. Item , soo wanneer swarigheijdt oft difficulteijt inde saken wordtbevonden, soo ismen ghewoonlijck daerbij ende over oock te roepen deghesworne erfscheijders deser stadt, de welcke in dien ghevalle, op hennensalaris nae beschreven, schuldigh ende ghehouden sijn daerover ende bijoock te compareren ende te komen, om te gheven hen goetduncken bijforme van advis.

4. Item, sal mijn heere den schouteth, gherequireert wesende te komenop erfscheijdinghe oft palinghe binnen der stadt ende cuijpen der selver,hebben voor sijn comparitie 1 gulden 16 stuijvers.

5. Item, de schepenen t'samen ende onder hen te verdeijlen. 4 gulden16 stuijvers.

6. Ende de secretaris, voor sijne comparitie, vier-en-twintig stuijvers,sonder de besoigne die hij in loco oft elders soude moghen doen, die welckehem sal betaelt worden naer de grootte vande acten.

7. Item, de drije erfscheijders sullen hebben voor henlieden comparitienieder 15 stuijvers.

8. Ende gherequireert wesende op eenighe erfscheijdinghe inden bijvange,sullen hebben dobbel recht van 't ghene des voorschreven staet; behou-delijck dat, ingevalle het een mijle oft meer vande stadt ware, soo sullen deselve heeren schouteth, schepenen ende secretaris oock daer-en-bovenbetaelt worden voor hunne vacatie naer proportie vanden tijt dat sijdaeromme moeten verletten.

p 620

TITEL VII.VAN INJURIEN.

1. Alsoo daghelijckx vele querellen oprijsen in materie van injurientusschen de ingheseten deser stadt oft haren bijvanghe, ende dat den twistnoch meerdert, soo mits de lanckheijdt des tijts als overmits de oncostendie in't vervolghen vande processen ghemeijnlijck gherijsen, ende dat weldient (besondere in dese tijden) dat alle gheresen twisten terstond ende tenminsten coste wierden gheslicht ende te neder gheleijt, soo is gheordonneert:datmen inder saken van injurien sal procederen sommarie ende de plano,sonder forme van processe; ende dat doende, sal d'aenleggher, bij manierevan requeste, in't cort verthoonen de injurien die hij soude willen preten-deren hem aenghedaen te sijn, ende bijvueghende sijne conclusie; welckerequeste der teghenpartije sal worden ghecommuniceert, om binnen drijdaghen naer de selve communicatie daerop gheseijt oft ghedaen te wordenprout consilii, promptelijck: ende oft de g'insinueerde hem daernaer nieten reguleerde, soo sullen schepenen den remonstrant ten versoecke admit-teren ten thoone, ende sal de beklaeghde ghedaeght worden om de ghetuij-ghen te sien eeden; wanneer de selve beklaeghde sal moeten allegeren deredenen van reproche die hij tegen de persoonen vande selve getuijgensoude moghen hebben, oock op versteeck, behoudelijck partije advers daer-teghen heure salvatie; ende bij gebrecke van wederlegginghe, oft indien dereprochen bevonden wierden niet te wesen relevant, salmen procederentotter examinatien vande selve getuijghen; d'welck ghedaen sijnde, salpartijen openinghe gheaccordeert worden van thoon, ende dagh om repro-cheren ende salveren.

TITEL VIII.VAN'T GHENACHTE ENDE ROLLE.

1. Inden eersten is te weten dat inder stadt ende bijvanghe van Lier,boven sekere kleijne smalle bancken van leengoeden ende chijnsgoeden,worden ghehouden twee distincte judicaturen, d'een ten ghenachte, d'welckwort ghehouden alle veerthien dagen, des smaendaeghs, bij mijne heeren

p 622

den schouteth ende ten minsten vier schepenen vanden bijvanghe ende vierschepenen vande stadt, met een vande secretarissen; ende d'ander geheeten"den ordinarisschen rolle," die welcke wort ghehouden des vrijdaeghs,bij mijn heeren den schouteth ende twee schepenen vande stadt, ende meteenen vande secretarissen.

2. Wel verstaende, oft ghebeurde des maendaeghs oft vrijdaeghs, heijligh-dagh te wesen, dat alsdan t'voorschreven ghenacht ende rolle wort ghe-houden des anders daeghs daernaer; tottet houden van welcken, ghenachteende rolle den voorschreven schouteth ende schepenen ende secretaris hunvoortaen tijdelijck sullen laeten vinden ende gereet houden, om partijen teontkommeren ende justitie te administreren.

3. In't houden van welcke twee bancken ende rechtdaghen men ghewoo-nelijck is te observeren den reghel van recht: quod actor sequitur forum rei,dat is, soo wanneer een ingeseten poorter der stadt van Liere begeirt teconvenieren oft aen te spreken een bijvanck-man, schuldigh is het selve tedoen ten ghenachte, ende ter contrarien, soo wanneer een bijvanck-manbegeirt te convenieren een ingeseten poorter der stadt van Liere, schuldighis het selve te doen ten voorschreven ordinarisschen rolle.

4. Behoudelijck dien dat de ingesetenen van den bijvanghe van keurenende breucken, accijsen ende andere worden aenghesproken ende ghecon-venieert ten voorschreven ordinarisschen rolle.

5. Item, alle besetten ende voorghedaghen op huijsen ende gronden aenerfve[75], mede op haeffelijcke ende beruerelijcke goeden, t'sij dat die ghele-ghen sijn inder stadt oft inden bijvanghe van Liere, worden ghedaen endevervolght ten voorschreven ordinarisschen ghenachte, inder vueghen endemanieren ghelijck hiervore onder den titel : Van citatien, wete ende proce-duren in reele actien is gheseijt[76].

6. Item, hoewel [men] eenighen tijt gheleden, in prejuditie ende achter-deel vande voorschreve ordinarissche ghenachte ende rol-daghen, ghead-mitteert heeft partijen te procederen bij processen communicatoir, daerafondertusschen de stucken in partije handen sijn ghebleven ende ghedema-nueert, soo is't gheordonneert datmen voortaen geen processen communi-

p 624

catoir en sal admitteren, maer partijen renvoieren ten voorschreven ordi-narisschen ghenachte oft rolle daer dat behoort, uijtghenomen saken vaninjurien, oft tusschen maesschap hanghende, oft andere saken acceleratiebehoevende, ter discretien vande schepenen.

7. Item, om partijen te subleveren van costen, is gheordineert dat allesaken niet excederende de somme van een pont Vlaemsch sullen, soo welten rolle als ten ghenachte, bedinght worden mondelinge, mits stellendepartijen hunne aenspraeck, antwoorde ende andere substantieel bedinghdeniet korte woorden apud acta, sonder daerinne te stellen eenighe ondien-stighe redenen, rediten oft impertinentien, op de pene datmen de costen,ter causen van eenighe schrifturen in ghelijcke saken ghemaeckt, niet ensal taxeren voor wettighe costen, ten ware, om merckelijcke redenen,anderssins bij schepenen expresselijck ware gheconsenteert.

8. Item, dat de verweirderen in saken gheproponeert ten ghenachtesullen hebben dagh om te antwoorden den tijdt van veerthien daghen,ende in saken dienende ter rolle, den tijd van acht daghen, ende daernaeralnoch eenen dagh peremptoir, alsoo dat sij ten derden daghe promptelijcksullen ghehouden sijn te voldoen, ende dat [sij] soo voorts successivelijckvan ghenachte tot ghenachte ende, van rolle tot rolle, alle daghen heuroock sullen moeten reguleren in 't dienen van replick ende duplick tot deneijnde toe van de saken, sonder eenighe voordere oft langher dilaeij temoghen nemen, op versteeck, besonder soo wanneer partijen te beijdesijden woonachtigh sijn binnen de stadt ende bijvanghe van Liere, tenware bij schepenen oft commissarissen vande rolle anders wierde gheor-doneert oft gheconsenteert langher dilaeij oft termijn, d'welck bij hunnochtans niet en sal worden ghedaen dan om merckelijcke redenen hunblijckende ende anders niet, behoudelijck dat partijen, soo wel d'aenleg-gher als de verweirder, naer d'aenspraeck ende dat ghecontesteert is,sullen eens vande heeren moghen hebben eenen heerlijcken dagh oftdilaeij, oft in wat state de voorseijde saken sijn ghestelt voor het sluijtenvande selve sake.

9. Item, indien den verweirder wilde proponeren exceptie declinatoir oftdilatoir, sal schuldigh ende gehouden wesen t'selve te doen ten voorschreveneersten daghe van rechte naer den dagh dat de sake is gepresenteert, ghe-lijck hij oock alsdan schuldigh sal sijn simul et semel te proponeren alle

p 626

andere exceptien daermede hij hem soude willen behelpen, op de pene vanversteeck, ten ware naederhant eenighe exceptien van nieuws hem terhanden quamen ende openbaerden.

10. Item, inghevalle hij verweirder hem tot fondamente van sijnderexceptien wilde behelpen met eenige munimenten oft schriftelijcke beschee-den, sal hij schuldigh ende ghehouden sijn tselve bescheet ten selvendaghe in recht te ederen, oock op versteeck, ten ware partije, oft procu-reur specialijck daertoe ghemachtight, bij eede wilde affirmeren het schrif-telijck bescheedt niet onder te hebben, maer dat t'selve ware berustendeonder eenen anderen, ende hij dat niet en hadde konnen krijgen, hoewelhij daertoe alle neerstigheijt ende vervolgh hadde ghedaen.

11. Item, en sal partije versoeckende brieven van sommatien van gua-rande, van resumptie oft diergelijcke, daertoe maer eenen peremptoirendagh totten naesten gheaccordeert worden, sulckx dat alle termijnendaertoe ende tot andere nootsakelijcke saken ghekomen [bekomen?]sullen wesen peremptoir; ende en sullen de procureurs d'een den anderengheene andere langher daghen sonder expressen last van heuren meestermoghen consenteren oft accorderen; ende oft sij anders deden, oft langherdilaeij d'een d'ander consenteerden, oft anderen oft voorderen dagh lietennemen, soo en sullen de procureurs gheen van beijden daeraf hunnemeesters geene termijnen mogen eijsschen.

12. Item, soo wel d'aenlegghere als de verweerdere, mentie makende inhun bedinghde van eenighe imtrumenten, brieven oft bescheeden, salschuldigh wesen ten selven daghe oock te exhiberen het selve ghementio-neert bescheet, op pene van versteeck ende hem daermede niet te mogenbehelpen.

13. Item, want metter daet bevonden is, dat ondertusschen partijen hunbescheet, daerop sij hun sijn fonderende, alleenlijck sijn dienende bij copijeoft extract alhier, achterwaerts houdende d'originele, opdat de rechterenniet considereren oft bemercken en souden de fauten ende ghebreken ind'originele stucken wesende, soo is gheordoneert, soo wie hem in rechtbehelpen wilt met eenighe brieven, instrumenten, rekeninghen, boecken oftander schriftelijck bescheet, ghehouden sal sijn de selve originele brieven,rekeninghen, boecken oft ander bescheet, soo wanneer t'selve recouvrabelende ter handt is, te exhiberen, om bijden secretaris alhier, ter presentien

p 628

van een oft meer schepenen, henne ghe-exhiheerde copije ende extractautenticque ghemaeckt te worden, die welcke alsdan ernstelijck de voor-schreve originele stucken sullen visiteren, ende besien hoeveel gheloofs endecredit die selve meriteren, ende oft die eenighsins sijn suspect, ghecasseertoft deurschrapt, waeraf, in dien ghevalle, sij schuldigh sullen sijn, in't auten-tiseren vande selve stucken, notule te houden.

14. Item, oft eenighe partijen oft procureurs bevonden wierden dewaerheijt in hun eijghen feijt ontkent te hebben, oft anders vande [dande?]waerheijt te kennen gheven, oft anderssins merckelijck ghecalumnieert tehebben, salmen den selven straffen naer gheleghentheijt vande saken.

15. Item, soo wanneer partijen doen eenigh versoeck oft sustenue, salpartije ten selven daghe oft uijtterlijck wel ter naester rolle oft ghenachtedaeraen schuldigh wesen te voldoen, oft wel antwoorden, nemende perti-nente conclusie, ende alsoo sommierelijck ten selven daeghe repliceren endedupliceren, sonder voorder te schrijven, ten ware sulckx bij mijne heerenwierde gheordonneert.

16. Item, soo wanneer den verweirder sal hebben ghedient van duplijck,sal de sake ghehouden worden voor ghesloten, ende sal de selve schriftueresecreet blijven, ten ware partijen malkanderen accordeerden voorderschrijven.

17. Item, alsoo de ghedinghde stucken, schrifturen ende munimentenondertusschen worden ghedemanueert, doordien de procureurs oft partijendie wederomme uijtter griffien komen lichten ende halen, is gheordonneertdat den griffier oft secretaris voortaen gheen overghegeven stucken ,schrifturen oft munimenten, daermede hunne registers sijn belast, en sullenwederomme moghen uijt hunne handen laeten gaen, maer sullen partijenalleenlijck daeraf moghen nemen copije tot hunnen coste, op pene dat desecretarissen daervoren sullen verantwoorden ende innestaen.

TITEL IX.VAN THOON AF TE LEIJDEN.

1. Soo wanneer partijen, oft een van beijden ten thoone gheadmitteertsullen wesen, soo sullen sij t'samen, oft elck van hun in't besonder, schul-

p 630

digh ende ghehouden wesen den se[ven hunnen thoon oft thoonen af teleijden binnen drij eerste naestkomende ghenacht- oft roldaghen naer datsij ten thoon sullen wesen gheadmitteert, sonder langer dilaeij daertoe tenemen oft ghebruijcken, ten ware bij schepenen, om merckelijcke oftevidente redenen (daeraf soude moghen blijcken, ende anders niet), langherdilaeijen worde ghegheven oft gheconsenteert.

2. Item, soo wanneer eenighe ingheseten vande voorschreve stadt oftbijvanghe, ten versoecke van partijen litiganten, ghedaeght sullen wordenom der waerheijt getuijgenisse te geven, soo sullen sij schuldigh endeghehouden sijn hun tot dien fine ghereet te laten vinden ende ter ghedesi-gneerde ure ende plaetse te compareren, op de verbeurte van thien stuij-vers, ten ware dat de ghedaeghde thoonde wettelijcke nootsake, mits opalsulcken conditie ghedaeght sijnde met behoorlijck interval van tijde.

3. Item, soo wie insghelijck inder voorschreve manieren ten fine voor-schreve voor de tweede reijse ghedaeght sijnde, niet en compareert, saldaeraen verbeuren het dobbel vande voorschreve pene, ende daer-en-bovenaen den dienaer oft meijer betalen sijnen solaris vande daghementen.

4. Ende soo wie, voor de derde reijse ghedaeght sijnde ten fine als vore,niet en compareerde, sal daeraen verbeuren het drij dobbel vande voor-schreve pene, ende daer-en-boven moeten opleggen partije ghe-interesseerdealle kosten, schaden ende intresten die hij daerdoor soude komen te lijden,ende sal niet te min feijtelijck ende metter daet bij mijn heere den schouteth,bij apprehensie van sijnen persoon oft stellinghe van dienaers in sijn goet,bedwongen worden de waerheijt ghetuijghenisse te gheven.

5. Item, om partije te subleveren, soo seer het doenlijck is, vanden lastvan thoon, soo is gheordonneert dat partijen te beijde sijden, des versochtsijnde, sullen schuldigh ende ghehouden wesen onder eedt de calumnie[de calumnia] te antwoorden bij kennen oft ontkennen op elck articlenvande schrifturen in feijten consisterende; ende oft eenighe van partijendaerinne onwilligh ende [in] ghebreke vielen, soo souden de feijten, indien deselve waren vande eijghender daet des ghebreckelijcken, ghehouden wordenvoor bekent; ende inghevalle neen, sullen die ghehouden worden voorontkent.

6. Item, dat de ghetuijghen sullen worden ghe-examineert ende overhoortten minsten van een vande schepenen ende een vande secretarissen die

p 632

daertoe best sullen konnen vaceren, die welcke die ghetuijgen wel endeernstelijck sullen vermanen ghedachtigh te wesen huns eedt ende zielensaligheijdt, ende interrogeren ende vraghen naer de redenen van hunnewetentheijdt van heure depositien, naer den tijdt ende plaetse daer t'selvegheschiet soude wesen, wat andere persoonen daer ontrent ende bij waren,ende van andere dependentien ende circumstantien van dien, ende besonderoft sij de persoonen daeraf sij sijn sprekende wel kennen.

7. Item, oft sij gheen maeschap van partijen en sijn, ende oft heur desake directelijck oft indirectelijck niet en is aengaende, oft onproffijt [ervan]en staen te verwachten; alle 't welck den secretaris oft greffier, over d'exa-minatie wesende, sal schuldigh ende ghehouden wesen wel ende in 't langhegheheelijck ende al te schrijven ende op te teekenen, in sulcker voeghenals de ondervraeghde persoonen hun ghedragh [bedragh] daeraf sijn doende,sonder te segghen deponit aut affirmat articulum prout jacet, oft affirmeert deghesubvirguleerde clausule oft dierghelijcke; noch oock uijt des eens depo-sitie te transcriberen van woorde te woorde des anders verklaren oft ghe-tuijghenisse, maer sullen een ieghelijck [-s] vande ghetuijghen verklarenende deponeren besondere, apaert ende in't langhe minuteren ende schrijvenghelijck sij dat sijn verklarende, sonder te moghen stellen : deponit ut prae-cedens; op de pene van eenen gulden thien stuijvers; ende de selve hunnedepositien bij gheschrifte ghestelt sijnde, sullen de commissarissen die deghetuijghen met goeden bescheede voorlesen ende onderteekenen, latendede ghetuijghen die schrijven konnen t'selve oock mede onderteekenen, endehoudende notele vande die die niet schrijven en konnen.

8. Ende ghemerckt daeraf groote faulte worden bevonden in subalternebancken onder de hooftbancke vanden bijvanghe van Lier resorterende, soowort hun gheordoneert, op ghelijcke pene, hun naer t'ghene voorschrevenis oock te reguleren ende te vueghen.

9. Item, datmen de voorschreven ghetuijghen voortaen op gheene inter-rogatorien en sal hooren, maer alleenlijck op de poincten ende articlen soodie bij partijen sijn bedinght.

10. Item, soo wanneer partije advers oft heuren procureur, wettelijckghedaeght sijnde, immers twelf uren te voren ende niet min, om dieghetuijghen te sien eeden, met advertentie ende waerschouwinghe datinghevalle sij oft heuren procureur niet en compareert, men dies niet

p 634

teghenstaende sal procederen tot het eeden ende examineren der selverghetuijghen, soo sullen de voorschreve commissarissen evenwel, inghevallepartije oft heuren procureur niet en compareert, ende ghebleven [gheble-ken] sijnde vanden daghemente, als voren, procederen totten eede endeexamineren vande selve ghetuijghen.

11. Ende inghevalle partije komt allegeren eenighe notabele reprochenoft exceptien teghen eenighe ghetuijghen, sullen de commissarissen daervannotitie houden, ende evenwel appoincteren, datmen de ghetuijghen saloverhooren omme op hunne depositien in't ramen ende maken vanden von-nisse alsulcken regard ende consideratie ghenomen te worden alsmen naerrecht sal bevinden te behooren, behoudelijck den reprochant sijne naerdereredenen van reproche, ende partije advers heure redenen van salvatien.

12. Item, soo wanneer partijen gherenuncieert van thoon, oft ghenotensullen hebben hunne voorseijde drij daghen van thoon, ende alsoo verstekensullen wesen van voorderen thoone, soo sal partije, des versoekende, ghe-consenteert worden openinghe ende copije vande depositien, mitsgadersvande billetten ende articlen daerop die sijn ghehoort.

13. Item, partije willende ende begheirende te reprocheren sal schul- digh ende ghehouden sijn t'selve te doen ten naestkomenden ghenachte oftroldaghe naer dat de ghetuijghen volkomelijck sullen wesen overhoort,ende dat ghekomen sal wesen ter kennisse van partije advers oft heurenprocureur, uijtterlijck binnen twelf daghen naer het bekomen van partijenthoonen, die sij terstont soo die ghereet sijn sullen moeten lichten; behou-delijck dien, datmen voortaen gheen schriftelijcke reprochen oft salvatienen sal admitteren in saken van kleijnder importantien niet excederende desomme van achtien guldens; maer sullen partijen alleenlijck allegeren res-pectivelijck voor reprochen ende salvatien generalia juris pro et contra etgenerales impertinentas, ende sullen schepenen, van huns ampts endeofficie weghen, in dien ghevalle daertoe vueghen t'ghene des ter eender oftter ander zijden, na recht ende beleijt van saken, ter staden ende teronstaden soude moghen komen.

14. Item, dat partijen oft heure procureurs in heure schriftelijckereprochen oft salvatien niet en sullen moghen verhalen oft repetitie doenvan't ghene des er ghethoont soude moghen wesen, noch daerinne verhaleneenighe redenen der materie principael aengaende, dan naecktelijck dedu-

p 636

ceren de reprochen ende salvatien die sij souden moghen weten te segghenvande persoonen over de saken ghetuijght hebbende ende hunne depositien,ende mede des sij weten te segghen op de stucken, titulen ende muni-menten bij d'een oft d'ander van partijen in forme van thoon overghe-gheven, ende voorder niet, op pene van rejectie.

15. Item, soo wanneer partije, als vore, ghedient sal hebben van repro-chen oft feijten van belastinghen, soo sal partije advers schuldigh endeghehouden sijn, ten naesten rechtdaghe daernaer volghende, te dienen vansalvatie oft reden van onschult, op versteken.

16. Ende t'proces alsoo in staet sijnde, sullen de procureurs respectivefurnieren ende dienen van inventaris scripto, oft wel die 't belieft de notelenemploijeren voor inventaris; ende sullen sulcken inventarissen ghetaxeertworden; ende sullen de procureurs hunne respective inventarissen teeke-nen, ende oock de notulen onderteekenen, indien sij die emploijeren.

TITEL X.VAN SURANNATIEN.

1. Inden eersten, naer ouder costumen, alle instantien, t'sij die hangenvoor ordinarissche gherechten van commissarissen oft anderssins, naer hetjaer overstreken zijnde, worden ghesuranneert, soo wanneer men de saeckeheeft laeten een heel jaer stille staen, sonder termijn daerinne voor rechtghehouden te hebben, ten waere dat inde saecke, t'sij principael oft inci-denteil, soo verre waere gheprocedeert datter gheene termijnen en vielente houden.

2. Item, willende een verweirder in alsulcken ghevalle hem metter ver-jaeringhe behelpen, t'sij om de costen vanden processe te heijsschen endete doen taxeren oft anderssins, is ghehouden tot dien fine pertinente con-clusie in materie van surannatie te nemen, ende dien aengaende vonnissete obtineren.

3. Item, al is't dat een aenleggher oock naer de litiscontestatie ghead-mitteert wordt om vande instantie te moghen desisteren, sonder daermedezijne ghe-institueerde actie te renuncieren, midts hem laetende condem-neren inde costen daeromme gheresen, soo wanneer nochtans de selveaenleggher de voorschreve zijne actie voor de tweede reijse comt intenteren,

p 638

soo wort hij ghehouden de selve zijne tweede instantie tot den eijnde toe tevervolghen, soo verre die verweirder dat versoeckt, oft anderssins moet vande instantie ende actie desisteren.

4. Item, niet teghenstaende alsulcken desisteringhe vande instantie blijftden verweirder behouden alle sijn recht van defensie ende anderssins,d'welck hem uijt eenighe acten inden voorghenoemden processe ghehoudenis, gheacquireert, om hem inde toecomende tijden daermede te behelpen.

5. Ende soo wanneer de saecke maer en is interrupt, door dien egheen vanbeijden de partijen in sekeren langhen tijdt die niet en hebben ghepresen-teert, sonder nochtans ghesuranneert te wesen, soo sal partije begheerendevoorts te waren die moghen doen presenteren, doende te boecke stellenende aennoemen de leste substantiele retroacte daerinne ghehouden, sonderpartije advers daeromme te derven daeghen, ende sal in dien gevalle denprocureur alsdan worden gheordonneert eenen sekeren dagh om indesaecke te procederen, naervolghende de voorgaende retroacte peremptoirlijck.

TITEL XI VAN APPELLATIEN.

1. Inden eersten, als hem iemant bevint beswaert bij eenigh appoincte-ment oft vonnisse gegeven bij schepenen vande stadt van Liere, sal daer [van]moghen appelleren aende borghemeesteren ende schepenen der stadt vanAntwerpen; ende soo wie hem beswaert vindt bij vonnisse ghegheven bijschepenen vanden bijvanghe van Liere, sal daeraf moghen appelleren aenmijn heeren den cancelier ende andere vanden raede van Brabandt; dies salhij de selve appellatie voor schepenen oft notaris ende getuijghen schuldichsijn te doen, binnen thien daeghen naer de pronuntiatie vanden vonnisse,oft vanden daeghe dat die uijtsprake vanden vonnisse tot sijne oft sijnsprocureurs kennisse sal sijn ghecomen; wel verstaende dat den dagh vanprononciatie oft becomen vande kennisse wort mede ghetelt.

2. Item, indien hem iemandt bevindt beswaert bij eenich appoinctementghegheven bij de commissarissen vande rolle, sal daeraf moghen appellerenoft provoceren totten collegie vande schepenen deser stadt, allegerendealleen hunne grieven verbalijck sonder eenich schrijven, mits opleggendealsdan twelf stuijvers; ende sullen alsdan de schepenen de stucken [ende]

p 640

munimenten van dien hersien ende visiteren,ende recht doen naer behooren,ende den voorschreven appoinctement obtinerende, sullen hem de twelfstuijvers worden gherestitueert; ende in cas hij comt te succumberen, sullendie blijven verbeurt, behoudelijck dien, dat in cas die voordere swaricheijtende insien in heeft, sullen partijen mogen ordonneren, dat sij tot uijttinghevanden vonnisse voor den rapport gheldt consigneren.

3. Item, omdat daghelijckx bevonden wordt dat diversche persoonen,sonder grief oft redenen, maer alleenlijck om voldoeninghe van vonnisse tesuspenderen, sijn appellerende, in groote vilipendentie vande justitien endeachterdeel ende verdriet van partije geobtineert hebbende, soo is, om dier-ghelijcke ende andere frivole, temeraire appellatien te schouwen ende tebeletten, geordonneert: dat soo wie van eenighen vonnisse alhier ghewesenappelleert ende sijn appel niet en verheft oft en vervolght, sal verbeurenneghen carolus guldens, te deijlen in drijen, d'een derdendeel den heere[t'] tweede derdendeel de schepenen t'selve vonnisse ghewesen hebbende,ende t'resterende derdendeel den genen die 't voortsbrocht, ten waere denvoorschreven appellant de voorschreve sijne appellatie afginck ende daerafrenuncieerde, ende behoorlijcke insinuatie dede aende rechters daeraf hijgeappelleert hadde, ende aen sijn tegenpartije, binnen acht dagen, volgensden 594en article inde ordonnantie van den raede van Brabant[77]

4. Item, de gene die hunne appellatie sullen willen vervolghen, sullenschuldigh ende gehouden wesen t'selve te doen binnen twintich daeghen, terekenen vanden daeghe vande voorschreve eerster ghe-interjeeteerde appel-latie, den selven dagh daermede gherekent wesende, te weten inden raedevan Brabandt bij opene, ende tot Antwerpen met beslotene brieven; endede selve brieven binnen de voorschreve twintich daeghen te exhiberen endeter executien te stellen, oft anderssins ende bij ghebreke van dien sald'appellatie wesen ende ghehouden worden voor desert, ende voort ghepro-cedeert worden als in den 583en articule inde voorschreve ordonnantie van-den raede van Brabant[78].

p 642

5. Item, soo wie hem bevint ghegraveert met eenighe vonnissen ghewesenbij de oudermans vande lakenhalle alhier, ende willende daeraf appelleren,mach dat doen inden raede van Brabant, oft voor schouteth ende schepenender stadt van Liere, daer de partije appellerende dat ghelieven sal, behou-delijck dat het selve respectivelijck geschiede in manieren ende binnen dentijde als voren.

6. Item, binnen ghelijcken tijde sullen thoonen appellatie, bij gheslotenbrieven inder hooftbancke vanden bijvanghe van Liere moeten interinerenende te wercke stellen de partijen die hen bevinden ghegraveert meteenighe vonnissen gegheven bij eenighe subalterne rechters onder de voor-schreve hooftbancke vanden bijvanck van Lier resorterende[79].

7. Item, alle de voorschreven ghe-interjecteerde appellatien sijn schors-sende ende belettende d'executie vande vonnissen daeraf gheappelleertis, ende wes contrarie van dien ghedaen wort, wort ghehouden voorattentaet, ende behoort ende moet costeloos ende schadeloos afghedaenworden.

8. Item, al is't dat de saecke, in d'eerste instantie, voor de rechterena quibus schriftelijck is beleijdt gheweest, magh nochtans d'appellant, niet-te-min sijne grieven ende redenen van appellatien schriftelijck overgheghe-ven [overgheven], et non allegata allegare, et non probata probare, sonderdat van noode sij t'selve requeste civile oft anderssins te versoecken ende teobtineren,

9. Item, en moghen de vonnissen bij subalterne bancken van nulliteijtnoch anderssins niet ghe-impugneert worden dan bij ordinarische weghenvan appellatie voor de hooftbancke alhier.

10. Item, de beschreven gheappelleerde rechten [rechters], resorterendeonder de hooftbancke vanden bijvanghe van Lier, sijn ghehouden ten ghe-te zijne bij eenighe vonnissen ghegheven bij eenighe subalterne rechteren sonder middelen in onsen raederesorterende, behalven van de vier hooft-steden ons landts van Brabandt, oft andere gheprivilegeerde stedenende plecken, die selve sal ghehouden zijn daeraf te appelleren binnen thien daghen van der date van denvonnisse, oft van den daghe dat 'tvonnisse tot sijne kennissen ghekomen sal zijn, ende binnen twintigh daghennaer de expiratie van de voornoemde thien daghen, oft dat 'tvonnisse tot sijnder kennisse ghekomen sal zijn,sijn brieven van appellatien releveren ende executeren, op de pene van desertien, ende dat die rechtersa quibus sullen moghen procederen tot executien van heuren vonnisse, al ofter niet af gheappelleert en ware;waerteghen men niet en sal moghen releveren, ten ware om saecken van minoriteijt, sieckte, nootelijckeabsentie, oft andere pregnante redenen den hove daertoe moverende.

p 644

designeerden daghe over te brenghen, oft besloten ende behoorlijck ghefurniert sijnde over te seijnden t'gheheel proces met alle de stucken, soo t'selvevoor hem [hen] is bedinght, ende op heuren eedt te verclaren mondelinghe,oft bij henne missive, dat 't proces wort overghebrocht oft overghesondenin alder voeghen ende manieren ghelijck t'selve voor henlieden is bedinght,ende verclarende t'vonnisse daerinne bij hem [hen] ghegheven niet te willensustineren, maer te stellen partije teghen partije.

11. Welcke voorschreve overbrenginge oft overseijndinghe vanden gheap-pelleerden processe de beschreve rechteren sullen schuldich ende ghehoudenwesen te doen op den behoorelijcken solaris en taux, bij die vande hooft-bancke te taxeren, sonder dien uijt hem [hen] selfs authoriteljt te augmenterenoft partijen meer af te nemen, alsmen verstaet dat eenighe van hen vervoor-dert hebben te doen, op arbitrale correctie; maer ingevalle eenighesubalterne rechteren hen souden willen beclaeghen den selven taux te soberoft te cleijn te wesen, sullen t'selve de schepenen vande voorschreve hooft-bancke te kennen gheven, om bij henlieden daerinne versien te worden naerbehooren.

12. Item, inghevalle de selve beschrijvinghe [sic] subalterne rechteren tenghe-insinueerden daghe de stucken vande processe metter sententien bijhen daerinne ghegheven niet over en brochten, soo salmen totten selvensubalterne rechteren cost ende last anderwerf hen beschreven [beschrijven],op sekere boeten ende penen t'voorschreve processe over te brenghen oftbehoorlijck ghefurniert sijnde ende toeghesloten over te seijnden.

13. Item, inghevalle de ghe-inthimeerde ten ghedesigneerden dageachterbleve ende niet en compareerde, soo sal hij teghen den naesten daeghetot sijnen coste worden beschreven; alnoch niet comparerende, nochiemandt van sijnen t'wegen, ende den appellant geproponeert hebbendesijne grieven, sal't proces ghehouden worden voor ghesloten, ende rechtworden ghedaen over de overghebrochte ende overghegheven stucken,ende sal den ghe-inthimeerde in allen ghevalle ghecondemneert worden indecosten daeromme gheschiet, weder het vonnisse a quo wort gheconfirmeertoft niet.

14. Ende inghevalle d'appellant noch iemandt van sijnen t'wegen tenbeschreven dage niet en compareerde, soo sal hij worden ghecondemneertinde costen ende vacatien van dien daghe; ende ten naestcomenden ghenechte

p 646

alnoch niet comparerende, bij hem selven oft iemanden anders beproeve-lijck ghemachticht, sal't vonnisse a quo worden gheconfirmeert, ende denappellant ghedumpt inde costen ter saecken vande selve appellatie gheresen,ten waere om merckelijcke ende evidente redenen anderssins bij schepenenwerde gheordonneert.

15. Ende sijn aen de voorschreve hooftbanke gewoonlijck ende schuldighbij appellatie te comen, als daeronder resorterende :die schouteth ende schepenen vander voochdije van Mol, Balen endeDijselle ;Die drossaert ende schepenen des slants [sic].

TITEL XII.VAN LEERINGHE.

1. Aengaende de processen, die bij de schepenen oft rechteren vandesubalterne bancken oft neder-gherechten der jurisdictie vande hooftbanckevanden bijvanghe van Liere sullen overghebrocht worden in cas van lee-ringhe oft om ghe-instrueert oft gheleert te worden, wes sij in die soudenhebben te wijsen, sullen partijen litiganten schuldigh ende ghehouden sijnuijt den overghebrochten processe recht te versoecken, ten waere daerinnebehoefde iet beijde [bij de] rechteren leeringhe begheerende ende versoec-kende ghesuppleert oft daeruijt gherejicieert oft in ghecorrigeert te werden,waeraf de voorschreve partije t'selve pretenderende sal gheoorloft wesenheure actie te intenteren, ende anderssints niet; ten waere bij schepenenvande voorschreve hooftbancke bevonden werde dattet voorschreve overge-brocht proces niet volcomelijck en waere ghe-instrueert om ghtermineert teworden, oft om andere merckelijcke redenen anderssints gheordonneertwerde; ende t'voorschreve proces, alsoo behoorlijck ghe-instrueert endevolcomen sijnde, sal't selve bij schepenen der hooftbancke vanden bijvanghevan Liere, onder hennen behoorlijcken solaris, ernstelijck worden gevisi-teert; die welcke de schepenen, de voorschreve leeringhe versocht hebbende,schriftelijck besloten sullen overseijnden, hoe ende wes sij daerinne sullenhebben te wijsen; ende sullen de subalterne rechteren de voorschreveleeringhe versocht hebbende, schuldich ende ghehouden wesen t'selve

p 648

advies ende leeringhe te pronuncieren, ende te weten in alder voeghen endemanieren ghelijck hen dat schriftelijck overghesonden sal wesen, sonderdaerinne iet te veranderen, af ofte aen te doen in eeniger manieren, op depene van nulliteijt; ende sal partije ge-intresseerde heur des moghenbeclaeghen aende schepenen vande voorschreve hooftbancke, oft daer endesoo sij't heuren raede sal bevinden te behooren.

TITEL XIII.VAN TAXATIEN VAN COSTEN.

1. Soo wanneer iemandt ghecondemneert sal sijn in eenighe costen, endedat de winder vande selve costen taxatie versoeckt, soo sal hij schuldichsijn de selve sijne wettighe costen pertinentelijck ende ten cortsten datdoenlijck is bij gheschrifte te doen stellen, sonder inde selve eenigheprologhe oft langhdurich verhael vande saecke te moghen maecken, andersdan in deser voeghen : "Costen gheresen tusschen (die), als articule, endetusschen (die), als verweirdere, naervolghende den vonnisse oft copijedaervan hieraen geattacheert. Versoecken daeraf taxatie." Ende sal die opeenen raedt-oft ghenechtdagh (daer het proces is bedinght) overgegeven[worden], in presentie vanden procureur vanden ghecondemneerde, oft deghecondemneerde eerst daertoe ghedaeght sijnde; welcke procureur oftghecondemneerde schuldich ende ghehouden sal sijn ten eerstcomendenghenechte oft raedtdaeghe daer naest volghen[de] daerop te diminueren,sonder meer termijnen te moghen houden, ende bij ghebreke van diminutie,salmen bij contumatie procederen totter taxatien vande selve overgheghevencosten op de copije vanden triumphant.

2. Item, sal de voorschreve taxatie ghedaen worden bij twee schepenenten overstaen van eenen vande secretarisen, die daeraf sullen hebben dentwintichsten penninck, de twee derde deelen daeraf totter voorschreveschepenen, ende t'[ander] derde deel tot des voorschreven secretaris behoef.

3. Item, om de voorschreve taxatie te doen, sal den versoecker oft sijnenprocureur besorgen dat alle de stucken vanden processe ende mede decopijen bij hem ghelicht, worden ghevoecht totter voorschreve specificatienvan costen, om die bij de schepenen ende secretaris ghesien ende gevisiteert

p 650

te worden, oft de voorschreve costen daerbij ende mede worden geverifi-ceert oft niet, wantmen gheene costen oft vacatien en sal taxeren dan daerafbehoorlijck blijcke bij de registren alhier oft anderssints.

4. Ghelijck oock geene noodeloose vacatien, termijnen oft costen ensullen ghetaxeert worden, dan alleenlijck die dienende sijn tot noodelijckeinstructie ende substantie vande saecke, als aenspraecke, antwoorde,replijck ende duplijck, drij daghen van thoon, reproche, salvatie, daghenvan sommatien, van guarand, van resumptien ende diergelijcke, tot welckerespective feijten maer eenen termijn voor wettich en sal worden ghepas-seert, ten waere de partije ghesuccumbeert eenige termijnen hadde ghecau -seert, die in dien ghevalle oock getaxeert sullen worden, als wesende sijneijghen schult.

5. Item, sal inde voorschreve costen getaxeert worden den solaris vandedienaers, om den gecondemneerden metter acten van costen te sommeren,sonder voorder.

6. Item, van ghelijcken, en sullen oock gheen vacatien gepasseert wordendan de gene die gedaen worden ten eijnde als vore ; om het welck te beterte weten, soo sal den comparant alhier met gaeder [goeder]specificatien doen opteeckenen tot wat eijnde ende om wat te doen hij salwesen ghecompareert.

7. Ende want eenighe persoonen, diversche reijsen compa-reren sonder noodt, waerbij de wederpartije succumberende soude bij detaxatie ende betaelinge van alsulcken comparitie boven redenen moghenworden beswaert ende ghe-intresseert, soo is gheordonneert dat voortaenelcke partije in een proces niet meer dan drij comparitien en sullen wordenghepasseert, ten waere uijt sonderlinghe consideratien ende redenen bijschepenen meer comparitien worden geadmitteert.

8. Item, hoewel eertijden sekere taxen sijn ghemaeckt gheweest voor devacatien vande ghene die alhier mochten beschreven wesen oft in rechtecompareerden te peerde, te waghen oft te voete, nochtans midts dien qua-lijck moghelijck is daerop eenige sekere vastelijcke voet oft taux te stellen,principalijck alsmen respecte soude nemen op de qualiteijt vanden compa-rerenden persoon, heuren handel, verleth ende andere circumstantien, soois gheordonneert dat voortaen de voorschreve vacatien in't taxeren vandecosten bij schepenen oft commissarissen sullen worden getaxeert ende ghe-

p 652

modereert naer de qualiteijt vande persoonen, heuren handel, verleth,d'istantien [distantien] van heur woonplaetse, perijckelen vande weghenende anderssints, sonderlinghe consideratie nemen hoe sij ghewoonlijck sijnin hen selfs affairen te reijsen, te gaen ende te staen.

9. Item, ingevalle de gecondemneerde binnen ses dagen naer de voor-schreve sommatie de voorschreve ghetaxeerde costen niet en betaelde, endat hij oversulcx behoorde ghe-executeert te worden, soo sal den dienaer,daeronder dat behoort, voor de andere naercosten mede executeren soo velegoets als waerschijnelijck de voorschreve naercosten souden moghen bedra-ghen: de welcke naercosten bij den voorschreven officier oft dienaer bijcorte memorien in gheschrift ghestelt sijnde, sullen bij schepenen wordenghetauxeert, ende de naercosten alsoo betaelt sijnde, sal het overschot denghecondemneerden worden gherestitueert.

10. Item, oft het ghebeurde dat van eenigh vonnis condemnatoir alhiergewesen werde geappelleert, soodat van noode wert het proces mettestucken te hoofde overghedraeghen te worden, sal in dien ghevalle denprocureur van partije inde saecke ghetriumpheert hebbende ghehoudenwesen goedtstijdts ende al eermen het voorschreve proces mette stuckendaertoe dienende overdraeght, daervan, op sijnen solaris, te stellen perti-nente rekeninghe oft notitie, ende[80] vande grootte vande stucken, compa-ritien, etc., ende die bij iemandt vande schepenen oft secretarissen laetenteeckenen; welcke specificatie aldus ghestelt sijnde hem sal (ende[81] is'tnoodt, naemaels voor libel dienen) diemen alsdan sal taxeren ten lastevanden ghesuccumbeerden.

11. Item, ende soo iemant van partijen bij dusdanighe oft voorghepre-scribeerde taxatien sich gegraveert bevint, sullen [sal] daervan moghenprovoceren aen het collegie, die het selve origineel libel sullen revideren,corrigeren oft confirmeren naer behooren, midts betalende den provocantdaeraf den 20 en penninck aende selve schepenen, de welcke, in cas hij welheeft geprovoceert, sullen comen ten laste van den ghe-inthimeerden.

p 654

TITEL XIV.VAN EXECUTIEN VAN GEWESEN VONNISSEN.

1. Inden eersten staet te weten, dat de ghecondemneerde bij vonnissevande schepenen der stadt van Liere, t'sij uijt crachte van verrijcke oftanderssints, naer ouder costumen dach ende tijt heeft van twaelf daghennaer de sommatie, de welcke ghedaen magh worden aenden procureurvanden ghecondemneerden, soo hij absent is, om den selven vonnisse tevoldoen; in welcke twaelf daghen niet en wort gherekent den dagh vandesommatie, ten waere daernaer preciselijck diende (?).

2. Ende desghelijck wordt oock verstaen vande vonnissen gewesen bijdie vande hooftbancke vanden bijvanghe, als vande lakenhalle.

3. Item, waert dat de voorschreve gecondemneerde binnen den voor-schreven tijde den vonnisse niet en voldede, sal den triumphant t'selvevonnisse moghen doen stellen ter behoorlijcke executie, te weten issetcontumaciael oft provisioneel, onder solvente cautie van persoonen oftonbederffelijck goet, ende isset diffinitief, sonder cautie.

4. Dat tot het stellen van sulcken cautie den ghesuccumbeerden salworden ghedaeght, ende in cas hij daerteghen weet te segghen, sal datelijcksijne redenen mondelinghe moeten opdoen, ende den triumphant daeropdoen oft segghen, alswanneer schepenen datelijck sullen jugeren de suffi-santie oft insuffisantie vande borgen, ende sal alsdan, in cas van suffisantie,met d'executie moghen voorts gheprocedeert worden, ten waere schepenenbreeder informatie begeerden te hebben.

5. Item, soo wanneer iemant versoeckende is executie vande schepenengelofte staende tot parate en heerlijcke executie, soo sal den voorschrevenversoecker de voorschreve sijne gelofte brengen ende overleveren in han- -@n at vo en-de'rnoeteaden des voorschreven schouteth ende borghe stellen als vore, ende moetenverlegghen den ouden salaris, tot dat anders sal werden gheordonneert.

6. Item, in actien reel, inde welcke d'aenleggere iet aenghewesen sal sijn,soo sal t'selve aenghewesen goedt bij den schouteth ghestelt worden indemacht, faculteijt ende possessie vanden aenlegger, dien hij aenghewesen is,ende de welcke daerinne ghemaintineert, gehouden ende bewaert salworden, ende sal de gecondemneerde uijt de possessie ende gebruijck vandien gestelt ende geset worden.

p 656

7. Item, [in] actien personeel, als iemanden eenige sommen van pennin-gen aenghewesen is, ende vanden vonnisse executie wort versocht, soo salmijn heere den schouteth, des versocht wesende, schuldich sijn terstonts teaenveerden soo vele haeffelijcke goeden den ghecondemneerden toebehoo-rende als waerschijnelijck tot voldoeninghe behoeven sullen, ende dat onderbehoorlijcken inventaris, ter presentie van twee schepenen bij eenensecretaris ghemaeckt.

8. Ende sullen de selve geannoteerde goeden ten laste vanden ghecon-demneerden bewaert worden totten eersten naestcomenden mercktdagh;wanneer de voorschreve schouteth alsdan, sonder langher vertreck, gehou-den sal wesen die te doen vercoopen, met ghereeden gelde, bij geswoorneoude-cleercoopers, ende dat bij openbaere uijtroepinghe, t'sij ten huijse desghecondemneerde ofte op de merckt, daer't hen best goetduncken sal omde selve goeden ten hooghsten te vercoopen.

9. Item, men sal de voorschreve afpandinge doen ten minsten laste endehinder vanden gecondemneerden, als't moghelijck oft doenlijck wesen sal,sonder eerst sijne wapenen oft instrumenten daermede hij ghewoonlijck issijnen cost te winnen, sonder sijne beesten oft dierghelijcke have hemnoodelijck ende oorboirlijck wesende, af te panden, soo verre daer anderehave genoech bevonden wort om d'executie te voldoene; ende insgelijck ensalmen oock niet nemen overtollige haeffelijcke goeden, evidentelijck beteroft die meer verkocht souden moghen worden dan de somme die te execu-teren staet, mette costen daeromme gheresen, soude moghen bedraeghen.

10. Item, dat mijn heere den schouteth vande penningen procederendevande voorschreve vercoopinge sal voor al doen voldoen, binnen drij daghennaer de selve vercoopinghe, den ghenen tot wiens behoef de voorschreveexecutie is ghedaen, van hem nemende behoorlijcke quitantie tot profijtende versekerheijdt vanden ghe-executeerden, ende het surplus oft resteoverende boven dien ende de costen vande executien (mette voorschrevebreucken) sal hij den ghe-executeerden wederomme doen gheven, ende salden ge-executeerden hebben sijn lostijdt van vier-en-twintigh uren, inghe-valle den executant mette vercochte goeden is voldaen, ende anderssintsniet.

11. Item, indien de ghecondemneerde hem wilde opponeren teghend'executie oft daeraf appelleerde, soo salmen hem in sijne oppositie ontfan-

p 658

ghen, behoudelijck dat de somme inden vonnisse begrepen sij ghenampti-seert onder de weth, in ghereede penningen oft panden niet bederffelijckwesende, ende soo [veel] weert sijnde als de somme inden vonnisse begrepenis bedraegende; in welcken gevalle ende daeraf doende blijcken bij recipissebij een vande secretarissen onderteeckent, salmen d'executie (ende anders-sints niet) supercederen.

12. Item, is gheordonneert datmen voortaen wel sal mogen ter executienstellen vonnissen die verjaert sijn, als sij over de drij jaeren gheleden nieten sijn ghewesen; ende tegen d'executie van welcken vonnisse de gecondem-neerde hen willende opposeren, sal in sijne oppositie ontfanghen worden,midts hem regulerende als vore, ende anderssints niet.

13. Item vonnissen tegen eenige aflijvige binnen heuren leven gewesen,machmen tegen sijne weduwe ende sijne erfghenamen, in't sterfhuijs geble-ven sijnde oft t'selve aenveert hebbende, naer voorgaende sommatie terexecutien doen stellen, ende oock de begonste executie te continueren,sonder eenigh ander rechtvoorderinghe daeromme te derven doen.

14. Item, een universeel erfgenaem, oft andere particuliere erfgenamen[82],daertoe procuratie hebbende van sijne mede-erfgenaemen ende oock eenvremde, behoorlijcke cessie oft transport hebbende vande acte oft vonnisse,vermach het selve vonnisse bij sijnen autheur geobtineert ter behoorlijckeexecutie te doen stellen tegen den gecondemneerden ende d'executie bijsijnen autheur begonst te continueren, oock sonder eenigh ander recht-voorderinghe te derven doen.

15. Van ghelijcken machmen een vonnisse met voorgaende sommatie,als vore, ter executien doen stellen teghen den ghenen[83] die het sterfhuijsvanden ghecondemneerden aenveert hebben, oock sonder eenighe recht-voorderinghe, als voor.

16. Niet te min, [indien] de ghecondenmeerde oft sijne erfgenamen, oftaenveerder vanden sterfhuijs hen daerteghen wilden opponeren, sullen datmoghen doen, mits consignerende soo vele gelts oft ander onbederffelijckeware als de gheheijste somme inden vonnisse begrepen soude moghenbedraghen, ghelijck hiervore is gheseijt.

p 660

17. Item, de executeurs vanden testament, momboiren, curateuren.rentmeesteren ende andere administrateuren van ander lieden goeden sijnexcusabel [executabel] uijt krachte vanden vonnisse teghen henlieden per-soonen in dier qualiteijt ghewesen, tot dat sij goeden hebben bewesen,heure meesteren oft weesen toebehoorende, daerop men t'vonnisse soudevermoghen ter executien te stellen, oft anderssins rechtelijck sullen hebbenghepresenteert rekeninghe, bewijs ende reliqua te doen, ende voorder niet.

18. Item, en vermachmen niemants erffelijcke goeden ende erfrenten bijexecutie te vercoopen sonder eerst gheproeft ende vercocht te wesen demeubele goeden.

19. Item, men mach bij executie vanden vonnisse niet procederen op denpersoon van eenen debiteur sonder sijne meubelen ende andere erffelijckegoeden ende erfrenten geleghen binnen deser stadt ende bijvange van Lieregeproeft te hebben, ten ware de selve debiteur ware notoirlijck insufficent,latiterende oft fugitief, oft dat hij versocht ware vanden schouteth om tebewijsen eenighe sijne meubele goeden oft erffelijcke goeden , om deversochte executie daerop te doen, ende bij t'selve niet en coste oft en woudedoen; in welcken gevalle soude de schouteth den gecondemneerden ingevanckenisse stellen ende houden tot dat hij den vonnisse voldaen hadde,soo verre die ghene die t'vonnisse gewonnen heeft dat versochte ende diecosten daertoe behoevende wilde verlegghen.

20. Item, aengaende vonnissen bij arbiters oft arbitrateurs gheghevenende daeraf niet en is ghededuceert, moetmen conclusie nemen ten eijndedie selve verklaert worden executabel, oft dat partije soude worden ghecon-demneert heur dien volghende te moeten reguleren.

21. Item, hoe ende in wat manieren de schouteth deser stadt ende bijvan-ghe hen [hem] heeft te draghen ende staet te doen in't executeren vandeproceduren ende acten gheobtineert bij besette op eenighe afflijvighe ,fugitive oft latiterende persoonen goeden, oft oock op eenighe gronden vanerve ter causen van vercoopen renten[84] ghe-evinceert ende uijtghewonnen,salmen vinden inde costumen deser stadt ende bijvanghe, onder den titel:Van besetten, ende voorghedaeghden met des daer aencleeft[85].

p 662

22. Item, hoemen procederen sal bij arreste, beijde op persoonen endegoeden, salmen vinden inde voorschreve costumen onder den titel: Vanarrestementen[86].

TITEL XV.RECHTEN ENDE SALARISSISN VOOR DEN HEERE SCHOUTETH ENDE SCHEPENEN.

1. Inden eersten, sullen d'aenleggheren, willende iemanden in rechtebetrecken, schuldigh ende ghehouden wesen ten dage vande presentatievande sake te betalen aen mijn heere den schouteth voor sijne beklaghboete 5 stuijvers.

2. Behoudelijck dat daeraf exempt sullen wesen, naer ouder costumen, derentmeesteren, accijsenaers ende andere pachtinge van deser stadt hebbende.

3. Item, van besetselen ende voorgedagen die gedaen worden op degoeden, t'sij haeffelijck oft erffelijck, beruerlijck oft onberuerlijck, gelegenbinnen deser stadt van Liere oft cuijpe der selver, sal den schoutethhebben 6 stuijvers.

4. Ende de schepenen deser stadt oock soo vele, dus 6 stuijvers.

5. Item, vande leveringhe vande selve goeden, gelegen als vore, sal deschouteth hebben 6 stuijvers.

6. Ende de schepenen oock 6 stuijvers.

7. Item, van besetselen in't naerjaer op eenighe goeden gheleghen alsvoor inde stadt oft cuijpe der selver, de schouteth ut supra.

8. Ende de schepenen oock soo vele als vore.

9. Item, vande leveringhe vande goeden gheleghen als voor, in't naerjaer,sal de schouteth hebben 6 stuijvers.

10. Ende de schepenen oock soo vele 6 stuijvers.

11. Item, van besetselen in't voorjaer van eenighe goeden ghelegheninden bijvanghe sal den schouteth hebben 12 stuijvers.

12. Ende de schepenen oock soo vele 12 stuijvers.

13. Ende vande leveringhe der voorschreve goeden in't voorjaer sullen deschouteth ende schepenen t'samen hebben 24 stuijvers, elck 12 stuijvers.

14. Item, vande besetselen van eenighe goeden inden bijvanghe ghele-

p 664

ghen, in't naerjaer, sullen de schouteth ende schepenen t'samen hebben 24 stuijvers, elck 12 stuijvers.

15. Item, als eenighe erffelijcke goeden inde stadt gheleghen volkomelijcksijn uijtghewonnen ende gelevert, ten versoecke vanden evincente, daeropschier- oft sitdagen worden gehouden, soo sal den voorschreven schoutethhebben voor sijne presentie ende besoignie aldaer 18 stuijvers.

16. Item, de schepenen, t'sij twee oft meer, daer present sijnde, sullenhebben 36 stuijvers.

17. Ende den secretaris oock soo vele 48 stuijvers.

18. Ende inden bijvanghe ghestaen oft gheleghen sijnde , sullen elckhebben dobbel recht.

19. Item, van ghelijcken, sullen sij respectivelijck hebben vanden twee-den ende derden schier- oft sitdagh die daerop soude moghen oft (sic) wor-den ghehouden.

20. Item, van alle brieven van requisitorien ende compulsorien, om getuij-ghen alhier te bedwingen om heure ghetuijghenisse over te seijnden, sal mijnheere den schouteth hebben voor sijnen wijn, hoe vele ghetuijghen oock uijtkrachte van dien ghetuijghe [ghetuijghenisse] worden ghehoort, 12 stuijvers.

21. Item , de schepenen sullen hebben voor henne examinatie endeonderteekeninghe, weder de besoignie lanck oft kort is, van elcken ghe-tuijghe 9 stuijvers.

22. Ende anderssins van ghetuijghen sonder brieven van requisitorien tehooren van elcken ghetuijghe 8 stuijvers.

23. Item, als eenige momboiren worden ghe-eedt, sullen schouteth endeschepenen, soo wel vande stadt als vanden bijvanghe, daeronder datbehoort, t'samen hebben, te deijlen half bij den schouteth ende half bij deschepenen voorschreven 16 stuijvers.

24. Item, als de voorschreve ghe-eede momboiren aengaen ende passerenmetten lanckstlevende vande[r] weeskinderen vader oft moeder eenighescheijdinghe oft deijlinghe, oft uijtcoop, soo sullen de voorschreve schou-teth ende schepenen hebben, t'samen te deijlen, te weten den schouteth,van elcken staeck negen stuijvers, de schepenen oock negen stuijvers vanieder staeck; wel verstaende als daeronder vermelt ende begrepen soudemoghen wesen erffelijcke goederen, anderssins niet, maer sullen alsdanalleenlijck de schepenen hebben 16 stuijvers.

p 666

25. Item, de solarissen van mijn heeren den schouteth, schepenen, secre-tarissen ende ghesworen erfscheijders, gerequireert wesende te komen opeenighe erfscheijdinghe oft pachte inde stadt oft bijvange sal men vindenonder den titel: Van erfscheijdinghe, etc.[87].

TITEL XVI. SOLARISSEN ENDE RECHTEN DE SECRETARISSEN AENGAENDE.

1. Inden eersten, dat de secretarissen schuldigh ende gehouden sullensijn goet ende pertinent register, te houden, soo wel van alle contracten,goedenissen ende verleijdenissen, als van de rechtelijcke procedure ten rolleende ten ghenachte, ende daeraf houden elck besondere ende particuliercohieren oft registeren, ende die wel ende ghetrouwelijck bewaren, sonderdaervan (dan met kennisse van saken ende om redenen) iemanden acces tegheven; wel verstaende dat alle acten, soo van erffenissen, constitutien vanrenten, transporten ende generalijck van alle andere, hoedanigh die soudenmoghen wesen, soo wel van goederen binnen de stadt ende haere cuijpen,als inden bijvange gheleghen, oft binnen Liere, oft bijvancks-mannen con-cernerende, bij eenen vande twee secretarissen ghedepescheert, sullen altijtworden ghehouden even goet, krachtigh ende van weerden, ghelijck desvan alle oude tijden altijdt is ghepractiseert ende gheploghen gheweest.

2. Item, dat sij ten rolle- oft ghenacht-daghen ten behoorlijcken tijdehun sullen presenteren, om den rolle oft den ghenachte te houden, op depene bij de heeren ghestelt oft te stellen.

3. Item, dat voortaen, om alle abusen te volkomen [voorkomen], allesubstantiele acten ende appoinctementen ten rolle ghe-insereert sullenworden met de eijghen handt vande secretarissen, sonder toe te laeten datt'selve sal worden ghedaen bij henne clercken, oft iemant daertoe niet ghe-qualificeert sijnde, op pene van twelf guldens.

4. Item, sullen de voorschreve secretarissen oft griffiers, voor elckenieuwe sake die ten rolle cft ghenachte wort ghepresenteert, hebben 3 stuijv.

5. Ende vande ghene extraordinaire ende buijten tijdts ghepresenteertwordende, sullen d'eerste reijse hebben 6 stuijvers.

p 668

6. Item, van elcke oude sake 4 stuijver en half.

7. Item, in saken op de lakenhalle dienende sal den secretaris hebben,voor d'eerste presentatie 6 stuijvers, voor de naervolghende 3 stuijvers.

8. Item, alle exhibitien van schrifturen, titulen, brieven, munimenten,verbalen, eeden, protesten, confessien ende comparitien te teekenen, sullensij hebben 1 stuijver en half; ten ware de selve eeden, protesten endeconfessien oft ander incidenteil acten lanck waren, in welcken ghevallesalmen daeraf betalen naer die groot oft lanck sijn, als boven.

9. Item, soo wanneer de voorschreve partijen extraordinarelijck dienenvan eenighe schrifturen oft instrumenten, oft eenighe acten doen, als voor,sullen die secretarissen hebben dobbel recht 3 stuijvers.

10. Item, van een procuratie, borchtochte, cautie incidenteil, appoincte-mente apud acta ghehouden, sullen sij hebben 3 stuijvers.

11. T'en ware d'acte van presentatie quame t'excederen thien regulen,in welcken ghevalle sal moghen rekenen dobbel recht; ende dit is oock teverstaen vande ordinarisse rolle.

12. Item, van besetselen ende voorghedaghen ten register te stellen,3 stuijvers.

13. Item, van copijen van schrifturen oft munimenten in recht overge-gheven sal den secretaris hebben van elcken halven blade pampier aenbeijde sijde beschreven, inhoudende elcke sijde achtien regulen ende elckenreghel derthien sillaben, sonder bedrogh, 2 stuijvers, welck de procureursin het lichten sullen moeten betalen.

14. Item, indien partijen daeraf copijen met autentisatie begeiren onderden secretarissen signature, sullen daeraf hebben 3 stuijvers van ieder blat,die den procureur des versoeckende sal moeten betalen, sonder dat de selvesullen moghen ghebrocht worden in't rapport.

15. Item, voor d'examinatie vanden ghetuijghen, van elcken halvenblade pampier aen beijde sijden met goede leesbare letteren gheschreven,inhoudende soo vele regulen ende sillaben als voren, sullen sij hebben10 stuijvers ; item, vande copijen 2 stuijvers per blat.

16. Item, voor elcke acte groot oft kleijn, daervoor sullen sij heb-ben 2 stuijvers.

17. Dies en sullen de secretarissen geene acte mogen depescheren vaneenige vonnissen oft andere niet versocht wordende van partijen, noch daer-

p 670

voren iet rekenen, niet meer in saken van evictien als andere, noch op derolle de saken continueren op t'lichten vande acte, alles op pene van nulli-teijt; gelijck sij voortaen insghelijckx niet en sullen moghen continuereneenighe saken op t'betalen vande rolcosten, oft onder t' pretext van eenigeandere pretensen, dan, sullen partijen oft hunne procureurs promptelijckmogen doen betalen t'ghene sij daerover schuldigh sijn.

18. T'en ware van persoonen die ghedient wierden bij henlieden pro Deo,in welcken ghevalle sij ten tijde van het instellen des ghehouden sijn op derolle te doen notificeren.

19. Item, van extracten autenticque uijtter rollen, groot sijnde thienregulen, elcken regule inhoudende derthien sillaben ende daeronder, sullensij hebben 6 stuijvers.

20. Ende aennopende de processen communicatoir sullen de secretarissenhebben ende ontfanghen voor haer recht van exhibitien vande schrifturenende munimenten ghelijck hier volght, ende d'welck de procureurs sullenverschieten, te weten : vande apostillen oft ordinantien van communicatienoft anderssints 3 stuijvers.

21. Item, van beschrijven van iemants goeden oft maeken van inventarisvan dien, sal den secretaris hebben voor sijn besoignie des daeghs, den daghgherekent als vore van schouteth ende schepenen is geseijt, op ses uren, alen duerde het maken van dien maer eenen halven dagh oft min.

22. Item, van haer comparitien op eenige erfscheijdinghe inde stadt endecuijpe sullen de secretarissen hebben 24 stuijvers.

23. Ende inden bijvanck het dobbel van dien, ten ware dat, om dedistantie oft circumstantie vande sake, andersins sal worden gheordonneert.

24. Item , volgens d'ordonnantie van den sesthienden meij anno xvc endeacht-en-tachentigh, sullen de secretarissen hebben van't maeken van voor-waerden van eenighe ghe-evinceerde goeden die metten heere verhuertworden 2 guldens 10 stuijvers

25. Item, van voorwaerden daerop eenighe ghe-evinceerde goeden mettenheere gheschiet om vercocht worden 3 guldens 10 stuijvers.

26. Item, voor het maeken ende affigeren vande billetten t'elcken sitdaghe,van elcke reijse ende sitdaghe 14 stuijvers.

27. Item, voor hunne sitdaghen sullen sij hebben ghelijck hiervore vanschouteth ende schepenen is gheseijt 18 stuijvers.

p 672

28. Item, voor het maeken vande rekeninghe vande goeden metten heerevercocht, naer de groote, van elcken blade 5 stuijvers.

29. Item, voor het sluijten ende onderteekenen vande selve reke-ninghe. 6 stuijvers.

30. Item, vande gheconsigneerde penninghen procederende van degoeden metten heere vercocht oft andere, sullen sij hebben den 40en pen-ninck van elcken jaere, soo langhe die gheconsigneert blijven.

31. Item, soo sullen de schepenen ende secretarissen, vacerende tot hetoverhooren van thoon, t'zij valetudinaire als andere, gehouden zijn de selvet'overhooren op den raethuijse, ende de selve thoonen oft depositien, behoo-relijck gesloten, te bewaren tot datter openinge sal worden geaccordeert.

32. Item, niemant vande secretarissen en sal hem dienen van eenigheclercken ten zij sij hebben ghedaen den eedt daertoe staende.

TITEL XVII.PROCUREURS.

1. Inden eersten, dat alhier in rechte niemant als procureur en salgehoort oft ontfangen worden hij en zij van goeden name ende fame, behoo-relijcken ouderdom, poorter deser stadt ende, daertoe geadmitteert bij mijnheeren den schouteth, borghemeester, schepenen ende raet der stadt Liere,ende eerst ende vooral hebbe gedaen den eedt naer beschreven, ende betale24 gulden ten behoeve van de heeren schouteth, schepenen ende secreta-tarissen.

2. Ick gelove, sekere ende sweire dat lck dragen ende bewijsen sal deheeren schouteth, borgemeester, schepenen ende raet der stadt endebijvange van Lier, ende mede de heeren van de lakengulde alhier, alle eere,reverentie ende weerdigheijdt, in der bancken ende gerechten van justitiensittende ende oock daer buijten.

3. "Item, dat ick niet dienen en sal in eenighe saken die ick wete oftvernemen kan onrechtveerdigh te zijn, noch oock partijen daerinne directe-lijck oft indirectelijck sterckenen sal; ende oft, hanghende de saecke, mijvan onrechtveerdicheijt der selver ter kennisse quame, dat ick mij alsdanverdragen sal partije daerinne voorder te dienen.

p 674

4. "Dat ick mijnen meester, mij als procureur te werck ghestelt heb-bende, wel ende ghetrouwelijck sal dienen, maer mijn best verstant,kennisse ende vermoghen.

5. "Dat ick mij te vreden ende content houden sal met alsulcken loonende salaris als mij [bij] dese leste ordonnantie bij de heeren aenghetaxeertis, oft alnoch toeghetaxeert soude moghen worden.

6. "Dat ick gheen onbeboorlijck vertreck oft uijtstel en sal soecken omden treijn van justitien te beletten, oft om de wederpartije te prejudicierenofte te verkorten in eenighe manieren.

7. "Dat ick met gheene partijen eenighe conventie oft voorwaerde makenen sal, om te hebben eenigh paert oft deel vande querelen oft saken daer-inne ick dienen sal.

8. "Dat ick niet dienen en sal in eenighe saken die bij mijn wete zijntegen de privilegien oft rechten deser stadt ende bijvanghe oft jurisdictiender selver, noch daertoe raet oft daet gheven.

9. "Dat ick dese leste ordonnantie ende reformatie naer best vermo-ghen ende wetentheijdt in alle hare poincten ende articulen, soo vele die mijoft mijne meesteren eenighsins aengaen, sal onderhouden ende achter-volghen.

10. "Ende voort generalijck mij in als sal vueghen, draghen ende regu-leren ghelijck, den staet van eenen goeden ende ghetrouwen procureur ende,voorspraeke behoort. Soo moet mij Godt helpen, etc."

11. Welcken voorschreven eedt de voorschreve procureurs deser banckenende jurisdictien jaerlijckx naer het versetten oft continueren vande wethsullen schuldigh sijn in handen van mijn heere den schouteth, ter presentienvan schepenen, te vernieuwen, aleer sij in recht ghehoort oft ontfangensullen worden.

12. Item, den voorschreven eedt sullen oock schuldigh sijn te doen die intoekomende tijden souden moghen versoecken alhier als advocaet ontfan-ghen te worden; ghelijck sij oock hen sullen moeten vueghen achtervol-gende deser ordonnantie, ten ware andersints ten respecte vande voor-schreven advocaten specialijck ware gheordonneert.

13. Item, dat de voorschreven procureurs t'allen genachte- ende rolda-ghen hen tijdelijck ende aleer den rolle oft ghenachte begonst worde sullenmoeten laeten vinden inden raethuijse deser stadt, ende aldaer blijven, soo

p 676

langhe als t'selve genacht, rolle oft henne saken respective sijn durende, opde pene van ses stuijvers ter armen behoef te verbeuren.

14. Item, dat sij gheene noodeloose uijtstellen oft daghen en sullen ver-soecken, oft onghefundeerde exceptien proponeren, oft malkanderen d'eend'ander eenighe langher dilaijen en sullen consenteren dan daertoe dendagh is dienende, ende naervolghende dese ordonnantie en sijn gheconsen-teert ende gheaccordeert.

15. Item, dat de voorschreve procureurs, in't verbaliseren ende dicterenapud acta, hunne redenen soo kort ende klaer maeken sullen als't doenlijckis, immers niet excederende den nombre van thien regulen, opdat denvoortganck vanden genachte oft rolle daerdoor niet en worde beleth oftghesuspendeert, ende dat sij in't verbaliseren oft dicteren hen reverenteljjckende civilijck sullen draghen, sonder d'een d'ander, den partijen oft ieman-den anders te injurieren, te schobberen oft reprehenderen, op de pene alsvore, blijvende partije gheheel om, etc.

16. Item, dat sij hunne schrifturen gehouden sullen zijn soo kort temaeken als't doenlijck is, sonder te ghebruijcken vele onnutte woorden oftrepetitien, rediten, oft daerinne te brenghen eenighe extravagante feijten,maer sullen het recht van hunnen meester pertinentelijck ende verstande-lijck deduceren soo vele moghelijck is.

17. Item, soo en sullen voortaen niet moghen dienen in rechte gheeneschrifturen oft requesten oft dierghelijcke stucken ten sij die selve bij hensijn geteekent, oft bij eenen gheadmitteerden advocaet, op pene van rejectieende dat daerop niet en sal worden gheappoincteert.

18. Item, dat de procureurs in't maeken van henne schrifturen, endeoock in't verbaliseren, sullen schuldigh ende ghehouden wesen merckelijckeende bij expresse de feijten ende elck feijt van dien bij partije advers ghe-poseert te kennen oft te ontkennen, oft bij ghebreke van dien sullen dieworden ghehouden voor bekent.

19. Item, hoewel bij de voorgaende ordonnantie den procureur ghe-interdiceert ende verboden is, eenige latijnsche woorden te ghebruijcken, ofteenige loeijen oft passagien vande gheschreve rechten in heure schrifturente allegeren, soo wort heur nochtans mits desen bij provisie toeghelatenende ghepermitteert in henne schrifturen met korte woorden te stellen diepassagien van rechten oft schrijven vande doctoren daermede sij hen souden

p 678

meijnen oft willen behelpen, behoudelijck dien dat sij, noch oock de advo-caten, geen groote accumulatie van passagien van rechten, meer dienende,tot ostentatie ende lanckheijt vande schrifturen, dan totter decisien vandesaken, en sullen moghen insereren oft bijbrenghen, op de pene van 3 stuij-vers t'elcker reijse te verbeuren.

20. Item, alsoo de behoorlijcke gemachtighschappe der procureurs hetprincipael fundament is van alle rechtelijcke proceduren, soo wort welexpresselijck verboden, dat geenen procureur hem vervoorderen en sal,active oft passive, in eenighe partijen saken te occuperen oft te dienensonder te hebben ende te verthoonen behoorlijcke procuratie, wettelijckgepasseert, de welcke sij ten daghe dienende sullen schuldigh sijn in rechtte verthoonen, immers vande inwoonderen vande stadt ende bijvanghe,ten eerstvolghenden rechtdagh, ende van afghesetenen, binnen drij wekennaer den instel, ofte daervan ter rollen in actis te designeren dat sij alhiersouden wesen gheconstitueert, op pene van in hennen eijghen naem tebetalen de costen van de wederpartije, ten ware dat de partije hem vanbloede ware bestaende, in welken ghevalle sij sullen worden gheadmitteertmits caverende de rato, ende anders niet.

21. Item, indien eenighe procureurs bevonden wierden, ghelijck voor-schreven staet, sonder voorgaende procuratie oft volkomen instructie [in]eenighe saken gheoccupeert te hebben, ende hen naermaels wilden excu-seren, deporteren oft exonereren, onder wat pretext t'selve soude moghenwesen, dat dies niet teghenstaende teghen hen ende henne meesters saldefault ghegheven worden ende gheaccordeert tot alsulcken eijnde endeproffijten alsmen uijtter meriten vande saken sal bevinden te behooren;ende sullen de procureurs alsoo gheoccupeert hebbende ghehouden sijn insulcker saken totten eijnde toe, oock totter taxatien vande costen ende dersommatie metter acte te doen inclusive te occuperen ende te dienen, sonderhen eenighsins te moghen excuseren van gheenen last van partijen tehebben, absentie van raede oft anderssins, oft verklaringhe van niet tewillen occuperen oft voorder procederen, ten ware dat sij deden blijcken,dat henne procuratie ware gherevoceert, op de pene als dat sij, als voor,sullen schuldigh sijn te betalen de costen vande wederpartije; ende indien,overmits hennen ghebreke, van noode ware henne meesteren te herdaghen,sal t'selve gheschieden ende ghedaen worden ten coste vande selve procu-

p 680

reurs, ten ware sij de sake vonden onghefondeert ende daervan sommier-lijck dede blijcken.

22. Item, al waer't soo, dat de voorschreven henne ghemachtighschappeoft procuratie, als vore, in rechte hadden ghetoont, ende sij die tot henderversekeringhe oft dat die hen in ander saken behoeffelijck soude moghenwesen, wederom tot henwaerts hadden ghenomen, soo sullen sij nochtansschuldigh ende ghehouden sijn, op de pene van twelf stuijvers, de selvehenne procuratie, oft immers copije autenticque van dien, ten sluijten vandesake alhier in recht te brenghen ende over te legghen, om die in d'eersteoft leste vanden inventaris ghefurniert ende ghequoteert te worden.

23. Item, dat alle termijnen sullen wesen peremptoir, ende dat denprocureur, [den] termijn sal moeten voldoen daertoe den dagh is dienende,sonder eenighe excusatien, dilaijen oft extravaganten te soecken, onderpretext oft schijn van naerder visie, cautie, dagh van berade, suppletie,versoeck van procuratie oft dierghelijcke exceptien daertoe den dagh nieten is dienende; ghelijck sij oock niet en sullen moghen versoecken eenighefrustratoire dilaijen, oft proponeren eenighe onwaerachtighe excusatien, opde pene van 6 stuijvers, totter voorschreven armen behoef.

24. Item, en sullen voortaen de procureurs gheen oude saken moghenpresenteren, ten sij dat sij ghereet sijn ten daghe te voldoen, oft iet rede-lijckx hebben te sustineren, ende anders niet, op pene dat sij sulckentermijnen niet en sullen rekenen; maer sal den procureur advers de sakepresenteren ende voortdrijven naer den heijsch ende staet vande sake.

25. Item, dat de procureurs, noch oock andere persoonen durende denrolle oft ghenachte, niet en sullen moghen cauten oft spreken daerdoord'audientie oft voortganck vande proceduren in eenigher manieren soudeworden belet, gheturbeert oft vermindert, op de pene van ses stuijverst'elcker reijsen bij eenen ieghelijcken contrarie doende te verbeuren.

26. Item, dat sij in hen schriftelijck oft verbael bedinghde, makendementie van eenigh bescheet, instrumenten oft gheschriften, schuldigh endeghehouden sullen sijn datelijck het selve over te gheven, op de pene dat,bij ghebreke van dien, daerop gheen consideratie oft regarde ghenomen ensal worden, ten ware uijt eenighe merckelijcke consideratien anderssints bijschepenen wierde gheordonneert.

p 682

27. Item, dat de aenleggher oft sijnen procureur, besonder niet teneersten ghedesigneerden daghe van rechte, en sal worden gheconsenteerteenigh dilaije, onder pretext van d'absentie van sijnen meester, absentie vanraede, faute van procuratie oft andersins, in eenigher manieren, maer salvan sijne zijden moeten voldoen daertoe den dagh is dienende, oft bij ghe-breke van dien, sal den ghedaeghde gheaccordeert worden oorlof van denhove, ende d'aenleggher worden ghecondemneert inde costen.

28. Item, alsoo eenighe procureurs, oock mede wesende notarissen, hunvervoordert hebben in eenighe saken daerinne sij als procureurs zijn die-nende, te exhiberen ende in recht over te gheven sekere instrumenten,extracten, copijen oft ander bescheeden bij hun-lieden selve ghemaeckt,gheschreven, ghecopieert, gheteekent, contrarie den gheschreven rechtenende andere goede manieren van doen, ende daeruijt vele ende verscheijdeninconvenienten souden moghen ghereijsen ende ghecauseert worden, soowordt midts dese t'selve oock verboden expresselijck te doen, op de penedat daerop in rechte gheen regarde en sal ghenomen worden ten voordeeledes voorschreven exhibents oft sijne meesters, al waer't oock soo dat partijeadvers daerop niet en waere excipierende.

29. Item, dat de procureurs hun niet vervoorderen en sullen hunnebedinghde oft te bedienen stucken, acten oft schrifturen malkanderen tecommuniceren, ende bij dien middel de griffiers te frustreren van hun rechtvande copijen, op de pene dat sij sullen schuldigh zijn de rechten desgriffiers te betalen.

30. Item, als den constituant aflijvigh, ghefalgieert oft voorvluchtigh is,wordt de macht van eenen procureur ad lites verstaen ghe-eijnt te zijn, alwaer't oock naer litiscontestatie; daeromme moeten d'erfghenamen vandenaflijvighen ghedaeght worden om 't proces te resumeren; ende in ghevallevan resumptie, moeten op den selven oft eenen anderen procureur vannieuws procuratie passeren; het welck den blijvenden litigant sal moetenbesorghen, op pene dat hij oft sijnen procureur over het continueren op deresumptie gheene costen en sal ghenieten, al quame hij namaels te trium-pheren in [de] sake.

p 684

TITEL XVIII.SOLARISSEN VAN DE PROCUREURS, DIE TEN LASTE VAN PARTIJEN SULLEN TAXABEL WESEN.

1. In den eersten voor consult ende arras van alle saken bedraghendeboven de hondert guldens, extraordinarische oft communicatoire van minderoft meerder weirde, t'elcken 12 stuijvers.

2. Item, ende van ordinarische saken onder de hondert guldens,maer 6 stuijvers.

3. Item, van alle saken van appellatien komende voor de hooft-bancke 12 stuijvers.

4. Item, van alle termijnen in extraordinarische ende van beseth, leve-ringhe oft ontseth, oft communicatoir saken 8 stuijvers.

5. Ende den eersten dobbel.

6. Item, van alle ordinarissche substantiele termijnen soo ten rol- als tenghenacht-daghe 4 stuijvers.

7. Ende voor substantiele insertien 4 stuijvers.

8. Ende voor die van de lakenhalle 't dobbel van dien 8 stuijvers.

9. Item, ende voor d'extraheren vande notelen ende te houden contre-rol,van ieder, kleijn oft groot 1 stuijver.

10. Passerende d'insertien voor termijn.

11. Wel verstaende dat de ghene niet houdende contre-rollen gheennotelen en sullen moghen heijsschen oft pretenderen.

12. Ende soo verre de sake soo ghedisponeert ware dat de procureurs,tot instructie van hunne advocaten makende hunne schrifturen, ghenoot-saeckt wierden uijt te trecken de notelen in eenen besonderen cohier, sal hetuijttrecken van sulcken notelen voortaen worden ghetaxeert ieder tot eenenstuijver, wel verstaende de substantiele acten ende anders gheen; endewelcke notelen met het libel sullen worden mede overghegheven, op penevan datmen daerop niet en sal letten.

13. Item, ende voor de copijen van de stucken daermede bedinght endeoverghegheven, van elcken blade, te rekenen naer hofsche grosse, 2 stuij-vers en half.

14. Item, soo sullen de procureurs voor het lichten van copijen uijt de

p 686

griffie, 't zij van aensprake, antwoorde, replick of duplick ende soo voort,voor hunnen termijn moghen rekenen 8 stuijvers.

15. Item, sullen de procureurs van alle termijnen bij hun te houden inhet collegie, 't zij in materie van procuratie oft andersins, hebben 12 stuijv.

16. Item, sullen hebben voor het stellen vande calengier, van elcken bladeschrifture compres 3 stuijvers en half.

17. Item, vanden inventaris, voor elck articule 2 stuijvers een oort.

18. Ende vande copije te houden, ieder articule eenen halven stuijver.

19. Item, voor de libellen van costen, niet onbehoorlijck ghe-extendeert,ieder bladt 6 stuijvers.

20. Ende voor de copijen 2 stuijvers.

21. Item, voor het dirigeren vande ghetuijghen ende het doen daghenvan ieder persoonen, als van outs 3 stuijvers.

22. Ten ware maer eenen en wierde gheproduceert, alswanneer sijsullen hebben 8 stuijvers.

23. Ende voor de ghene gheleijt wordende bij partije advers, ende deselve te sien sweiren, in alles 8 stuijvers.

24. Item, voor den cierdagh van verhueren oft vercoopen van goederenin den bijvanghe 8 stuijvers.

25. Ende van goederen van binnen 8 stuijvers.

26. Item, voor 't stellen van requesten, kleijn oft groot, midts verschie-tende d'apostillen 12 stuijvers.

27. Item, voor't houden vande copije 6 stuijvers.

28. Item, voor henne comparitien in materie van erfscheijdinghe, t'samenmet hunne besoignien sullen hebben, binnen de cuijpe 18 stuijvers.

29. Ende buijten, naer meriten vande saken.

30. Dies sullen de voorschreve procureurs ende advocaten schuldigh endeghehouden wesen hunne schrifturen wel correct ende in't nette met goedeleesbare gheschrifte ende letteren te schrijven, ende wel te quoteren endein een cohier te binden ende te attacheren, sonder bij hun oft hunne clerckeniet meer voor het minuteren, grosseren oft ander pretext te heijsschen.

31. Welverstaende dat het spatium tot distinctie van articulen ghelaetensal gherekent worden voor een linie oft regule, sonder meer.

p 688

TITEL XIX.AENGAENDE DE DIENAERS.

1. Inden eersten, want ondertusschen den voortganck vande rolle endeghenachte wort beleth deur dien de dienaers hen niet tijdelijck en presen-teren, om relaes te doen van hunne weten ende exploicten die sij soudenmoghen hebben ghedaen, soo is gheordonneert dat de voorschreve dienaerst'allen roldaghen hen tijdelijck ende voor het sitten vande heeren commis-sarissen sullen presenteren inden raedhuijse deser stadt, ende aldaerblijven tot dat de rolle volkomelijck sal wesen voleijndt, sonder hen daer teabsenteren, op de pene van ses stuijvers te verbeuren t'elcker reijsen, totterarmen belioef.

2. Item, insghelijck sullen schuldigh ende ghehouden sijn hen tijdelijckende voor het beginnen vanden ghenachte te presenteren de meijeren endevorsters vanden bijvanghe, ende aldaer te blijven tot dat het ghenachtghe-eijnt sal wesen, op ghelijcke pene te verbeuren, tot behoef als vore.

3. Item, sullen de dienaren ghehouden sijn hunne daghementen oftsommatien te doen aenden persoon selve, soo verre het moghelijck ende hijvintbaer is, oft anderssins t'sijnen huijse, t'sij aen sijn vrouwe, knape,maerte oft kinderen, machtigh ende suffisant wesende daeraf rapport tedoen, oft in heure absentien ende afwesen aen twee van hunne naesteghebueren , suffisant wesende om daeraf rapport aenden ghedaeghde,als vore, te doen.

4. Item, sullen de voorschreve dienaren schuldigh ende ghehouden wesenwel ende ghetrouwelijck ende met goeden bescheede henne rapporten enderelasen te doen, met verklaringhe aen wien sij de wete oft ander exploictsullen hebben ghedaen, ende wanneer.

5. Item, sullen de goede luijden, hens dienst van doen hebbende, moetendienen op den solaris naer beschreven; ende oft sij in faulte waren gheblevente daghen oft te arresteren de ghene daeraf hen commissie ware ghegheven,sullen daeraen verbeuren noch eens soo vele als hunnen solaris is bedra-ghende, ende sullen niet te min sonder anderwerf loon te ontfanghen, hunexploict behoorlijck moeten doen ; ende oft sij t'selve ghelaten haddentedoen deur collusie, correspondentie oft heijmelijck verstant vande debiteuren,

p 690

sullen partije requirante moeten oplegghen ende betalen de costen tercausen van dien gheschiet, ende niet min sonder solaris, als vore, henexploict moeten doen ende volkomen.

6. Item, dat de voorschreve dienaers, iemant ghearresteert hebbende,sonder consent vanden arrestant hen niet en sullen vervoorderen denghearresteerden te ontslaghen, oft consent te gheven te vertrecken uijtterstadt oft uijt den bijvanghe, t'sij onder specie van ghelofte van wederom tekomen onder eedt, cautie oft anderssins, ten ware de ghearresteerde, inpresentien van schepenen ende secretaris, stelde suffisante cautie, deserbancke subject sijnde, van alhier te recht te staen ende het ghewijsde tevoldoen, oft anderssins dede alsulckenen eedt ende ghelofte in presentie alsvore, daermede d'arrestant hem content ende te vreden hielde.

7. Item, dat sij gheene inghesetenen vande stadt oft vanden bijvangheen sullen moghen daghen omme te compareren voor ander dan voor hunnecompetente rechters, noch andere officieren, van buijten komende daertoe,oft oock anderssins eenighe assistentie oft behulpe moghen doen, sondervoorgaende consent vanden borghemeester deser stadt oft, in sijne absen-tien, vande[88] twee schepenen, ende betalende den heere sijn recht, al opde pene van daeraf arbitralijck ghecorrigeert te worden.

8. Item, sullen de dienaers binnen deser stadt hebben ende ontfanghenvan elcken persoon, die sij sullen daghen oft wete doen 3 stuijvers.

9. Item, van goeden te beslaen, vrede te nemen oft te ghebieden, arres-teren, sommeren, communicatien, presentatien ende dierghelijcke acten,ghelijcke 5 stuijvers.

10. Item, de meijers inden bijvanghe, doende eenighe exploicten oftweten, sullen sij hebben 4 stuijvers.

11. Item, van kerckgheboden te gheven, t'sij om eenighe goeden teverhueren oft te vercoopen. sullen sij hebben insghelijckx . 4 stuijvers.

12. Item, dat de dienaers vande stadt, oft meijers ende dienaers vandenbijvanghe, respective ghesedt sijnde in iemandts goet, sullen hebben overdagh ende nacht, voor henne vacatien ende bewaringhe, voor cost endesolaris, ieder daghe elcken een gulden, sonder meer, die hen vande ghe-reedtste goeden (d'executie ghedaen sijnde) betaelt sullen worden, ende

p 692

sullen op den selven solaris op hunnen coste moeten leven ende teiren,ende oock daervoor verbonden sijn den inventaris vande goeden goet te doen.

13. Wel verstaende nochtans, dat in een huijs maer twee dienaers tenhooghsten en sullen worden gheleijt, ten ware anderssins, om redenen, bijden schouteth ende schepenen wierde gheordonneert.

14. Item, van executie te doen ende panden te haelen sal de meijer oftdienaer, dat doende, hebben elck negen stuijvers, die hen betaelt sullenworden als de panden ghehaelt sijn, ende niet eer; behoudelijck dat maereenen dienaer oft meijer die haelen en sal, ten ware dat hem weijgheringheoft obstacule daerinne gheschiede, d'welck hij ghehouden sal sijn den heereende twee schepenen t'samen te kennen te gheven; ende de voorschrevedienaer oft meijer, affirmerende bij eede dat waerachtigh te sijn, sal hemnoch eenen oft meer (naer gheleghentheijt vande saken) toeghevueghtworden, die elck hebben sullen 6 stuijvers.

15. Ende hoe ende in wat manieren men alhier ghewoonlijck endeschuldigh is te procederen in criminele saeken, salmen vinden inde cos-tumen deser stadt ende bijvanghe, onder den titel : Van criminele saekenende civile boeten[89].Actum in pleno collegio: Jor. Gommaer van Mechelen, borghemeester,Mr Martinus Verspecken, licentiaet inde medecijnen, Jor. Floris van Meche-len, Philips van Cortbemden, Jor. Geeraert-Franchois Lemmens, Jan Cortois,ende Mr. Joris Lackmans, notaris, den 15en junii 1669.V.-A. VERREIJCKEN

p 694

Depositien turbswijse ghedaen over zekere costume van Liere in materie vansuccessie, alienatie ende vertijdinghe.Depositien in turba ghedaen bij de naerghenoemde deponenten, op denses-en-twintighsten dagh van augusti in't jaer xvc ende lix, ter presentienvan mijn heeren schouteth ende schepenen der stadt van Liere, ten versoeckevan Mr. Jeronijmus Vranckx, ghesworen advocaet inder stadt van Antwerpen,in rechte staende inde qualiteijt soo hij is procederende, als verweirder,teghens Mr Willem Artus met zijnder consorten, aenleggeren, oock inderqualiteijt soo sij zijn procederende voor mijn heeren borghermeester endeschepenen ende raedt der stadt van Antwerpen voorschreve, naervolghendeder selver heeren opene brieven van requisitorien in date den 6en dagh vanjulio lestleden, onderteekent J. JARDIN.Lauwereijs vander Linden, schepenen vande stadt ende vanden bijvanghevan Liere, ont ontrent 65 jaeren ende hebbende inde weth vander selver stadtende bijvanghe respective gheweest inde jaeren xl, lij, liij, liiij, lv ende lvj.Jan den Meijer, oock schepenen vande stadt ende vanden bijvanghe vanLiere, out ontrent xlv jaeren, ende hebbende inde weth vander selve stadtende vanden bijvanghe respective gheweest inde jaren 46, 47. 48, 49, 51,52, 53, 56, 57 ende 58.Reijnier van Couwenberghe, out ontrent 72 jaren, rentmeester deser stadt,ende in officie als rentmeester ons genadichs heeren onder Liere, ontrent14 oft 15 jaeren ghedient hebbende.Jan Cools, out ontrent 52 jaren, rentmeester ons genadichs heeren, nu tertijt onder Liere, ende de selve officie bedient hebbende sedert den jaere 45.Mr Hendrick van Munster, out ontrent 31 jaeren, oock rentmeester deserstadt, ende schepenen vanden bijvanghe gheweest hebbende een jaer.Peeter Lommans, out ontrent 41 jaeren, schepene vanden bijvanghe vanLiere, ende inde selve officie gheweest hebbende ontrent vijf oft ses jaeren.Hendrick de Velse, out ontrent lxxxij jaeren, schepene vanden bijvanghevoorschreve gheweest hebbende ontrent xix jaeren.Mr Wencelin Serclaes, licentiaet inde weerlijcke rechten, out ontrent... jaeren, ghesworen voorspraecke in deser stadt ende heuren bijvanghe,ende aldaer ghepractiseert hebbende ontrent x oft xj jaren.

p 696

Jan Brijens, out ontrent lxij jaeren ende in schependomme vandenbijvange gedient hebbende ontrent acht jaeren.Hendrick vanden Dornonen, oudt ontrent 38 jaeren, ghesworen clerckvande voorschreve stadt van Liere ende van heuren bijvanghe, ende inofficien, soo van schependomme als van clerckschappe voorschreve, geweesthebbende veerthien jaeren.Ende Andries van Landen, out ontrent vijftigh jaeren, ghesworenenprocureur alhier ende inden bijvanghe van Liere, ende aldaer ghepractiseerthebbende ontrent xxvj jaeren.De voorschreve deponenten hebben bij heure eeden, die sij lijffelijck aenden heijllghen deden, ghetuijght ende ghedeponeert turbschewijs op heteerste articule van des voorschreven producents feijten (wesende hetliiije articule vander duplicque, ende op het tweede vande voorschrevefeijten (wesende het xvije articule vander antwoorden) des selfs producents;dat naer des bijvanckx rechts van Liere, soo wanneer man ende wijf staendeheuren beijden eersten houwelijck conquesteren oft oock te houwelijckbrenghen, oft hun inde selve houwelijcke aenkomen eenighe erffelijckegoeden oft erfrenten binnen den bijvanghe van Liere gheleghen, ende sijinden selven houwelijcke kinderen hebben, dat alsdan in 't scheijden vanden bedde ende houwelijcke die lanckst-levende is een erftochtenaer , tenrespecte van zijnder kinderen, van zijn gheconquesteerden erffelijckengoeden ende erfrenten, mitsgaders vander genen bij hem ten houwelijckghebracht oft inden selven houwelijcke aenkomen (weder hij sijnen kinderenhen deel hen competerende vanden eersten aflijvighen inde voorschreveverkreghene erffelijcke goeden ende erfrenten bewijst oft niet); in sulckervueghen, dat hij van zijnder gheconquesteerde erffelijcke goeden endeerfrenten, noch oock vanden voorschreve anderen goeden niet en machdisponeren, noch die oock vertieren, vercoopen, veranderen noch belastenin gheender manieren, ten ware zijne kinderen voor hun [hem] sterven,in welcken ghevalle de selve lanckstlevende is ende wordt weder erfman oftproprietaris van allen den erffelijcken goeden ende erfrenten bij hen tehouwelijcke ghebrocht ende hen aenkomen, ende van die eene gherechtehelft van allen den gheconquesteerden goeden ende erfrenten bij denghehuijsschen staende den houwelijcke gheconquesteert, ende blijft oockniet te min oock noch in tochte besitten zijn leefdaghe lanck (ghelijck hij

p 698

oock doet in leven wesende sijne kinderen die een helft van d'ander helft,te weten vande helft competerende den eersten aflijvigen vande ghecon-questeerde erfgoeden ende erfrenten, ende naer de doodt vanden voor-schreven lanckstlevende succederen ende devolveren de voorschreveerffelijcke goeden ende erfrenten op de voorschreve kinderen vanden eerstenhouwelijcke, met seclusie van allen de kinderen die de lanckstlevende inandere naervolghende houwelijcken soude moghen verkreghen hebben.Verklaerende noch voorts, waert bij alsoo dat iemandt , hebbendewettighe kinderen, bij den selven niet en bewese heure goeden, hen bij deneersten aflijvighen, het ware van vader oft moeder, voorschreven [?]wesende, oft hem daeraf niet uijt en cochte, ende alsoo onverdeijlt zijnde,de lanckstlevende verkreghe eenighe erffeiijake goeden ende erfrenten,dan indien ghevalle, naer des lanckstlevende doodt, de voorschreve kinderensouden vooruijt hebben die een gherechte helft vander verkreghen erffelijckegoeden ende erfrenten bij den lanckstlevende verkreghen, ende soudendaernaer inde ander helft noch komen deijlen metten andere kinderen, diede lanckstlevende sij zijnde[90] andere naervolghende houwelijcken soudemogen geprocreert hebben.Item, op het derde articule, vande voorschreven feijten, wesende hetxviije vander antwoorden, tuijghen de voorschreve deponenten, dat nae desbijvanckx van Liere recht, eenen sone deijlt teghen twee dochteren in alle deerffelijcke goeden ende erfrenten die zijnen vader ende moeder t'samen inheuren houwelijcke hebben ghehouden binnen den bijvanghe van Lieregheleghen, soowel ghekomen van zijnder moeder weghen als van zijnsvaders weghen, ende oock soowel inde goeden daer zijn vader ende moederbeijde in zijn ghegoeijt ende ghe-erft, als daer zijn vader alleen in ghegoeijtis, ende mach de voorschreve sonen oft susteren bewijsen, oft hen [hem]belieft, gront ende bodem, ende oft hij wilde, soo, mach hij sijn susterslaeten heffen aenwedde in rogghe oft in ghelde op alle de goeden die vaderende moeder achterghelaeten hebben; ende dat mach een broeder afquijtenals hem dat ghelieft terstont, oft sijn naerkomelingen, met vollen verschenenpachte ende naer den hooghsten landtcoop ; ende inde successie van deseerffelijcke goeden ende erfrenten worden ghe-excludeert die kinderen die de

p 700

lanckslevende, t'sij man oft wijf, procreert inde tweeden oft andere naer-volgende houwelijcken.Item, op het vierde articule vande voorschreven feijten, wesende hetveertighste vander duplicque, dat voor bijvanckx-recht (ghelijck hier vorenis verhaelt ende verklaert) wort gheobserveert : soo wanneer de kinderenvanden eersten houwelijcke sterven voor den lanckstlevenden, t'zij man oftvrouwe vandeit selven houwelijcke dat die selve lanckstlevende alsdanwort erfman ende proprietaris van alle zijn erffelijcke goeden ende erfrentenbij hem inden selven houwelijcke gheconquesteert ende verkreghen, endeoock vande ghene bij hem te houwelijcke ghebrocht oft inden selven houwe-lijcke hem aenghekomen.Item, op het vijfste articule vande voorschreve feijten, wesende het xlvjevander duplicque, dat, contrarie vanden inhoudene van dien articule, wortnaer de voorschreve bijvanckx-recht gheobserveert, te weten : dat dietochtenaer wel mach verkrijghen bij transpoorte oft anderssins vandenproprietaris zijn recht oft die proprieteijt aleer de selve proprieteijt met detocht is vergadert, sonder zijn tocht te derven renuncieren.Ende op het sesde vande voorschreve feijten, dat oock, contrarie vandeninhouden van dien articule, wordt naer des bijvanckx-recht gheobserveert,te weten : dat iemandt wel mach heer ende proprietaris worden met eenegenerale renunciatie, vertijdinghe oft verkoopinghe van eenighe grondenoft[91] van erven, sonder de selve gronden in specie te nomineren oft aen tenoemene, behoudelijck dat gheschiede goedenisse ende erffenisse van deselve generale vertijdinghe oft verkoopinghe voor heer ende hof waeronderde goeden resorterende zijn, oft voor die schepenen van Antwerpen, mitsbetalende den heere daeronder de goeden resorteren sijne gherechtigheijdt.Welcke voorschreve costumen , usantien ende bijvanckx-rechten zijdeponenten ende elck van hun hebben sien ende weten voor recht endecostume vanden selven bijvanghe, soo langhe als zij ende elcken van hunhebben ghepractiseert ende in officie gheweest, etc.

 



[1] D'après le texte du Coutumier général ou Brabandts recht, t. I, p. 593, conféré avec celuide l'éditionin-4°, imprimée à Malines, chez Jean Jaye, en 1669, un manuscrit de la Commission, du XVIesiècle, etun autre du XVIIe siècle reposant aux Archives du Royaume. V. le Rapport de M. le conseiller de Cuyper dansles Procès-verbaux des séances de la Commission, 4e vol. p. 64.

[2] Au lieu de : t'zijnen laste, à sa charge, nous croyons qu'il faut lire : zijnen last, sa charge,son office.

[3] Au lieu de: daer, lisez: dije, comme dans le manuscrit des Archives du royaume.

[4] Au lieu de : sijn, lisez : sijnde.

[5] Ce qui est entre crochets manque dans le manuscrit des Archives du Royaume.

[6] Ce qui est placé entre crochets manque dans les deux manuscrits.

[7] Les manuscrits portent Trapeijen.

[8] Au lieu de : bloot mes, lisez: brootmes, comme dans le manuscrit de la Commission.

[9] V. la note ci-dessus.

[10] Au lieu de: gaet, les mannscrits ont vaert.

[11] Au lieu de: gerst, "orge," les manuscrits ont gars, "herbe."

[12] Placards de Brabant, t. II, fol. 132.

[13] Ces points de réticence ne sont pas dans les manuscrits.

[14] Les manuscrits disent: van vijff pont, de cinq livres.

[15] Au lieu de: eenen, les manuscrits disent abusivement : ende.

[16] Au lieu de: gulden leeuw, lisez: gulden Leuvensch, comme dans le manuscrit de la Commission.

[17] Le manuscrit de la Commission dit: ge-exponeert.

[18] Au lieu de : gheseijt, le manuscrit de la Commission dit: gheschiet.

[19] Manuscrit de la Commission.

[20] Au lieu de: verwaert, le manuscrit de la Commission dit: bewaert.

[21] Les mots placés entre crochets ne sont pas dans le manuscrit de la Commission.

[22] Le mot ende est ici en trop et ne se trouve pas non plus dans le manuscrit de la Commission.

[23] Au lieu de: tot ander tijt, le manuscrit de la Commission dit: tot alder tijt.

[24] Le mot oft est en trop et ne se trouve pas non plus dans le manuscrit de la Commission.

[25] Au lieu de cruijdeboomen : lisez, comme dans le manuscrit de la Commission: cruijden,boomen, etc.

[26] Au lieu de : binnen platen, lisez, comme dans le manuscrit de la Commission: binnen derplaetsen.

[27] Manuscrit de la Commission.

[28] Placards de Flandre, livre I, p. 767.

[29] Au lieu de collectien, lisez collatien, comme dans le manuscrit de la Commission.

[30] Au lieu de bevonden, lisez bevoorwaert, comme dans le manuscrit de la Commission.

[31] Au lieu de sonder, lisez : ende, comme dans le manuscrit de la Commission

[32] Au lieu de heure, lisez: hueren, pachten, etc.

[33] Au lieu de: eerst, lisez : is 't, comme dans le manuscrit de la Commission.

[34] Manuscrit de la Commission.

[35] Au lieu de : naem, lisez: neemt, ou nempt, comme dans le manuscrit de la Commission.

[36] Lisez : sijnen erfghenamen, au pluriel, comme dans le manuscrit de la Commission.

[37] Lisez den erfghenamen, comme dans le manuscrit de la Commission.

[38] Au lieu de: maer staende, lisez: maer staen die, comme dans le manuscrit de la Commission.

[39] T'gout, l'or, dans tous les textes; il faut lire : t'goet, le bien.

[40] Ou plutôt : puije-geboden.

[41] Au lieu de: ghehouwen, lisez : gehaven, comme dans le manuscrit de la Commission.

[42] Au lieu de: ghehouden, lisez encore: gehaven, comme dans le manuscrit de la Commission.

[43] Au lieu de: haven, lisez: hoven, comme dans le manuscrit de la Commission.

[44] Au lieu de : ter paijementen, lisez : ter puijen, comme dans le manuscrit de la Commission.

[45] Le mot oft ne se trouve pas dans le manuscrit de la Commission.

[46] Manuscrit de la Commission.

[47] Titre III.

[48] Titre I.

[49] Au lieu de: vande, lisez: dan de.

[50] Au lieu de: erfghevinghen, lisez: erfghenamen, comme dans le manuscrit de la Commission.

[51] Au lieu de : plaetsen, lisez paelsteen, comme dans le manuscrit de la Commission.

[52] Le manuscrit de la Commission dit huijsingen.

[53] Le manuscrit de la Commission dit : van sijne naeste gebueren, au pluriel.

[54] Ce mot est corrompu et ne se trouve pas dans le manuscrit de la Commission; d'autres coutumes ont :weijchsele, weijxele.

[55] Au lieu de : dachuren, lisez dachhuren.

[56] Aenwedde; le manuscrit de la Commission dit aen veede, en betail; nous croyons qu'il faut lire: aenwedde oft rente, "en pension ou rente."

[57] Met eenen oudercleede, le manuscrit de la Commission lit : met eenen ondercleede; nous croyonsqu'il faut lire : met eenen overcleede; "avec un lodier ou une courte-pointe."

[58] Titre VIII, p. 472.

[59] Tot heuren ghelijck ende profijte, lisez: tot heuren gelijcken profijte.

[60] Verteiren; le manuscrit de la Commission porte : vertheeren, ce qui signifierait aussi: depenser,consommer; mais il faut lire : verthieren, qui doit etre considere comme synonyme de "de vendre" et quisignifie proprement "vendre aux encheres, verdieren."

[61] Au lieu de : soo moghen die niet teghenstaende aen d'erfghenamen, lisez, comme dans le manuscritde la Commission : soo moghen die, niet teghenstaende, d'erfghenamen, etc.

[62] Au lieu de: titele, lisez : tutele, comme dans le manuscrit de la Commission.

[63] Au lieu de : consenteren, lisez: consenterende, comme dans le manuscrit de la Commission.

[64] Au lieu de : reeden, lisez : raedde, comme dans le manuscrit de la Commission, ou riede.

[65] V. cette ordonnance dans le tome I du Quartier d'Anvers, annexe II, p. 718.

[66] Au lieu de: ende, lisez: ofte.

[67] Au lieu de: ende, lisez: en.

[68] Titre XII, p. 504.

[69] Au lieu de: volghde, lisez: volghende.

[70] Placards de Brabant, t. I, p. 513.

[71] Au lieu de: ende, lisez : en.

[72] Cet article est redige d'une maniere defectueuse.

[73] Bedient; ne faudrait-il pas lire bedinght?

[74] Vel alias?

[75] Au lieu de: aen erfve, lisez : van erfve.

[76] Titre II, p. 596, van besetten ende voorghedaeghde.

[77] Ordinantie, stijle ende maniere van procederen van den souvereijnen raede geordonneert inBrabandt (13 april 1604). Bruxelles, 1672. L'article 594 porte: Dat d'appellant mach binnen acht daghennaer d'appellatie bij hem ghedaen, renuncieren ende afgaen sijne appellatie, sonder eenighe pene oftamende daerom te betalen, behoudelijck behoorelijcke insinuatie daeraf der partijen ende oock den rechtersbinnen ses daghen naer de renunciatie.

[78] L'article 583 de l'ordonnance precitee du 13 avril 1604 porte: Dat indien iemandt hem seght beswaert

[79] La redaction de cet article est tres-defectueuse.

[80] Cet ende nous parait etre en trop ici.

[81] Cet ende nous parait etre en trop ici.

[82] Au lieu de: erfgenamen, lisez: erfgenaem.

[83] Au lieu de: den ghenen, lisez: de ghene.

[84] Au lieu de: vercoopen renten, lisez: verloopen renten.

[85] Titre XII, p. 504.

[86] Titre III, p.448.

[87] Titre XIII, p. 524.

[88] Au lieu de: vande, lisez: van.

[89] Titre II, p. 430.

[90] Au lieu de: sij zijnde, lisez: bij sijne.

[91] Nous croyons que cet oft est ici de trop.